Fairplay

Introductie

Vrijwel iedereen die aan sport doet, of heeft gedaan, kent wel de term fair play. 
Globaal kunnen we het fair play-beginsel omschrijven als 'het hanteren van een aantal afspraken en regels om de sport voor zo veel mogelijk mensen aantrekkelijk en plezierig te houden'. 
Fair play is in feite een gedragscode voor de manier waarop we samen aan sport willen doen. Door bewust met die onderlinge afspraken en regels om te gaan, kunnen we de sport ook in de toekomst eerlijk en aantrekkelijk houden. Beperking van blessures voorkomt persoonlijk leed en levert ook nogal wat financiële besparingen op. Te denken valt in dit kader aan medische kosten en die van arbeidsongeschiktheid. Fair play vereist niet alleen dat iedere sporter zelf de (spel)regels naleeft, maar ook dat we elkaar (blijven) stimuleren naar de geest ervan te handelen. 
Ook dienen we de regels zonodig aan te passen om het spel plezier te vergroten (kwaliteitsaspect). 
Buiten de sporter en zijn directe omgeving (ouders, trainers en begeleiders) bepalen ook tal van andere invloeden en instanties de sfeer waarin sport wordt beoefend, zoals de media, sponsors en de toeschouwers.

Etalage-functie
Trainer-coaches, vakleerkrachten lichamelijke opvoeding en (Jeugd)leiders hebben in eerste instantie de taak hun pupillen de technische aspecten van de beoefende sport bij te brengen. Daarnaast spelen ze een niet te onderschatten rol met betrekking tot fair play. Voorbeelden hiervan zijn de omgang met de (jeugdige) sporter, de ouders en de scheidsrechters. 

Trainer-coaches en andere begeleiders hebben een 'etalage-functie'. Zij dienen tevens rekening te houden met de verschillende capaciteiten en mogelijkheden van de sporter. Natuurlijk proberen zij met hun team of individuele sporter een zo goed mogelijk resultaat te behalen. Winnen is nu eenmaal plezieriger dan verliezen. Maar hoe ver moet je hierin gaan? Wil men ten koste van alles winnen, of worden er grenzen gesteld? Dat laatste is belangrijker. De (technische) leiding heeft dus een grote invloed op de sporter, vooral op de (jongere) jeugd. Die invloed wordt nog weleens onderschat. Hoe kan men immers van een sporter verwachten dat hij of zij fair play hoog in het vaandel heeft staan, als zijn of haar trainer-coach daar totaal anders tegenaan kijkt? Gelukkig zijn veel trainer-coaches zich ervan bewust dat fair play bij sport hoort. Zoals toestellen bij het turnen en een bal bij een voetbalwedstrijd.

Ouders
Trainer-coaches die betrokken zijn bij jeugdsport, hebben eveneens te maken met de ouders van hun pupillen, zowel in positieve als in negatieve zin. In positieve zin uit zich dat bijvoorbeeld in oprechte belangstelling en het bijwonen van wedstrijden van hun kinderen, zonder zich daadwerkelijk met de gang van zaken te bemoeien. Helaas zijn er ook ouders die het liefst op de stoel van de trainer-coach zouden gaan zitten. Hun kritiek is dan niet van de lucht. Toch moet een trainer-coach ook in dergelijke gevallen proberen on speaking terms te blijven met deze ouders, en hen ervan overtuigen dat het voor zowel hun kind als voor het team verreweg het beste is om de coaching aan de trainer en begeleiders over te laten.

Wat verstaan we onder fair play?

Een nadere uiteenzetting van het begrip fair play is niet zo gemakkelijk, want het heeft namelijk geen eenduidige betekenis. Niet alleen is de betekenis van dit begrip in historische zin aan verandering onderhevig, maar ook in hedendaagse omschrijvingen en onderzoeken blijkt fair play maar moeilijk onder één noemer te vangen. Daarom is het noodzakelijk om de grenzen duidelijk af te bakenen. In de sportliteratuur wordt onderscheid gemaakt tussen formele en informele fair play. Daarnaast worden er individuele en structurele fair play-dimensies onderscheiden.

Formele fair play
Formele fair play is niet meer of minder dan 'het zich houden aan de voorgeschreven regels'. Het in acht nemen van de spelregels maakt een wedstrijd mogelijk. 

Daartoe behoort zeker ook het accepteren van beslissingen van de scheidsrechter. Formele fair play betekent dus: 
het volgens de spelregels handelen. Het wezenlijke doel van bijvoorbeeld handbal is niet alleen om meer punten te halen dan de tegenstander, maar dit te doen met de middelen die door de spelregels zijn vastgelegd. Pas dan kan er sprake zijn van winst. Winnen en zich tegelijkertijd niet houden aan de regels is in dit kader dus onmogelijk.

Informele fair play
Informele fair play kan in zekere zin worden beschouwd als een verdieping en verbreding van het begrip 'formele fair play', met als doel een wedstrijd beter te laten verlopen. Het begrip 'informele fair play' kent de volgende kenmerken:

  • je tegenstander 'gelijke winst- en startkansen' garanderen;
  • de 'achting' en de 'respectvolle' bejegening van je tegenstander, die niet als vijand, maar als mens gerespecteerd dient te worden;
  • in het strijdperk treden tegen spelers van 'gelijke speelsterkte';
  • beide partijen spelen de wedstrijd met volledige inzet.

Informele fair play heeft betrekking op de wijze waarop wordt gestreefd naar het wezenlijke doel van de wedstrijd, ofwel het handelen in de geest van de wedstrijd. Dit voegt iets toe aan de formele, noodzakelijke voorwaarden van de sportwedstrijd en is in moreel opzicht van belang. Informele fair play stijgt dus uit boven het 'zich houden aan de voorgeschreven regels' en is derhalve omvattender dan formele fair play. Het voegt er een morele dimensie aan toe.

Individuele fair play-dimensies
Individuele dimensies hebben betrekking op de persoonlijke verantwoordelijkheid van de sporters, zoals:

  • in het directe contact met de tegenstanders;
  • in de zorg om de persoonlijke gezondheid en die van anderen;
  • in de inspanning om een zo goed mogelijk resultaat te behalen;
  • in de acceptatie van de spelregels en de beslissingen van de scheidsrechters;
  • in de persoonlijke zelfbeheersing;
  • in sociaal opzicht, door ook anderen bijvoorbeeld de kans te geven om mee te doen aan het spel;
  • door een constructieve, maar kritische opstelling ten opzichte van de sport.

Structurele fair play-dimensies
Structurele dimensies hebben betrekking op de verantwoordelijkheid van de sportorganisaties en de sportbestuurders. De structuur en de organisatie zijn hier in het geding, onder andere door:

  • de hantering van spelregels die goede en spannende sport mogelijk maken;
  • de continue zorg voor de gezondheid en welzijn van de sporter;
  • het creëren van competities waarin de tegenstanders aan elkaar gewaagd zijn; - het beheersen van de omstandigheden waaronder gesport wordt; die condities dienen voor iedere sporter zoveel mogelijk gelijk te zijn;
  • het ontwikkelen van een aanbod van trainingsactiviteiten en wedstrijdvormen dat past bij de mogelijkheden en de motivatie van de sporter;
  • het beheersen van de maatschappelijke invloeden - commercie, politiekop de sport.

Kwaliteitsverbetering
Binnen fair play heeft het begrip 'kwaliteitsverbetering' betrekking op alle sporten. In het volgende voorbeeld wordt de voetbalsport belicht. 

Voetballers spelen om te winnen; daar gaat het om in de voetbalsport. Om te winnen moet minimaal één doelpunt meer worden gemaakt dan de tegenstander. Dit houdt in dat als 'wij' de bal in het bezit hebben, we zullen gaan opbouwen om tot scoren te komen. En als 'zij' de bal hebben zullen we binnen de regels van het spel het scoren moeten zien te voorkomen. 
Met het begaan van een overtreding wordt de bedoeling van het spel zeker niet gerealiseerd. Het team krijgt in ieder geval een vrije trap tegen. Bij een overtreding is er verkeerd verdedigd. De speler had een betere oplossing moeten kiezen, en dat is te leren. Hieruit blijkt dat er niet alleen gesproken dient te worden over wat niet mag, maar zeker ook over de kwaliteit van wat de speler doet. Met andere woorden: de kwaliteit van het handelen wordt bekeken. De kwaliteit van het spel is niet alleen maar te plaatsen binnen het perspectief van winnen of verliezen. Ze bestaat uit het proces (het spel dat gespeeld wordt) waarin het resultaat wordt bereikt. 
Hoe beter het spel gespeeld wordt volgens de oorspronkelijke bedoelingen, des te meer zekerheden ingebouwd zullen worden om tot een positief resultaat te komen.

Fair play in de dagelijkse sportpraktijk

Miljoenen mensen in Nederland doen aan sport. Een groot deel van hen speelt wedstrijden in competitieverband. De meeste wedstrijden verlopen gelukkig nog steeds zonder noemenswaardige problemen. Daar brengt men de fair playgedachte in de praktijk, wellicht zonder er maar een moment bij stil te staan. 
Veel mensen sporten om lekker in beweging te zijn, omdat ze er lol in hebben, vanwege gezondheidsoverwegingen en/of vanwege de sociale contacten. Sport wordt in dit kader dan ook wel de belangrijkste bijzaak in het leven genoemd. Naast de actieve sporters zijn er talloze vrijwilligers actief om de zaak draaiende te houden. Het is dan ook veelal goed vertoeven op één van de vele, gezellige sportaccommodaties in Nederland.

Onsportief optreden
Naast de vele positieve aspecten van de sport zijn er echter ook minder leuke zaken als blessures, discriminatie en verbaal geweld. Met andere woorden: onsportief optreden. 

Trainer-coaches en begeleiders hebben tot taak dit bespreekbaar te maken. Dit kan bijvoorbeeld gebeuren door middel van individuele gesprekken of tijdens de tactische bespreking. Zonodig dienen er passende maatregelen te worden genomen. Een voorbeeld hiervan is het wisselen van een speler tijdens de wedstrijd die - ondanks waarschuwingen doorgaat met onsportief spel of commentaar op de leiding. 
Bestuursleden van sportverenigingen vervullen op dit terrein eveneens een belangrijke rol. Een duidelijk beleid omtrent fair play kan namelijk veel problemen voorkomen. Ook publicaties omtrent fair play in het clubblad kunnen hieraan een positieve bijdrage leveren.

Mensenwerk
Scheidsrechters maken soms fouten; het is en blijft mensenwerk. Trainer-coaches en begeleiders dienen dergelijke (vermeende) fouten te accepteren. Dat geldt tevens voor de spelers die zij onder hun hoede hebben. Je kunt ze trainen totdat ze er bij wijze van spreken bij neervallen en ze volproppen met tactische opdrachten; toch worden er tijdens de wedstrijd veel fouten gemaakt. Dat is niet erg, want fouten horen nu eenmaal bij de sport, het zou anders maar een steriel spelletje worden. Mogen scheidsrechters dan af en toe ook een foutje maken? Ook is er bij sport soms sprake van psychologische oorlogsvoering. Dat uit zich bijvoorbeeld in tijdrekken en intimidatie van de tegenstander. Ook een dergelijke handelwijze mag niet worden getolereerd.

Emoties in de sport

Zeker, emoties horen bij de sport. Zonder deze emoties zou het maar een saaie boel worden. In een aantal gevallen lopen die emoties echter op tot het kookpunt. Mensen die in het dagelijks leven als rustig en evenwichtig bekend staan, veranderen tijdens wedstrijden in een kruitvat. Dat geldt voor spelers, begeleiders, clubbestuurders en niet in de laatste plaats voor het publiek. 
De emoties blijven overigens niet alleen beperkt tot de sportvelden of sportzalen. 
Binnen de verenigingen zelf wil het er nog wel eens stormachtig aan toe gaan. 
Er worden heel wat conflicten uitgevochten tussen bestuursleden, trainercoaches, commissieleden en overige leden. Ook hier geldt weer: emoties zijn op zich geen enkel probleem. Veel mensen gaan hier gelukkig goed mee om. 
Bij anderen blijken die emoties hoog op te lopen, hetgeen nooit mag gebeuren. 
Het gevaar bestaat dan dat hoofd- en bijzaken niet meer van elkaar kunnen worden onderscheiden. Bovendien worden er dan mensen beschadigd vanwege de te heftige en ongenuanceerde wijze van discussiëren. En ook dat kan nooit de bedoeling zijn, hoe moeilijk je het daarmee als individu ook kunt hebben. 
Leidinggevenden binnen de clubs, zoals bestuurders, commissieleden en trainercoaches, eisen terecht van sporters en supporters een correct gedrag. Maar ze hebben uiteraard zelf eveneens de plicht om zich op een verantwoorde wijze te gedragen. 
Alleen dan kunnen we ook op termijn blijven genieten van mooie sport.

Share deze pagina: