Zoeken
header_left header_right

header_left Sportzorg adressen header_right

   Home > Bibliotheek > Risico's van sportbeoefening verzekerd
Risico's van sportbeoefening verzekerd
Tijdens sportbeoefening lopen sporters bepaalde risico's, soms zelfs meer dan andere personen. Veel van deze risico's kunnen eenvoudig worden verzekerd via gewone verzekeringen. Deze verzekeringen brengen meestal geen specifiek onderscheid aan tussen een niet-sporter en een sporter. Zo is een autoverzekering bijvoorbeeld van kracht voor elke rit die de bestuurder met zijn auto maakt, zowel naar de supermarkt als naar het sportveld. Hoewel het ontbreken van een specifiek onderscheid tussen sporters en niet-sporters voor veel verzekeringen opgaat, vraagt het sporten soms om een extra aanvullende verzekering, zoals een ongevallenverzekering voor bergbeklimmers. Gewone ongevallenverzekeringen sluiten gevaarlijke sporten namelijk uit. (Kluwers losbladig Assurantie Zakboek.)

Voor aanvullende informatie kunt u hieronder op een aantal onderwerpen klikken. Deze informatie is geschreven door (medisch) deskundigen.

Risico's van sportbeoefening verzekerd
Welke risico's verzekeren?
Drie hoofdgroepen
Checklist van de meest relevante verzekeringen
De wet en risico's van sportbeoefening
Standpunt Hoge Raad der Nederlanden
Voorbeelden onrechtmatige sportongevallen
Zijn sportblessures eigen schuld?
Welke schade kan worden geclaimd
Welke risico's op welke wijze claimen?
Samenvatting

Risico's van sportbeoefening verzekerd
Tijdens sportbeoefening lopen sporters bepaalde risico's, soms zelfs meer dan andere personen. Veel van deze risico's kunnen eenvoudig worden verzekerd via gewone verzekeringen. Deze verzekeringen brengen meestal geen specifiek onderscheid aan tussen een niet-sporter en een sporter. Zo is een autoverzekering bijvoorbeeld van kracht voor elke rit die de bestuurder met zijn auto maakt, zowel naar de supermarkt als naar het sportveld. Hoewel het ontbreken van een specifiek onderscheid tussen sporters en niet-sporters voor veel verzekeringen opgaat, vraagt het sporten soms om een extra aanvullende verzekering, zoals een ongevallenverzekering voor bergbeklimmers. Gewone ongevallenverzekeringen sluiten gevaarlijke sporten namelijk uit. Dit brengt ons direct bij één van de lastigste onderdelen van de polisvoorwaarden: de uitsluitingen. Uitsluitingen beschrijven datgene wat de maatschappij niet wenst te vergoeden. Om te kunnen beoordelen of de gewenste risico's verzekerd zijn, moet altijd worden gekeken naar enerzijds de omschrijving van de dekking (waarin is vastgelegd welke risico's zijn verzekerd) en anderzijds de uitsluitingen (de oorzaken van schade die de verzekeringsmaatschappij niet vergoedt).

Terug naar onderwerpen

Welke risico's verzekeren?
Risico's waarbij grote financiële belangen zijn gemoeid, dienen altijd te worden verzekerd. De vraag is echter: wat is een groot financieel belang? Ook speelt de kans op schade een rol van betekenis voor het al dan niet verzekeren. Naarmate de kans op schade groter is, zal de wens te verzekeren groter zijn. Verzekeraars verzekeren alleen risico's waarbij de kans op schade onzeker is. Met de premies van alle afgesloten verzekeringen moet de verzekeraar in staat zijn de schade te vergoeden. Denk hierbij aan de wet van de grote getallen: vele kleine premiebedragen dienen een grote schade te kunnen vergoeden. Het is niet eenvoudig een sluitend overzicht te geven van de risico's die u loopt en de bijbehorende verzekeringen die u daarvoor kunt afsluiten. Maar het risico van aansprakelijkheid is iets wat u beter altijd verzekert. Het aansprakelijk zijn voor toegebracht letsel of schade aan goederen van een ander kan enorm in de papieren lopen. Individuen sluiten hiervoor vaak een eenvoudige particuliere aansprakelijkheidsverzekering af. Voor verenigingen of bedrijven zijn hiervoor afzonderlijke beroeps- of bedrijfsaansprakelijkheidsverzekeringen in het leven geroepen. Belangrijk hierbij is dat goed wordt omschreven welke activiteiten door de vereniging of het bedrijf worden georganiseerd. Het zal niet de eerste keer zijn dat u denkt dat er een goede aansprakelijkheidsverzekering is afgesloten en dat later blijkt dat de polis geen afdoende dekking biedt. Doorgaans is de oorzaak hiervan dat de polis een flink aantal jaren geleden is afgesloten, toen er bijvoorbeeld nog geen grote publieksevenementen werden gehouden. Een goede raad is de polisdekking regelmatig te laten controleren.

Terug naar onderwerpen

Drie hoofdgroepen
Hoe de risico's van sportbeoefening kunnen worden verzekerd, is afhankelijk van de wijze waarop een sport wordt beoefend. Voor een handzaam gebruik brengen we een onderverdeling aan in drie hoofdgroepen:
1. de amateur sporter;
2. de professionele (beroepsmatige) sporter;
3. de sportvereniging.

De amateur sporter
Om te kunnen beoordelen welke verzekeringen nodig zijn voor iemand die als amateur sport beoefent, is het zinvol de volgende vragen te stellen. Welke risico's loopt u als sporter?
a. Lichamelijk letsel en de gevolgen ervan:
- medische kosten;
- invaliditeit;
- overlijden.
b. Toebrengen van schade aan een ander:
- aansprakelijkheid.
c. Toebrengen van schade aan eigendom, waaronder de sportuitrusting.

Via welke verzekeringen sluit u deze risico's uit?
a.
- Ziektekostenverzekering;
- ziektewet, WAO, arbeidsongeschiktheidsverzekering, ongevallenverzekering;
- levensverzekeringen/begrafenisverzekering, nabestaandenwet.
b.
- Aansprakelijkheidsverzekering;
- rechtsbijstandverzekering.
c.
- Sportgoederenverzekering of kostbaarhedenverzekering;
- inboedelverzekering (beperkt gedekt);
- reisverzekering.

Hoe sluit u deze verzekeringen af?
Werkt u in loondienst, dan regelt uw werkgever een aantal van bovengenoemde verzekeringen (denk hierbij onder andere aan de ziektewet, de WAO, ziekenfonds en nabestaandenwet). Als u zelfstandig ondernemer bent of een hoog inkomen geniet, zult u deze risico's zelf moeten verzekeren. U kunt dit doen:

  • rechtstreeks bij een verzekeringsmaatschappij;
  • via een assurantietussenpersoon.

Het verschil tussen beide is dat u in het eerste geval zelf nagaat welke verzekering voor u het beste is. Daar staat vaak een prijsvoordeel tegenover. In het tweede geval adviseert en begeleidt de assurantietussenpersoon u bij de keuze van de verzekering.
Waarop moet u letten?
Van belang is dat de gewenste risico's ook echt verzekerd zijn. Een verzekering hebben, betekent niet dat ook alle risico's zijn gedekt. Verzekeringen verschillen, zijn soms juist beperkt of erg uitgebreid. Neem bijvoorbeeld een autoverzekering: u kunt kiezen voor een beperkte verzekering en alleen de wettelijke aansprakelijkheid (WA) verzekeren. Neemt u het zekere voor het onzekere, dan sluit u naast WA ook een uitgebreide cascoverzekering (all risk) af.
Diverse verzekeringen kennen een beperkte en een uitgebreide variant. Het is aan u en aan uw portemonnee welke keuze u maakt.
Ook is het zinvol van tevoren te bekijken of uw bestaande verzekeringen al een dekking kennen voor hetgeen u wilt verzekeren. Zo sluit u dubbele dekkingen uit. Ter illustratie: heeft u al een gezinsongevallenverzekering? Dan is het soms niet nodig een speciale ongevallenverzekering af te sluiten voor uw sportbeoefening. Tenzij de sport die u beoefent (bijvoorbeeld parachutespringen) uitgesloten is van de dekking.

De professionele sporter
Alles wat voor amateur sporters geldt op het gebied van verzekeringen, geldt ook voor de professionele sporter, echter met een kanttekening. De beroepsmatige sporter verkrijgt zijn inkomsten uit sportbeoefening. Dit vraagt om het treffen van bijzondere regelingen.
Het verzekeren van de risico's voor de beroepssporter ligt gecompliceerder dan bij een amateur sporter. Vaak zal op basis van individueel overleg met de verzekeraar moeten worden bekeken op welke wijze de persoon voor de diverse risico's kan worden verzekerd. Veelal zijn in bestaande polissen de risico's verbonden aan professionele sportbeoefening uitgesloten. Toch kunnen deze risico's worden verzekerd, door het afsluiten van speciale verzekeringen of tegen betaling van een extra premie tegen opheffen van geldende uitsluiting(en). Het is raadzaam de juiste verzekeringstechnische informatie op dit gebied te vergaren.

De sportvereniging
Alles wat voor amateur sporters geldt op het gebied van verzekeringen geldt ook voor de sportvereniging. Sportverenigingen dienen zich ook te verzekeren tegen bepaalde risico's. Zowel de omvang van de risico's die verbonden zijn aan de te organiseren evenementen als de aanwezige bezittingen, zijn bepalend voor de keuze van de af te sluiten noodzakelijke verzekeringen. Het is te omvangrijk om alle verzekeringen te behandelen die mogelijk zinvol zijn. Daarom beperken wij ons tot de meest voorkomende: verzekeringen op het gebied van aansprakelijkheid, inventaris en goederen, en ongevallen.

Aansprakelijkheidsverzekering
Zodra er sprake is van het beoefenen van een sport in verenigingsverband vinden er gezamenlijke activiteiten plaats. Dit houdt in dat het mogelijk is dat er schade aan anderen wordt toegebracht, waarvoor de vereniging verantwoordelijk kan worden gesteld. Dit verklaart het belang van een aansprakelijkheidsverzekering voor de vereniging, waarbij nauwgezet moet worden omschreven wat de activiteiten van de vereniging zijn. De aansprakelijkheidsverzekering wordt nog weleens verward met de ongevallenverzekering. Begrijpelijk, want de aansprakelijkheidsverzekering dekt gedeeltelijk de kosten veroorzaakt door ongevallen en ongelukken:" Een ongevallenverzekering is wezenlijk anders. Daarvoor verwijzen wij u naar Ongevallenverzekering.
Inventaris en goederenverzekering
De goederen die een sportvereniging bezit (zoals sportartikelen, tafels, stoelen enz.), vertegenwoordigen een bepaalde waarde. Om een eventuele schadepost uit te sluiten, is het zinvol deze goederen te verzekeren. Dit kan door middel van een inventaris en goederenverzekering. De dekking van deze verzekering kan variëren van een simpele branddekking tot een uitgebreide gevarenverzekering (inclusief diefstal, water- en stormschade enz.). Een aandachtspunt hierbij is de dekking voor het diefstalrisico. De goederen moeten in een goed afsluitbare ruimte worden bewaard. Diefstal zonder zichtbare sporen van inbraak is meestal niet verzekerbaar.

Ongevallenverzekering
De ongevallenverzekering, en dan vooral de collectieve ongevallenverzekering, kan worden afgesloten voor groepen sporters. Deze verzekering is nuttig bij het beoefenen van sporten die door de meeste verzekeringen van dekking worden uitgesloten, zoals gevaarlijke sporten en wedstrijdsporten. Deze ongevallenverzekering keert een van tevoren afgesproken bedrag uit (kapitaal ineens), als de sporter (meestal tijdens de sportbeoefening) door een ongeval blijvend invalide wordt of overlijdt. Dit is een extra verzekering die naast alle bestaande voorzieningen voorziet in een aanvullende uitkering.

Alternatieven
Naast bovengenoemde verzekeringen kunnen ook andere verzekeringen van belang zijn. Dit is afhankelijk van het al dan niet aanwezig zijn van de betreffende risico-objecten. We noemen de volgende.

Opstalverzekering
Dit is een verzekering voor gebouwen, voorzover zij in eigendom zijn van de vereniging. Ook hier bestaat de mogelijkheid een beperkte of uitgebreide gevarenverzekering te nemen.

Motorrijtuigen verzekering
De motorvoertuigen, bestel busjes, personenauto's en dergelijke dienen minimaal voor Wettelijke Aansprakelijkheid (WA) te worden verzekerd. Afhankelijk van de leeftijd van het motorrijtuig is een beperkt casco of volledig casco (all risks) zinvol.

Evenementen verzekering
Het is ook mogelijk per te organiseren evenement een verzekering af te sluiten. De evenementenverzekering dekt een groot aantal risico's tegelijk.
Zo kunnen op deze polis onder andere worden verzekerd:

  • aansprakelijkheid (schade aan derden door de organisatoren of hun medewerkers);
  • niet doorgaan van het evenement (vergoed worden de voor het evenement gemaakte kosten indien het niet doorgaat, uitgesteld wordt of vroegtijdig moet worden afgebroken);
  • ongevallen (uitkering van een bedrag bij overlijden of invaliditeit als gevolg van een ongeval) direct verband houdende met het evenement;
  • het niet verschijnen van verzekerde personen (de vergeefs gemaakte kosten indien de hoofdpersoon niet kan verschijnen als gevolg van ziekte of ongeval).

Terug naar onderwerpen

Checklist van de meest relevante verzekeringen
Verzekeringen voor een individu

  • Aansprakelijkheidsverzekering voor particulieren. Deze verzekering vergoedt de financiële gevolgen indien u als particulier persoon aansprakelijk wordt gesteld.
  • Rechtsbijstandverzekering. Deze verzekering biedt u de mogelijkheid juridische hulp te verkrijgen in het geval van een geschil.
  • Ziektekostenverzekering. De ziektekostenverzekering vergoedt de kosten van medische hulp.
  • Ongevallenverzekering. De ongevallenverzekering keert aan de verzekerde persoon een van tevoren overeengekomen bedrag uit bij overlijden of invaliditeit ten gevolge van een ongeval.
  • Inboedelverzekering. De inboedelverzekering vergoedt specifiek omschreven schade aan uw huisraad.
  • Opstalof woonhuisverzekering. De woonhuisverzekering dekt de gevolgen van risico's als storm-, brand- en waterschade aan uw woonhuis.
  • Arbeidsongeschiktheidsverzekering. De arbeidsongeschiktheidsverzekering keert een van tevoren overeengekomen bedrag per jaar uit indien de verzekerde door ziekte of ongeval niet meer in staat is te werken.
  • Reisverzekering. De reisverzekering is een combinatie van verzekeringsvormen, onder andere voor ongevallen, bagage, aansprakelijkheid en ziektekosten.
  • Kostbaarhedenverzekering. De kostbaarhedenverzekering sluit u af voor zeer waardevolle goederen. U kunt deze verzekering zien als een soort all risk verzekering voor speciale objecten.
  • Motorrijtuigenverzekering. Deze verzekering geldt voor auto, bestelbus, motorfiets enz., waarin naast het wettelijk aansprakelijkheidsrisico ook schade aan het motorvoertuig kan worden verzekerd.
  • Levensverzekering. Onder levensverzekering verstaan we een breed scala van verzekeringen die te maken hebben met het in leven zijn of overlijden van de verzekerde. Van begrafenisverzekering tot pensioenvoorziening en alle spaar- en fiscale levensverzekeringsconstructies inbegrepen.

Verzekeringen voor een sportvereniging

  • Aansprakelijkheidsverzekering voor verenigingen e.d. Deze verzekering vergoedt de financiële gevolgen als de vereniging aansprakelijk wordt gesteld.
    • Inventaris- en goederenverzekering. Deze verzekering vergoedt onder andere brand- en inbraakschade aan inventaris en goederen.
    • Ongevallenverzekering. Een collectieve ongevallenverzekering die geldt voor alle leden van de vereniging tijdens de sportbeoefening. Het gaat hierbij om een uitkering van een bedrag bij invaliditeit of overlijden in geval van een ongeval.
    • Evenementenverzekering. De evenementenverzekering is een gecombineerde verzekering die wordt afgesloten voor risico's verbonden aan een specifiek evenement. Te denken valt aan het niet doorgaan van het evenement als gevolg van een natuurramp, ongeval, of het niet kunnen verschijnen van een voor het evenement bepalend persoon. Ook aansprakelijkheid kan op deze polis worden meeverzekerd.

Ook hierbij geldt dat er veel meer verzekeringen zijn die in een specifieke situatie zinvol zouden kunnen zijn om bepaalde risico's af te dekken.

Terug naar onderwerpen

De wet en de risico's van sportletsel
Sport en lichamelijk letsel zijn geen vreemden voor elkaar. Als u van dit letsel in het dagelijkse leven nauwelijks tot geen hinder ondervindt, valt de pijn mee. Maar wat als u na consultatie van bijvoorbeeld uw huisarts, specialist of fysiotherapeut nota's ontvangt? Of als u inkomstenderving tegemoet kunt zien doordat u arbeidsongeschikt bent geworden? En wat te denken van een zelfstandige ondernemer die tijdens de duur van de arbeidsongeschiktheid geen inkomsten kan verwerven? Bovendien bestaat de mogelijkheid dat bij een ziekmelding als sanctie een (halve) vrije dag moet worden ingeleverd. In dat geval is het van belang na te gaan of u de geleden schade kunt verhalen op een ander.

Terug naar onderwerpen

Wanneer is een gedraging onrechtmatig?
De juridische grondslag voor het indienen van een vordering tegen een derde die tijdens het sporten lichamelijk letsel toebrengt, zal vaak onrechtmatig handelen zijn (artikel 6:162 Burgerlijk Wetboek). Maar wanneer is het toebrengen van lichamelijk letsel tijdens een sportsituatie onrechtmatig?

Het standpunt van de Hoge Raad der Nederlanden
De Hoge Raad, ons hoogste rechtscollege, heeft in de jaren '90 een belangrijke uitspraak gewezen. Ter verduidelijking geven we een voorbeeld.
Stel dat u met een goede kennis een partijtje tennis speelt. U heeft de eerste game gewonnen. Vervolgens slaat u de tennisballen naar de overzijde omdat uw kennis moet serveren voor de tweede game. Tijdens het overslaan van de tennisballen raakt u uw kennis met een tennisbal in zijn oog. Deze loopt hierdoor ernstig oogletsel op. Uw kennis stond twee meter van het net verwijderd. Uw kennis heeft bijvoorbeeld op grond van zijn rechtsbijstandverzekering een raadsman in de arm genomen en u aansprakelijk gesteld voor alle schade. Uw kennis stelt dat u onrechtmatig heeft gehandeld, omdat op het moment van overslaan van de tennisballen niet meer werd gespeeld en uw kennis hoefde er dus niet op verdacht te zijn door een bal te worden geraakt.
De Hoge Raad oordeelde dat voor het kunnen spreken van onrechtmatig handelen tijdens een sportsituatie zwaardere eisen worden gesteld, dan wanneer dezelfde gedraging niet tijdens de sportbeoefening zou hebben plaatsgevonden. Gedragingen die buiten een sportsituatie onvoorzichtig en daarom onrechtmatig kunnen zijn, hoeven binnen een sportsituatie dit karakter niet te hebben.
Immers deelnemers hebben dergelijke gedragingen waartoe het spel uitlokt van elkaar te verwachten, zonder dat ze onrechtmatig zijn. Deelnemers aan sport kunnen ook ernstig letsel oplopen door een ongelukkige samenloop van omstandigheden.
Met andere woorden, het veroorzaken van letsel tijdens een sportsituatie wordt minder snel als onrechtmatig beschouwd dan het veroorzaken van letsel buiten een sportsituatie. De reden hiervoor is dat tijdens de sportbeoefening spelers met elkaar in aanraking komen, of met een bal, racket of de grond. Door een ongelukkig toeval kan dan letsel ontstaan.
Bovendien zijn geringe letsels, zoals lichte kneuzingen en schavingen, bij veel contactsporten niet te voorkomen. De deelnemer neemt ze op de koop toe.
Wie letsel wil voorkomen, kan beter niet aan sporten deelnemen.
Ondanks deze uitspraak van de Hoge Raad is het wel degelijk mogelijk een andere deelnemer aan een sport aansprakelijk te stellen voor het veroorzaken van letsel. Ter illustratie noemen we enkele situaties uit de praktijk.

Terug naar onderwerpen

Voorbeelden van onrechtmatige sportongevallen
In de volgende situaties werd door rechters onrechtmatigheid aanwezig geacht. Daarbij speelden verschillende omstandigheden een belangrijke rol.

Opzet, roekeloosheid en grove schuld
Hoewel onrechtmatig handelen tijdens sportsituaties niet te snel door een rechter wordt aangenomen, is er soms toch sprake van. Dit is het geval als er sprake is van het opzettelijk, bewust roekeloos of door grove schuld toebrengen van letsel tijdens een sportsituatie. De rechter acht dan onrechtmatig handelen in beginsel aanwezig. Het sportveld mag en kan geen vrijplaats zijn voor het plegen van onrechtmatige handelingen.

Overtreden spelregels
Tijdens een voetbalwedstrijd tussen twee lagere amateur elftallen schopt een speler een tegenstander neer, zonder dat de laatstgenoemde de bal in zijn bezit heeft. Er was volgens de medespelers en scheidsrechter duidelijk sprake van natrappen. De Hoge Raad oordeelde op 28 juni 1991 in gelijke zin als in de uitspraak over het eerdergenoemde oogletsel door een tennisbal. Ook oordeelde de Hoge Raad dat alleen het overtreden van spelregels, waaronder regels ter bescherming van de spelers, niet onrechtmatig is. Wel kan een overtreding een factor zijn die meeweegt bij de beoordeling of er al dan niet sprake is van een onrechtmatige gedraging. Ook kan een rol spelen of de scheidsrechter de overtreding heeft bestraft met een boeking of de betreffende speler heeft weggestuurd.
Uiteindelijk kwam de Hoge Raad tot het oordeel dat er sprake was van onrechtmatig handelen. De bewezen geachte gedraging van de speler viel buiten de regels van het spel en was abnormaal gevaarlijk. De overtreding was namelijk geen 'normale' overtreding die tijdens het spel kan voorkomen, maar een 'abnormale en gemene' overtreding. Het was een onsportieve overtreding tegen de geest van het spel en een overtreding die tevens de verontwaardiging van het publiek opriep.

Negeren besluit instructeur
Twee judoka's nemen deel aan een judoles onder leiding van een instructeur. Dit keer staan werptechnieken op het lesprogramma. Door een worp van de ene judoka komt de tegenstander ongelukkig op de grond terecht en loopt ernstig lichamelijk letsel op. De betreffende judoka wordt verweten onrechtmatig te hebben gehandeld, omdat de worp zou zijn ingezet nadat de instructeur het stopcommando zou hebben gegeven. De Hoge Raad oordeelde op 11 november 1994 dat het negeren van het stopcommando als onrechtmatig moet worden beschouwd. In de eerste plaats omdat vooral de aan de judosport verbonden risico's met zich meebrengen dat het van groot belang is dat deelnemers direct acht slaan en gevolg geven aan aanwijzingen van scheidsrechters en instructeurs. In de tweede plaats omdat het van groot belang is dat op een stopcommando direct acht wordt geslagen en judoka's niet langer hoeven te verwachten dat zij op de grond zullen worden geworpen.

Niet-voorziene gedragingen
Tijdens een handbaltraining schopt een doelverdediger met de voet in plaats van met de hand de handbal het veld in. Door deze trap komt de bal in het gezicht van een medespeler die op zeven à acht meter van de doelverdediger staat. Het opgelopen oogletsel is naar alle waarschijnlijkheid blijvend. De rechtbank Arnhem oordeelde op 3 september 1992 dat het wegtrappen van een bal op zichzelf geen voorziene gedraging is in de handbalsport. Omdat de doelverdediger zijn medespeler niet had gewaarschuwd dat hij de bal met de voet zou trappen, hoefde de medespeler hierop niet bedacht te zijn. Onder deze omstandigheden acht de rechtbank de handeling onrechtmatig. Een dergelijke gedraging kan niet worden beschouwd als een gedraging waartoe het spel uitlokte. Het verweer van de doelverdediger, dat hij niet bewust op de medespeler heeft gericht en het tijdens trainingen niet ongebruikelijk is dat de doelverdediger de bal met de voet het veld in trapt, bood geen soelaas.

Opstellen geschorste speler door vereniging
Een lid van een voetbalvereniging is wegens het trappen van een tegenstander door de KNVB voor een aantal wedstrijden geschorst. Ondanks deze schorsing stelt zijn vereniging hem in een wedstrijd op. Tijdens de wedstrijd maakt de geschorste speler zich schuldig aan overmatig ruw spelgedrag. Dit levert een tegenspeler een driedubbele beenbreuk op. De benadeelde tegenspeler stelt de voetbalvereniging aansprakelijk op grond van het onrechtmatig opstellen van een geschorste speler. De president van de rechtbank Amsterdam oordeelde op 9 juli 1992 dat in een dergelijk geval de voetbalvereniging onrechtmatig handelt. De voetbalvereniging is jegens de KNVB en al haar leden verplicht de tuchtrechtelijke maatregelen na te leven. KNVB-leden mogen verwachten dat leden verplichtingen voortvloeiende uit de schorsing nakomen. Gebeurt dat niet en ontstaat letsel als gevolg van overmatig ruw spelgedrag van een officieel geschorste speler, dan is de voetbalvereniging volledig aan te spreken op de financiële gevolgen. Ook de betreffende speler kan op grond van het onrechtmatig handelen worden aangesproken.
De conclusie luidt dat onrechtmatig handelen in spelsituaties niet snel wordt aangenomen, maar dat er onder bepaalde omstandigheden toch sprake is van het op onrechtmatige wijze toebrengen van letsel.

Terug naar onderwerpen

Zijn sportblessures eigen schuld?
Als tijdens een sportsituatie letsel optreedt, zal de veroorzaker zich vaak verweren door te zeggen dat de benadeelde een dergelijk risico heeft aanvaard. Dit wordt ook wel risico-aanvaarding genoemd. In het Nederlands burgerlijk recht noemt men dit eigen schuld. In bepaalde gevallen kan met succes het verweer worden gevoerd dat er sprake is van eigen schuld. Ook al is de wederpartij voor de volle 100% aansprakelijk voor een bepaalde gedraging, dan kan de eigen schuld van benadeelde ertoe leiden dat de wederpartij slechts een deel van of zelfs geheel geen schadevergoeding hoeft te betalen.
Een voorbeeld: tijdens een voetbalwedstrijd zijn een aanvaller en verdediger voortdurend verwikkeld in een duel om de bal. De verdediger maakt zich schuldig aan harde en gemene overtredingen zonder dat de scheidsrechter hiertegen optreedt. Ook irriteert de verdediger de aanvaller met bijzonder vervelende opmerkingen. In een volgend duel om de bal maakt de geïrriteerde aanvaller zich schuldig aan een grove overtreding op de bewuste verdediger. In het duel speelt de aanvaller duidelijk niet de bal, waardoor de verdediger zijn enkelbanden scheurt. De verdediger stelt de aanvaller aansprakelijk voor de ontstane schade. In dit geval is de vraag gerechtvaardigd of de verdediger het opgelopen letsel niet (ook) te danken heeft aan zijn eigen optreden en er dus sprake is van gehele of gedeeltelijke eigen schuld. Want de geleden schade vloeit voort uit zijn eigen gedragingen. Dit betekent overigens niet dat de actie van de aanvaller wordt goedgekeurd. Of een beroep op eigen schuld zal slagen, is sterk afhankelijk van de feiten en omstandigheden. In ieder geval kan een dergelijk beroep mogelijk succesvol zijn, zodat ondanks het onrechtmatig handelen geen of slechts een gedeelte van de schade (naar verhouding van de mate van eigen schuld) hoeft te worden vergoed.

Terug naar onderwerpen

Welke schade kan worden geclaimd?
Welke schade kan als gevolg van het onrechtmatig handelen door een derde tijdens de sportsituatie worden geclaimd? Hierbij kan onderscheid gemaakt worden tussen de zogenaamde materiële schade en immateriële schade.

Materiële schade
In beginsel kan alle materiële schade (vermogensschade) die verband houdt met en voortvloeit uit het onrechtmatig handelen worden geclaimd. Denk hierbij aan ziektekosten en inkomstenderving door (tijdelijke) arbeidsongeschiktheid. Als bepaalde schadebedragen al zijn vergoed door een verzekeraar, kunnen deze bedragen niet meer door de benadeelde sporter als schade worden opgevoerd. De verzekeraar heeft op haar beurt weer de mogelijkheid de uitgekeerde schadebedragen te verhalen op de aansprakelijke derde. Vaak zal de verzekeraar de verzekerden vragen een schade-aangifteformulier in te vullen. Op dit formulier dient onder andere ingevuld te worden hoe de schade is ontstaan en wie de schade heeft veroorzaakt. Vervolgens zal de verzekeraar beoordelen of er mogelijkheden zijn om de uitgekeerde schadebedragen te verhalen op een eventuele aansprakelijke derde. Dit wordt ook wel regres genoemd.

Immateriële schade
Ook bestaat de mogelijkheid als benadeelde een schadebedrag te vorderen wegens geleden immateriële schade, het zogenaamde smartegeld. Denk hierbij aan een vergoeding voor geleden pijn, ergernis, verdriet, gederfde levensvreugde en eventuele ontsieringen van het lichaam door het toegebrachte letsel. De laatste tijd is in Nederland een tendens waarneembaar dat de vergoedingen voor geclaimde immateriële schade sneller worden toegewezen. Ook worden hogere bedragen toegekend.

Terug naar onderwerpen

Welke schade op welke wijze claimen?
Een benadeelde kan voor aanzienlijke onkosten komen te staan als hij tijdens de sportbeoefening letsel en (tijdelijke) arbeidsongeschiktheid oploopt. De veroorzaker van de schade kan op zijn beurt worden geconfronteerd met een aanzienlijke claim. De geleden schade en eventuele schadeclaims kunnen op diverse verzekeringen worden afgewenteld.

Ziektekostenverzekering
Kosten voor geneeskundige behandeling kunnen in beginsel worden geclaimd bij het ziekenfonds of de particuliere ziektekostenverzekering van de benadeelde. Als bepaalde kosten niet kunnen worden geclaimd bij de ziektekostenverzekering of onder een bepaald eigen risico/eigen bijdrage vallen, kunnen deze kosten in beginsel worden geclaimd bij een ongevallenverzekering die een sportvereniging of de benadeelde zelf heeft afgesloten. Op grond van een ongevallenverzekering kunnen namelijk kosten voor geneeskundige behandeling extra worden meeverzekerd, voorzover deze kosten niet onder de dekking van een ziektekostenverzekering vallen.

Ongevallenverzekering
Een ongevallenverzekering biedt in beginsel een viertal dekkingsvormen:

  • recht op uitkering van het verzekerd bedrag bij overlijden;
  • recht op uitkering bij blijvende invaliditeit (afhankelijk van de vorm van het letsel zal een bepaald percentage van de verzekerde som worden vergoed);
  • recht op uitkering van het verzekerd bedrag bij tijdelijke ongeschiktheid om het beroep of werk uit te voeren;
  • recht op vergoeding van kosten voor geneeskundige behandeling voor zover daarin niet op andere wijze is voorzien (ziektekostenverzekering, AWBZ).

Een ongevallenverzekering kan zowel door de benadeelde zelf, door de sportvereniging als door de nationale sportbond (bijvoorbeeld KNVB) Voor alle aangesloten verenigingen zijn afgesloten. Vaak zal een sportvereniging of nationale sportbond alleen een dekking voor overlijden en blijvende invaliditeit hebben afgesloten. Het is dan ook aan te raden bij de sportvereniging na te vragen of een ongevallenverzekering is afgesloten. Als dit niet het geval is, of de dekking te beperkt is, kan worden overwogen zelfstandig een (aanvullende) ongevallenverzekering af te sluiten.

WA-verzekering
Als de veroorzaker van de schade wordt aangesproken door een benadeelde, zal deze de aansprakelijkstelling kunnen doorsturen aan zijn verzekeraar waar de particuliere aansprakelijkheidsverzekering (WA) is afgesloten. Vervolgens gaat de verzekeraar na of de schademelding is gedekt in de polis. Zo ja, dan zal de verzekeraar de geclaimde schade uitkeren of verweer voeren tegen de ingestelde vordering. Is de schade met opzet veroorzaakt, dan bestaat er in nagenoeg alle gevallen geen dekking. De veroorzaker van de schade kan dan met een behoorlijke schadeclaim worden geconfronteerd die uit eigen geldmiddelen betaald zal moeten worden. Ook bij bepaalde sporten, zoals gevechtsporten, kan dekking in de WA-verzekering zijn uitgesloten. Het is dan ook verstandig dat iedere sportbeoefenaar vooraf onderzoekt en informeert of hij via een eigen WA-verzekering of een WA-verzekering van de sportvereniging tegen eventuele schadeclaims is verzekerd.

Terug naar onderwerpen

Samenvatting
Als een deelnemer aan een sportactiviteit een andere deelnemer lichamelijk letsel toebrengt, is er minder snel sprake van onrechtmatig handelen dan als deze gedraging niet tijdens de beoefening van sport plaatsvindt. Volgens het Nederlandse recht is er sneller sprake van onrechtmatig handelen als de volgende gedragingen zich voordoen:

  • opzettelijk, met grove roekeloosheid of met grove schuld handelen;
  • in grove strijd met de spelregels handelen;
  • onvoorziene gedragingen waartoe het spel niet uitlokt;
  • in strijd met de tuchtregels handelen van de vereniging.

Een groot deel van de schade die een benadeelde lijdt, wordt meestal gedekt door een ziektekosten- of ongevallenverzekering. Met uitzondering van de gevallen waarin sprake is van opzet of een uitsluiting in de verzekeringsvoorwaarden, kan de veroorzaker van de schade de schadeclaim indienen bij zijn WA-verzekeraar.

Terug naar onderwerpen


Heeft u vragen of opmerkingen over deze site? Mail ons: info@sportzorg.nl
SitemapStuur deze pagina naar een vriend   Print deze pagina
 
header_left Zoeker header_right

Helaas, u heeft de nieuwste flashplayer nodig om deze website te kunnen bezoeken. U kunt de player hier downloaden.


header_left Vragenlijst header_right

Ticker check
header_left Nieuwsbrief header_right

Ontvang onze gratis nieuwsbrief
Aanmelden voor de Sportzorg nieuwsbrief