In een Sportmedische Instelling (SMI) kunt u niet alleen terecht met specifieke sport blessures, maar ook voor preventief sportmedisch onderzoek; zowel algemeen of sportgericht (bijvoorbeeld een verplichte wielrenkeuring).
Steeds meer mensen willen (steeds vaker op oudere leeftijd) sporten of willen weten welke sport het beste bij hen past. Vaak is dan de vraag of en wat voor keuring verstandig is om gezondheidsrisico's of blessures zo vroegtijdig mogelijk op te sporen. Keuringen zijn meestal aangepast aan sportintensiteit en leeftijd en kunnen onder andere bestaan uit een uitgebreid onderzoek van het houdings- en bewegingsapparaat, een hartfilmpje, longfunctietests, bloedonderzoek of een inspanningstest. Inspanningstests worden meestal op de fiets verricht om gezondheidsrisico’s en maximale hartbelastbaarheid te analyseren, maar ook om adviezen te geven over het verbeteren van de huidige conditie.
Bij een aantal takken van sport en opleidingen (zoals bijvoorbeeld tennis, gymnastiek, auto en motorsport, duiken, opleiding sport en bewegen, ALO) is het ondergaan van een keuring verplicht gesteld. Ook bij deze ‘verplichte onderzoeken’ zijn er grote verschillen in de inhoud van de keuring. De inhoud wordt dan meestal bepaald door de bond of instantie, die de verplichting heeft ingesteld. Deze keuringseisen zijn vaak aan veranderingen onderhevig door wijzigingen in (bonds)medisch beleid of door aanpassingen na tragische voorvallen, zoals recent weer de Duitse marathonloper in Rotterdam of di Tomasso, de voetballer van FC Utrecht. Hierbij blijkt ook dat een keuring niet altijd een catastrofe kan voorkomen. Bovendien is het niet altijd mogelijk om zeer nauwkeurig, snel of zwart/wit gezondheidsrisico's in te schatten. De één laat een sporter wel meedoen en de ander raad hem sportactiviteiten (gedeeltelijk) af.
Ook de vraag blijft open wie bepaalt hoeveel risico een sporter mag lopen. Bepaalt de sporter dat zelf? Een op het speelveld overleden Amerikaanse profbasketballer had juridisch een profcontract afgedwongen, ondanks een negatief medisch advies. Hij vond de risico's voor zichzelf aanvaardbaar. Zonder opleiding had hij geen aantrekkelijk toekomstperspectief en zijn familie kreeg hierdoor een royale erfenis. Had dit contract moeten worden verboden?
Om keuringen te kunnen rechtvaardigen moeten de hieruit voortvloeiende onderzoeken en adviezen gezondheidswinst opleveren, zonder dat er een overdreven grote investering is in tijd, geld of schade door de onderzoeken of de keuring.
Richtlijnen wie en hoe vaak men zich zou moeten laten keuren zijn dan ook moeilijk te geven en staan altijd voor discussie open. Tenzij er sprake is van zeer intensieve sportbeoefening (> 12 uur per week) worden er weinig sporters gekeurd onder de 12 jaar. Boven deze leeftijd is sinds een jaar voor (top)sporters een keuring met rust hartfilmpje verplicht gesteld. Zeker bij conditioneel zware sporten wordt bij intensieve deelname een inspanningstest geadviseerd vanaf 14-16 jaar. Vaak gaat dit dan ook samen met een uitgebreide longfunctietest. Bij dagelijkse competitieve sportbeoefening wordt vanaf deze leeftijd een jaarlijkse kleinere (vervolg)keuring aanbevolen. Vanaf 30-40 jaar worden keuringen meer gericht op het maken van een risicoprofiel, aangezien het risico van hart en vaatziektes steeds groter wordt. Geschat wordt dat boven de 35 jaar jaarlijks 1 op de 15.000 tot 50.000 sporters plots tijdens of vlak na sporten overlijdt (onder de 35 jr 1 op 200.000 jonge atleten). Zeker indien er vaak maximale inspanningen worden geleverd bij regelmatige of fanatieke sporters, maar ook bij mensen die langdurig minder hebben gesport en weer gaan bewegen is een keuring verstandig.
Zorgverzekeraars worden hier gelukkig steeds meer van bewust en hebben de kosten van de keuringen en baten van de hieruit vloeiende adviezen tegen elkaar afgewogen. Vele zorgverzekeraars vergoeden een deel van de beschreven sportkeuringen in hun aanvullende pakket.



