Inleiding
De hamstrings oftewel achterdijbeenspieren hebben het afgelopen decennium in de (top)sport een beruchte naam opgebouwd. Zij zorgen in toenemende mate voor blessureleed. Alle kwetsuren aan de hamstrings vallen onder de noemer ’strains’. Deze specifieke blessures komen geregeld voor in sporttakken met felle explosieve activiteiten, zoals sprinten en trappen. In het Nederlands profvoetbal is het na knie- en enkelletsels de 3e meest voorkomende sportblessure welke veel sportverzuim en maatschappelijke kosten met zich meebrengt. Naast voetbal worden er ook veel hamstringproblemen gezien in andere sporttakken waarin gesprint en/of getrapt wordt, zoals atletiek, rugby en vechtsporten. Een vervelend gevolg van de hamstringblessure is de langdurige klachtenperiode en trage, moeizame sporthervatting met een hoge kans op een herhaling (recidief) van dezelfde blessure.
Oorzaken
Om dit blessureprobleem te verminderen moeten de risicofactoren bekend zijn, die behandeld of verminderd kunnen worden. In onderzoek worden risicofactoren als leeftijd en etniciteit genoemd, maar het blessureverleden is de sterkste voorspeller voor een volgende blessure. Aardig om te weten, maar deze factoren zijn helaas niet te veranderen. Wel beïnvloedbaar zijn elementen waar meer of mindere waarde aan wordt gehecht, zoals gebrekkige flexibiliteit, verminderde spiermassa-spierkracht-spierbalans, gebrekkige warming-up, vermoeidheid en inadequate revalidatie na een blessure.
Daarnaast worden er verschillende afwijkingen beschreven die verband kunnen houden met het ontstaan van de blessures. Het gaat dan met name om een verminderde functie van het gewricht tussen darmbeen en heiligbeen (het SI-gewricht), spierzwakte van de grote bilspier en een verminderde buiging van de enkel. Oudere voetballers en personen met een doorgemaakte hamstringblessure in de voorbije 12 maanden lijken risicogroepen, met meer kans op een hamstringblessure.
Conclusies
Doordat de wetenschappelijke studies van matige kwaliteit zijn is het complexe hamstringprobleem nog niet goed ontrafeld. Mede hierdoor is sprake van een hoge recidiefkans (20-40%). Er zijn al aanwijzingen dat hamstringblessures te verminderen zijn met zowel preseason screening met (isokinetische) spierkrachtmetingen als met balanstraining. Van de balanstraining is aangetoond dat er een duidelijke dosis-response relatie bestaat, dus meer trainen geeft een beter resultaat.



