Gebroken? Maar er is niets gebeurd…
We hebben het allemaal wel eens van nabij meegemaakt, iemand met een botbreuk als gevolg van een ongeval. Velen hebben het zelf aan den lijve ondervonden. Een ongeluk zit in een klein hoekje. Je valt van de fiets en breekt het sleutelbeen. Je komt verkeerd neer uit een sprong en breekt de enkel. Zo zijn er vele voorbeelden te geven. Meestal wordt op de Eerste Hulp gips aangemeten en kan na een periode van 4-6 weken, eventueel gevolgd door een periode van revalidatie, de sportbeoefening worden hervat. Soms is zelfs helemaal geen gips nodig en is rust afdoende. Soms is de breuk zodanig dat een operatie (eventueel gevolgd door gips) noodzakelijk is.
Wat veel minder bekend is, is dat je ook een botbreuk kunt oplopen als gevolg van overbelasting, het zogenaamde vermoeidheidsbreukje. De meest bekende is de marsfractuur, een breukje van één der middenvoetsbeentjes bij militairen als gevolg van het lange marcheren met volle bepakking. Ook in relatie met sporten komen regelmatig vermoeidheidsbreukjes voor, waarschijnlijk veel vaker dan we denken.
Naast de mate van belasting is het ontstaan onder andere afhankelijk van geslacht, type sport, lichaamsbouw, materiaal (bijvoorbeeld oud loopschoeisel) en een voorgeschiedenis van vermoeidheidsbreukjes en blessures.
Vrouwen zijn drie tot vier keer vaker aangedaan dan mannen. Dit komt door het vaker voorkomen van een verminderde botdichtheid, wat weer te maken kan hebben met stoornissen in het eetgedrag (te laag vetpercentage) en de menstruatiecyclus. Vooral hardlopen is een provocerende sport. Meer dan de helft van de vermoeidheidsbreukjes wordt door hardlopen veroorzaakt. Het vermoeidheidsbreukje van het scheenbeen steekt hierbij de kroon. Ze kunnen echter bij vrijwel alle sporten voorkomen, op de meest uiteenlopende locaties. Enkele andere voorbeelden zijn de gebroken rib (roeiers) en de gebroken ruggenwervel (m.n. bij sporten met veel strekkende activiteiten, zoals bijvoorbeeld turnen).
Probleem is dat vermoeidheidsbreukjes vaak niet als zodanig worden onderkend. Dit heeft alles te maken met het klachtenbeeld, dat sterk lijkt op dat van een “normale” overbelastingblessure, zoals bijvoorbeeld een peesoverbelasting. Vaak beginnen klachten na de sportbeoefening, om vervolgens steeds vaker tijdens het sporten op te treden. Slechts in een enkel geval ontstaat een vermoeidheidsbreukje acuut tijdens de sportbeoefening (zonder noemenswaardige aanleiding) en kan er zelfs een krakende sensatie worden gehoord of gevoeld. Ook zijn vermoeidheidsbreukjes vaak niet op normale röntgenfoto’s zichtbaar en is aanvullend onderzoek (in eerste instantie een botscan) noodzakelijk om de diagnose met zekerheid te stellen.
Gelukkig gaan de meeste vermoeidheidsbreukjes over door aanpassing van de belasting, aanschaf van nieuw materiaal (bijvoorbeeld nieuwe loopschoenen) en het doen van specifieke oefeningen. In een aantal gevallen echter zijn, net als bij de “normale” botbreuken, aanvullende behandelvormen (gips, brace, operatie, enzovoort) noodzakelijk om tot volledig herstel te komen.



