- Inleiding
- Dressuur
- Springen
- Eventing
- Endurance
- Mennen
- Aangespannen sport
- Voltige
- Reining
- Bewegings- en belastinganalyse
- Blessures
- Preventieve maatregelen
Inleiding
Paardensport groeit in de wereld. Het is een unieke sport waarbij mens en dier nauw met elkaar samenwerken.
De Koninklijke Nederlandse Hippische Sportfederatie (KNHS) is met ruim 212.000 leden één van de grootste sportbonden van Nederland. De KNHS behartigt de belangen van de aangesloten verenigingen en haar paardensporters, zodat zij de paardensport zo goed mogelijk kunnen beoefenen. Bij de KNHS zijn acht paardensportdisciplines aangesloten: dressuur, springen, eventing, endurance, mennen, aangespannen sport, voltige en reining. De polosport en de draf- en rensport zijn niet bij de KNHS aangesloten. De KNHS richt zich echter niet alleen op sport in wedstrijdverband, maar ook de recreatieve paardensport. In Nederland is de KNHS als sportbond aangesloten bij NOC*NSF en internationaal bij de internationale paardensportbond Fédération Equestre Internationale (FEI).
Dressuur
Dressuur is één van de meest populaire disciplines binnen de paardensport. Samen met springen en eventing is het één van de drie Olympische paardensportdisciplines. Bij dressuurwedstrijden wordt gekeken naar de mate van gymnastisering en beheersing van het paard.
Dressuurwedstrijden worden verreden in een rijbaan die is voorzien van letters. Tijdens de wedstrijden rijden een ruiter en een paard een proef die bestaat uit verschillenden oefeningen. Deze proeven zijn te vinden in het dressuurproevenboekje. Door de letters die langs de rijbaan staan, weet de ruiter of de amazone waar ze de oefeningen moeten uitvoeren. Een jury beoordeelt of de oefening goed is uitgevoerd en geeft hier voor een cijfer variërend van 0 tot 10. De cijfers van de verschillende oefeningen bij elkaar opgeteld geven het resultaat van een proef.
Springen
Springen is net als dressuur één van de meest populaire disciplines en samen met dressuur en eventing een van drie Olympische takken van paardensport. Paard en ruiter moeten een springparcours afleggen waar tussen de 10 en 13 hindernissen zijn opgesteld. Het doel is om dit parcours te springen zonder fouten te maken. Als er bijvoorbeeld een deel van de hindernis omver wordt gegooid (zoals een balk) of het paard weigert, dan worden er strafpunten berekend. Het parcours moet bovendien in een vastgestelde maximumtijd worden gesprongen.
Eventing
Tijdens een samengestelde wedstrijd rijden de combinaties een dressuurproef, een springparcours en een crosscountry (de "cross"). De resultaten van deze onderdelen bepalen samen de uiteindelijke score in de wedstrijd.
De cross is het meest avontuurlijke onderdeel van deze veelzijdige discipline. De cross gaat door weilanden en bossen waarbij natuurlijke hindernissen overwonnen moeten worden. Natuurlijke hindernissen zijn bijvoorbeeld vaste hindernissen, wallen, slootjes, greppels en waterhindernissen. De cross wordt op tijd verreden. Te langzaam rijden levert strafpunten op, maar ook te snel rijden wordt bestraft. Bij de cross is het dragen van een veiligheidshelm en bodyprotector verplicht. Voorafgaand aan de cross vindt er een veterinaire controle plaats.
Endurance
Bij endurancewedstrijden worden er speciaal uitgezette routes gereden met een totale lengte van 25 tot maximaal 160 kilometer. Deze routes worden op tijd gereden en gaan dwars door de vrije natuur. Hoewel endurancewedstrijden op tijd worden gereden, staat het welzijn van het paard voorop.
De deelnemende paarden worden daarom voor, tijdens en na de wedstrijd door een dierenarts gecontroleerd. Endurance is een tak van sport waar hoge prestaties door zowel paard als ruiter worden geleverd, zonder dat prijzengeld een rol speelt. Met name voor de grotere afstanden moeten paard en ruiter goed getraind zijn. Uithoudingsvermogen, samenwerking, vertrouwen en verzorging zijn de sleutelwoorden tijdens alle ritten.
Mennen
Mennen is eigenlijk “Het rijden met paard en wagen”. De discipline 'mennen' bestaat uit drie onderdelen: dressuur, vaardigheid en samengesteld mennen. Er kan worden gereden met een enkelspan, tweespan, tandem of vierspan, zowel met pony's als met paarden.
Bij de dressuurwedstrijden wordt er, net als bij de dressuur onder het zadel, een proef gereden alleen dan met een wagentje erachter.
Bij de vaardigheidswedstrijden is er een parcours uitgezet dat is afgebakend met oranje plastic kegels. Op iedere kegel ligt een (tennis)bal. De menner moet zijn span door dit parcours sturen, zonder de balletjes van de kegels af te rijden. Een goede test op gehoorzaamheid van het paard en de stuurmanskunst van de menner!
Een samengestelde menwedstrijd bestaat uit drie proeven: een dressuurproef, een marathon en een vaardigheidsproef. De marathon bestaat uit 3 trajecten waaronder een hindernistraject , en is een echte publiekstrekker. Vooral waterhindernissen zorgen voor veel spektakel!
Aangespannen sport
Bij de Aangespannen Sport worden de paarden voor de wagen gereden en worden de paarden beoordeeld op hun 'wijze van gaan'. Dat wil zeggen hoe groot het zweefmoment van de draf is, of het paard zijn voorbenen ver genoeg naar voren zet, of hij zijn benen hoog genoeg optilt (knieactie) en zijn achterbenen goed gebruikt (krachtig ondertreedt). Deze draf gaat gepaard met een fiere houding mogelijk gemaakt door een lange verticaal uit de borst komende hals, met voldoende neklengte. Bij meerdere paarden voor de wagen wordt bovendien beoordeeld of de paarden als één geheel optreden en de mate van gelijkheid van kleur, type en bouw. Er kan met een paard voor de wagen worden gereden maar ook met meerdere tegelijk.
Voltige
Bij voltige worden door de voltigeurs gymnastische oefeningen op de rug van een rustig galopperend paard gedaan. Het paard loopt aan een lange lijn, de longe, op een cirkel en heeft een speciale voltigesingel met handvaten om.
Voltigeren draait om ontspanning, souplesse, evenwicht en ritme. Omdat het paard continu beweegt, is het de kunst om de oefeningen zo uit te voeren dat het paard niet in zijn beweging wordt gehinderd. Voltige bevordert het evenwichtsgevoel, de zit en het gevoel van ongedwongenheid en vormt dus ook een goede basis voor het paardrijden. Voltigeren is met name zeer geschikt voor kinderen.
Voltigeren kan zowel in teamverband als solo. Een voltigeteam bestaat uit zes jongens en meisjes in de leeftijd vanaf 6 jaar.
Reining
Reining kan worden gezien als het dressuuronderdeel van het Western rijden. Het verschil met de klassieke dressuur is de grote snelheid waarmee de proefonderdelen worden uitgevoerd. Daarbij is een grote mate van controle vereist aan een zo los mogelijke teugel.
Bij reiningproeven worden er veel onderdelen in galop verreden, waarbij oefeningen en tempowisselingen elkaar snel opvolgen (Run Downs, Stops, Rollbacks, Sliding Stops en Back ups); verder is er nog de Spin (snelle draaiing om de achterhand naar links en rechts). Bij Reining is sprake van strenge reglementen. De jury beoordeelt de proeven op zuiverheid, snelheid en accuratesse van de oefeningen en de gewilligheid van het paard.
Bewegings- en belastinganalyse
Het balanceren op de bewegende paardenrug vereist een juiste basishouding. Het bovenlichaam dient opgericht te worden, echter op een ontspannen wijze. Om een goede vaste zit in het zadel te krijgen moeten de knieën tegen of aan het zadel worden gehouden. Hiervoor dienen de bovenbenen zorg te dragen. Bij ervaren ruiters zijn deze spieren dan ook zeer goed ontwikkeld. De voeten, die rusten op de stijgbeugels dienen recht onder de knieën geplaatst te worden anders kunnen de bewegingen van de paardenrug niet gevolgd worden. Dit is zowel voor het paard als de ruiter extra vermoeiend.
De primaire controle van het paard gaat via het toom, de teugels en het bit. Via het zadel en vooral de stijgbeugels is een secundaire communicatie mogelijk. Al deze materialen dienen goed afgesteld te zijn op de individuele maten omdat anders de juiste houding niet bereikt kan worden.
Gaat het paard over in draf dan worden de op- en neergaande bewegingen van de paardenrug groter. De ruiter moet zich hieraan aanpassen door zich in het ritme van de drafbeweging uit het zadel te laten opveren, net even los van de rug. Hierbij werkt een goed gevoel voor ritme voordelig. De beenzetting van het paard tijdens de galop geeft de ruiter een meer vloeiende beweging. Daarbij is er nog een onderscheid tussen linker en rechter galop te maken.
Heeft men het op- en afstijgen en de juiste houding bij de verschillende gangen onder de knie dan wordt het besturen van het paard verder geoefend, waardoor het mogelijk wordt langzamer te gaan, halt te houden en achteruit te gaan, te wenden en te keren en eventueel figuren te maken.
Pikeurs en jockeys kennen daarbij nog een gewichtsprobleem. Vooral op topniveau is een gewicht van circa 55 kg een noodzaak om het paard zo min mogelijk te belasten. De meeste van hen zijn dan ook voortdurend op dieet om niet te zwaar te worden.
Ook de orthopedische belasting blijft doorgaans binnen de perken en een rijverbod op orthopedische gronden is derhalve een zeldzaamheid. Veel discussie is er in het verleden geweest omtrent de belasting voor de wervelkolom. Tegenwoordig is vrijwel iedereen het erover eens dat met name recreatief paardrijden eerder positief werkt op tal van rugklachten dan negatief. De dynamische krachttraining van buik- en rugspieren door het constante balanceren moet hiervoor verantwoordelijk gesteld worden.
Blessures
Net als bij andere sporten zitten er aan paardrijden ook risico’s. Het gedrag van het paard wordt deels bepaald door de ruiter, maar het is een dier en die blijft een eigen wil houden of kan schrikken van bijvoorbeeld lawaai. Hierdoor doen zich soms onvoorspelbare situaties voor, die een ongeluk tot gevolg kunnen hebben. Toch is het merendeel van de blessures niet de schuld van het paard maar van onzorgvuldigheden van de ruiter.
De meeste ongevallen komen door valpartijen van het paard. Er zijn meerdere oorzaken van valpartijen. Het paard kan ergens van schrikken en daardoor een onverwachte beweging maken, het paard kan weigeren, waarbij de ruiter als het ware naar voren wordt gelanceerd en het paard kan zelf ook vallen, de ruiter meenemend in zijn val.
Gevolgen van dit alles zijn voornamelijk aandoeningen van de bovenste lichaamshelft, zoals het uit de kom raken of breken van de pols, de onderarm, het sleutelbeen, schouder en elleboog.
Een andere bron van acute letsels wordt gevormd door verwondingen die het paard veroorzaakt door trappen of bijten.
Chronische aandoeningen komen minder frequent voor. Overbelastingsletsels van het steun- en bewegingsapparaat komen voornamelijk bij beginners voor en zijn meestal gelokaliseerd in de bovenbenen, de rug en de schouders. Een verkrampte rijstijl is de voornaamste bron van dit soort aandoeningen. Zodra de ruiter eenmaal de goede zit heeft, verdwijnen de klachten snel.
Naast acute en chronische blessures bestaan er allergische reacties op stoffen van het paard.
Preventieve maatregelen
Bij de preventie van blessures door het paardrijden moet de nadruk liggen op het voorkomen van ongelukken.
Een zeer belangrijke taak is daarbij weggelegd voor de maneges en de daar werkzame instructeurs. De Koninklijke Nederlandse Hippische Sportfederatie (KNHS) hecht zeer veel waarde aan een goede opleiding van de instructeurs. Een goede instructeur moet oog hebben voor gevaarlijke situaties en via een goede trainingsopbouw het risico zo veel mogelijk beperken. De manege is verantwoordelijk voor deugdelijk materiaal, dat tijdig wordt vervangen. Ook moet er een goede controle zijn bij het uitlenen van paarden aan derden. Buiten is het paard een verkeersdeelnemer en de rijder moet dan ook de verkeersregels goed in acht nemen. Veiliger is het om buiten in een groep te rijden onder leiding van een instructeur. Kinderen zijn in het verkeer een extra risicogroep en dienen extra goed geïnstrueerd te zijn, alvorens zij buiten mogen rijden. De ruiter zelf is zelf natuurlijk ook verantwoordelijk voor zijn doen en laten. Pas als er sprake is van een goede ruiter-paard verhouding mag men zich op onbekend terrein begeven.
De kleding kan eveneens een preventieve werking hebben. Zeer belangrijk daarbij is het dragen van een goed passende veiligheidshelm, die een beschermende werking heeft tegen letsels van schedel en hersenen. De rijlaarzen beschermen de onderbenen en moeten goed passen in de stijgbeugels, zodat doorschieten wordt voorkomen.



