
Voetbal en blessures
- Cijfers voetbalblessures
- Waarom is voetbal een blessuregevoelige sport?
- Welke risico's loop je als voetballer?
- Waardoor ontstaan voetbalblessures?
- Hoe voorkom je voetbalblessures?
- 'The 11': blessurepreventieprogramma (FIFA)
- Voetbal Blessure Vrij: alle informatie over het behandelen van voetbalblessures
én het voorkomen van voetbalblessures (Eerste hulp bij sportongevallen)
Acute blessures
- Kneuzingen
- Verstuikingen
- Meniscus
- Spierverrekkingen/spierscheuringen (bv. hamstring)
- Hersenschudding
Chronische overbelastingletsels
- Liesblessures
- Kniepeesontsteking
- Shin splints
- Achillespeesontsteking
- Ziekte van Osgood-Schlatter
- Ziekte van Sever
Cijfers voetbalblessures
Uit cijfers blijkt dat voetbal de sport is met de meeste blessures in Nederland. Dit heeft te maken met een aantal specifieke kenmerken van de voetbalsport. Er zijn twee soorten voetbalblessures: acute blessures (zoals kneuzingen, spierverrekkingen of -scheuringen en gewrichtsverstuikingen)
en chronische overbelastingblessures (zoals liesblessures, kniepees- en achillespeesontstekingen).
Niet iedereen die voetbalt loopt evenveel risico geblesseerd te raken. En voetbalblessures kunnen verschillende oorzaken hebben. Het risicovolle gedrag van voetballers is hiervan de belangrijkste. Fair play voorkomt blessures. Maar ook een geleidelijke trainingsopbouw en het verbeteren van je techniek zijn voorbeelden van blessurepreventie.
- Per jaar zijn er naar schatting 580.000 voetbalblessures in Nederland.
- Circa 250.000 voetbalblessures moeten jaarlijks worden behandeld door een arts en/ of (sport)fysiotherapeut.
- Ook relatief gezien scoort voetbal hoog: 3.7 blessures per 1.000 uren voetbal.
- 81% van alle voetbalblessures zijn beenblessures.
- De meeste voetbalblessures zijn aan de enkel (30%), de knie (22%), het bovenbeen (10%) en het onderbeen (9%).
- Gecorrigeerd voor de tijdsbesteding worden de meeste blessures opgelopen bij voetbalwedstrijden
Waarom is voetbal een blessuregevoelige sport?
Voetbal heeft een aantal kenmerken waardoor je als speler een hoog risico loopt op blessures:
1. Voetbal is een contactsport. Door het onvermijdelijke contact met je tegenstander loop je kans om geblesseerd te raken.
2. Voetbal is een technische sport. Als voetballer moet je baltechniek, looptechniek en sprongtechniek bezitten. Onvoldoende techniek kan voor blessures zorgen.
3. Voetbal vereist een goede conditie. Uithoudingsvermogen, kracht, snelheid, wendbaarheid en lenigheid zijn essentieel voor een voetballer. Als deze zaken niet goed ontwikkeld zijn, kan dit blessures veroorzaken
Welke risico's loop je als voetballer?
Niet iedere voetballer loopt evenveel kans geblesseerd te raken. En ook het soort blessure en de plek van de blessure op het lichaam verschilt. Dit is afhankelijk van je leeftijd, je geslacht en het niveau waarop je voetbalt. Maar ook van je positie in het veld en of je in de zaal of buiten voetbalt.
Een paar voorbeelden:
- In het topvoetbal komen relatief veel overbelastingblessures voor, zoals liesblessures, achillespeesblessures en hamstringblessures.
- In het zaalvoetbal is de enkelverstuiking de meest voorkomende blessure.
- Bij de jeugd ontstaan er soms blessures door tijdelijke groeistoornissen van het skelet.
- Keepers hebben relatief meer blessures aan schouder, elleboog, pols en vingers.
- Het blessure-risico in het betaald voetbal is het hoogst van allemaal. Want hoe belangrijker de resultaten worden, hoe risicovoller spelers zich gaan gedragen. Dat is ook precies de reden waarom de meeste blessures ontstaan tijdens het spelen van een voetbalwedstrijd.
Waardoor ontstaan voetbalblessures?
Het risicovolle gedrag van voetballers is de belangrijkste oorzaak van blessures. Vooral de sliding tackle levert veel risico op, zowel voor de gever als de ontvanger. Vooral tijdens duels om de bal ontstaan (bewust en onbewust) veel contactblessures.
Naast het risicovolle gedrag van spelers zijn er nog een aantal andere oorzaken waardoor voetbalblessures kunnen ontstaan:
- Onvoldoende conditie (bijvoorbeeld bij terugkeer van vakantie, ziekte of een blessure).
- Eerdere spier- en gewrichtsblessures waardoor spierverkortingen, een tekort aan spierkracht en instabiliteit van de gewrichten kunnen ontstaan.
- Een te hoge belasting tijdens trainingen en wedstrijden.
- Onvoldoende gebruik van beschermende uitrusting (scheenbeschermers, braces, taping, voetbalschoenen) .
- De toestand van het speelveld.
Hoe voorkom je voetbalblessures?
Veel voetbalblessures ontstaan tijdens wedstrijden.. Daarom is 'fair play' het belangrijkste middel om blessures te voorkomen. Hou je dus als speler aan de sportiviteitregels, toon respect voor je tegenstander en speel volgens de bedoelingen van het spel en de spelregels van de KNVB. Ook de trainer/coach en de scheidsrechter kunnen een belangrijke rol spelen bij het voorkomen van voetbalblessures. Door spelers steeds te wijzen op risicovol gedrag en ze waar nodig te corrigeren en disciplinair te straffen.
Naast 'fair play' zijn er nog een aantal andere zaken die voetbalblessures kunnen voorkomen
:
- Een goede warming-up bij trainingen en wedstrijden
- Een geleidelijke trainingsopbouw (vooral in de voorbereiding op de competitie).
- Het verbeteren van je voetbaltechniek en je voetbalvaardigheden.
- Speciale aandacht voor balansoefeningen tijdens de training en de warming-up.
- Goed passende scheenbeschermers.
- Goed passende voetbalschoenen met voldoende ondersteuning, die afgestemd zijn op de ondergrond waarop je speelt (gras, kunstgras of zaalvloer).
- Tapen of bracen van enkels na een net herstelde verstuiking en enkels met een blijvende zwikneiging
- Goede veiligheid op en rond het veld: egale velden, geen hinderlijke obstakels, goed verankerde verplaatsbare doelen, niet voetballen bij risicovol weer (vorst, onweer, mist, veel neerslag).
'The 11': blessurepreventie-programma (FIFA)
De wereldvoetbalbond FIFA heeft, op basis van uitgebreid onderzoek, een blessurepreventie-programma, genaamd the 11, ontwikkeld. Het programma bestaat uit tien oefenvormen en informatie over 'fair play'.
Doel van de oefeningen is om de beheersing van je romp, knie- en enkelgewrichten te verbeteren en om je wendbaarheid en explosiviteit te vergroten. Voor sommige oefeningen heb je een bal nodig. De oefeningen worden zowel alleen als met 2-tallen uitgevoerd. Je kunt ‘the 11’ in tien tot 15 minuten afwerken, bijvoorbeeld als aanvulling op de warming-up. Inmiddels is er een nieuwe versie van het programma verschenen: 'the 11 plus'.
Klik om het FIFA blessurepreventie-programma te bekijken.
Voetbal Blessure Vrij: alle informatie over het behandelen van voetbalblessures
én het voorkomen van voetbalblessures.
Bij blessurevrij voetballen zijn 2 zaken van groot belang: het behandelen van voetbalblessures én het voorkomen van voetbalblessures.
In de uitgave ‘Voetbal Blessure Vrij’ vindt u de belangrijkste informatie over het voorkomen van voetbalblessures. Tips bij het kopen van voetbalschoenen, maar ook hoe weer te beginnen na een blessure. Heeft u toch een blessure opgelopen dan is een goede en snelle Eerste Hulp Bij Sport Ongevallen (EHBSO) heel belangrijk. Het herstel van een blessure begint namelijk al op het moment dat de eerste hulp wordt geboden. De uitgave behandelt de belangrijkste informatie, die nodig is voor eerste hulp bij voetbalblessures. Stapsgewijs leest u voor wat u moet doen om erger te voorkomen.
Onmisbaar voor trainers, coaches, teambegeleiders, verzorgers, scheidsrechters en bestuursleden!
Er is ook een ‘Sport Blessure Vrij’ uitgave beschikbaar.
Het document ‘Voetbal Blessure Vrij’ is een uitgave van de Vereniging voor Sportgeneeskunde (VSG), Consument en Veiligheid en de KNVB. In samenwerking met Het Oranje Kruis en NOC*NSF.
Acute blessures
Kneuzingen
Een kneuzing is een beschadiging van het weefsel onder je huid. Een kneuzing ontstaat door direct inwerkend geweld op je lichaam. Bijvoorbeeld door een trap tegen je onderbeen of een knietje in je bovenbeen. Bij een kneuzing ontstaan vaak zwelling, pijn en bloeduitstorting.
Een kneuzing kan vrij oppervlakkig zijn, dan beperkt de schade zich tot je huid en onderhuids bindweefsel. In zo'n geval kun je vaak nog wel doorspelen. Maar de schade kan zich ook uitbreiden naar dieper gelegen delen zoals spieren, pezen, botten en slijmbeurzen. Dan is doorspelen vaak niet meer mogelijk.
- Geef het getroffen been direct rust
- Beweeg het been zo min mogelijk
- Leg een drukverband aan op de plaats van de kneuzing
- Leg het been omhoog
- Koel het been, bijvoorbeeld met een dichtgeknoopte plastic zak met ijsblokjes en een scheutje water. De ideale koeltemperatuur ligt dan tussen 0-7 º C. Koel gedurende een aaneengesloten periode van 15 minuten, die verdeeld over de dag 4-6 keer kan worden herhaald. Het gebruik van zogenaamde cold-packs die in de diepvries (-24º C) bewaard worden, moet door het risico op plaatselijke bevriezingsverschijnselen vermeden worden.
Ga niet door met voetballen als de pijn aanhoudt, of de zwelling te groot is. Heb ja na vier of vijf dagen nog steeds veel pijn, ga dan naar de dokter om te kijken of er misschien meer aan de hand is dan alleen een kneuzing.. De verdere behandeling van een kneuzing gebeurt volgens het revalidatieprotocol. Afhankelijk van de ernst van een kneuzing kan je binnen enkele dagen tot enkele weken weer voetballen.
- Zorg voor een goede beschermende sportuitrusting, zoals goede voetbalschoenen, goed passende scheenbeschermers, keepershandschoenen, keepersbroek en dergelijke.
- Voetbal heel geconcentreerd en let goed op waar je tegenstanders en medespelers zich bevinden.
- Neem geen onnodige risico’s in een wedstrijd. Zo is een sliding tackle een noodmaatregel, die je bij uitzondering moet uitvoeren en zeker niet op het middenveld.
- Fair play: toon respect voor je tegenstander en speel volgens de bedoelingen van het spel en de spelregels van de KNVB.
Verstuikingen
Een verstuiking is een beschadiging van een gewricht. De beschadiging betreft vooral de gewrichtsbanden.Een verstuiking ontstaat als er meer beweging in een gewricht komt dan eigenlijk mogelijk is..Bij een verzwikking is er sprake van een lichte verstuiking met gering inwerkend geweld en weinig schade aan het weefsel. De meest ernstige vorm van verstuiking is de ontwrichting, waarbij het verband tussen de botstukken van het gewricht helemaal verloren is gegaan. Hierbij is sprake van ernstige schade van het bandapparaat van het gewricht.
- Voetballers
Voetballers hebben vooral kans op een verstuiking van een gewricht van het been. Je kunt hierbij denken aan je kniegewricht, je enkelgewricht of de gewrichten van je voet. Een verstuiking van een van deze gewrichten ontstaat bij voetballers vaak door:- Een verkeerde landing na een sprong
- Plotseling afremmen vanuit een sprint
- Een plotselinge draaibeweging die soms geblokkeerd wordt door een tegenstander of door fixatie van de noppen van je voetbalschoen in de grond
- Een sliding tackle
- Je verstappen (kuiltje in het veld, te stroeve zaalvloer)
- Keepers
Keepers hebben daarentegen vooral kans op verstuikingen van een schoudergewricht, een ellebooggewricht, een polsgewricht of vingergewrichten. Deze verstuikingen ontstaan voornamelijk door valpartijen, verkeerd contact met de bal en contact met een tegenstander of medespeler.
Heb je al eens een verstuiking opgelopen, dan heb je daarna een grotere kans dat je het getroffen gewricht weer verstuikt. Dit hangt samen met blijvende speling op het bandapparaat en onvoldoende herstel van de actieve controle over het gewricht.
Voor een snel herstel van de verstuiking is eerste hulp noodzakelijk. Denk daarbij
aan de volgende punten:
- Geef het getroffen gewricht direct rust
- Beweeg het gewricht zo min mogelijk
- Leg een drukverband aan op de plaats van de verstuiking
- Houd of leg het verstuikte gewricht omhoog
- Koel het verstuikte gewricht bijvoorbeeld met een dichtgeknoopte plastic zak met ijsblokjes en een scheutje water. De ideale koeltemperatuur ligt dan tussen 0-7 º C. Koel gedurende een aaneengesloten periode van 15 minuten, die verdeeld over de dag 4-6 keer kan worden herhaald. Het gebruik van zogenaamde cold-packs die in de diepvries (-24º C) bewaard worden, moet door het risico op plaatselijke bevriezingsverschijnselen vermeden worden.
Verdere aandachtspunten bij het behandelen van een verstuiking:
- Ga niet door met voetballen als de pijn aanhoudt of de zwelling te groot is. Heb ja na vier of vijf dagen nog steeds veel pijn en kun je nog steeds niet op je been staan, ga dan naar de dokter om te kijken of er misschien iets gebroken is.
- Is het gewricht uit de kom, ga dan direct naar een spoedeisende eerste hulp afdeling van een ziekenhuis of naar een huisartsenpost. Daar bekijkt men er iets gebroken is en wordt het gewricht weer in de kom gezet.
- Zijn de gewrichtsbanden volledig doorgescheurd, dan is een operatie soms onvermijdelijk. Het beste resultaat wordt geboekt als deze operatie binnen 10 dagen na het ongeval verricht wordt.
- De verdere behandeling en de revalidatie gebeurt volgens het revalidatieprotocol (klik hier). Afhankelijk van de ernst van een verstuiking kan je binnen enkele weken tot enkele maanden weer voetballen.
Bij letsel aan de voorste kruisband in de knie, duurt het na een operatie zeker wel een half jaar voordat je weer kan voetballen.
Een verstuiking is lang niet altijd te voorkomen. Maar er zijn wel een paar dingen die je als voetballer kan doen om de kans op een verstuiking te beperken:
- Zorg voor een goed beschermende sportuitrusting, zoals goede voetbalschoenen met onder andere juiste aanpassing nophoogte aan de toestand van het speelveld , goed passend
e scheenbeschermers, keepershandschoenen, keepersbroek en dergelijke. - Voetbal heel geconcentreerd en let goed op waar je tegenstanders en medespelers zich bevinden.
- Neem geen onnodige risico's in een wedstrijd. Zo is een sliding tackle een noodmaatregel, die je bij uitzondering moet uitvoeren en zeker niet op het middenveld.
- Fair play: toon respect voor je tegenstander en speel volgens de bedoelingen van het spel en de spelregels van de KNVB
- Besteed extra aandacht aan balansoefeningen voor knie-en enkelgewricht (zie FIFA the 11 programma). Dit geldt zeker voor spelers die al eens een verstuiking van deze gewrichten opgelopen hebben.
- Tapen of bracen van instabiele enkels met regelmatig optredende zwikneigingen bij voetbal
- Tapen van duim- of vingergewrichten na doorgemaakte verstuikingen (keepers)
- De voetbalvereniging moet tenslotte zorgen voor een goed onderhoud van de velden. Speciaal moet hierbij gelet worden het feit dat de velden egaal zijn.
Meniscusletsels
Bij voetballers komen meniscusblessures relatief vaak voor. Daarom noemt men het soms ook wel een voetbalknie. En hoe hoger de belasting, des te groter het risico. Vandaar dat veel betaald voe
tbalspelers vroeg of laat een meniscusblessure oplopen.
Een knie heeft een binnen- en buitenmeniscus. Een meniscus is een schijfje van soepel kraakbeen in de vorm van een halve maan. De binnen- en buitenmeniscus zorgen voor:
- Het opvangen van de drukbelasting in de knie
- Stabiliteit van de knie
- Voeding van het gewrichtskraakbeen
- Smering van de knie
Als voetballer maak je veel kap- en draaibewegingen, die vaak met grote kracht uitgevoerd worden. Als je knie een krachtige draaibeweging maakt, kan er opeens een meniscusletsel ontstaan. Als je voet met je onderbeen dan te ver naar buiten draait ten opzichte van het bovenbeen, wordt doorgaans de binnenmeniscus beschadigd. Draait je onderbeen te ver naar binnen, dan kan de buitenmeniscus beschadigd raken. De binnenmeniscus raakt veel vaker beschadigd, omdat deze stevig vast zit aan het gewrichtskapsel. Hierdoor geeft de meniscus veel minder mee als er onverwacht grote kracht op uitgeoefend wordt. Bij een verstuiking van de knie met letsel van het bandapparaat kan soms ook een meniscus beschadigd raken.
Naast acute meniscusblessures zijn er ook meniscusblessures die geleidelijk ontstaan. Dit is een soort van materiaalmoeheid; kleine haarscheuren in de meniscus die op den duur klachten veroorzaken.
Als je knie na een ongeval de volgende dag gezwollen is of als je knie na het voetballen regelmatig dik is, kan dat een meniscusblessure zijn. Ook als je je knie niet meer goed kan buigen of strekken, of je knie op slot zit, of pijn doet, kan dat wijzen op een meniscusletsel. Maar de diagnose kan pas echt gesteld worden op basis van je klachten, lichamelijk onderzoek en soms noodzakelijk aanvullend beeldvormend onderzoek (röntgenonderzoek, MRI)
Als de combinatie van je klachten en de bevindingen bij lichamelijk onderzoek ondubbelzinnig wijst op een meniscusletsel, hoeft er geen MRI-onderzoek plaats te vinden. Je kan dan direct op de opnamelijst voor een kijkoperatie geplaatst worden. Als een knie echt op slot zit en dit niet verholpen kan worden, moet de kijkoperatie binnen enkele dagen plaatsvinden. Dit om kraakbeenschade in de knie te voorkomen.
Het doel van een kijkoperatie is zo min mogelijk schade aan het kniegewricht toe te brengen en zoveel mogelijk van de beschadigde meniscus (en dus van zijn functie) te behouden.
Tijdens de kijkoperatie verwijdert men het gescheurde gedeelte van de meniscus. Een andere mogelijkheid is dat de chirurg probeert het beschadigde deel te hechten. Dit hangt bijvoorbeeld af van het type meniscusscheur, de plaats waar de scheur zich bevindt, hoe groot de scheur is en andere schade in de knie.
Hoe een voetballer er na een kijkoperatie aan toe is verschilt per persoon. Dit hangt onder andere af van het type meniscusscheur, bijkomende schade in de knie (kraakbeen, bandapparaat), de manier van opereren en de reactie op de revalidatie. Het revalidatieprogramma is dus maatwerk en dient zorgvuldig gepland te worden. Een goed revalidatieprogramma:
- Moet voldoende flexibel zijn
- Heeft realistische doelstellingen
- Moet aangepast worden aan de kenmerken en mogelijkheden van de voetballe
r - Vereist teamwork van de chirurg, de voetballer, de fysiotherapeut, de verzorger en de trainer/coach.
- Kent geen tijdsdruk
Behandelaars, trainer/coach en speler moeten goed rekening houden met de reactie van het kniegewricht bij de opbouw van de belasting. Als je overstapt naar een hoger belastingsniveau en je knie doet pijn of zwelt op, blijf dan nog tijdelijk oefenen op het niveau van belasting die je knie goed verdraagt.
Het revalidatieprogramma bij een meniscusoperatie bestaat uit een aantal fasen:
- De periode voor de operatie
Voor de operatie moeten je knie en je spieren in zo'n optimaal mogelijke conditie zijn. Want hoe beter je conditie, des te sneller verloopt je revalidatieproces na de kijkoperatie. In deze fase probeert men daarom de zwelling zo goed mogelijk te bestrijden. Ook wordt bekeken hoe je het best de kracht van je bovenbeenspieren op peil kan houden. En soms kan je via alternatieve trainingsvormen (zoals fietsen en aquajoggen) werken aan je algemene conditie.
- De periode direct na de operatie
Direct na de operatie probeert men voornamelijk de pijn te bestrijden en de zwelling te verminderen. Meestal krijg je in de weken na de operatie ontstekingsremmende en pijnstillende medicijnen. Hierdoor kan je je knie vaak weer sneller normaal bewegen. Ook heb je minder last van zwellingen en krijg je sneller je spierkracht terug. De zwelling wordt verder bestreden met ijspakkingen en elastische drukverbanden. Als de pijn en de zwelling afneemt, krijg je weer een betere controle over je been en kan je een stapje verder gaan in het revalidatieproces.
Het herwinnen van de bewegelijkheid in je knie gebeurt in deze fase meestal met behulp van een (sport)fysiotherapeut. Direct na de operatie beweeg je je voort op krukken, waarbij je je knie volledig ontlast. Je mag je knie (met krukken) weer gaan belasten, als:
- Je het been gestrekt kan heffen
- De pijn en de zwelling bijna geheel weg zijn
- Je voldoende spierkracht en beheersing van je knie hebt
Als je zonder pijn kan wandelen, mag je de krukken wegdoen (meestal na een tot twee weken). De krachttraining bestaat in deze fase voornamelijk uit statische, spierversterkende oefeningen.
Als je de statische krachttraining pijnvrij kunt uitvoeren, gaat de fysiotherapeut over naar dynamische vormen van krachttraining. In deze fase doe je eerst oefeningen onbelast in een gesloten keten (o.a. leg press). Vervolgens onbelast in een open keten (leg extension, hamstringcurls) en uiteindelijk ook belast in een gesloten keten (o.a. squatten).
Als je je knie volledig en pijnvrij kan bewegen en je 4-hoofdige dijbeenspier weer voldoende kracht bezit, mag je beginnen met functionele oefeningen. Functionele oefeningen zijn onder andere fietsen, aquajoggen, balansoefeningen en uitvalspassen.
De laatste fase van je revalidatieprogramma begint met het hervatten van de looptraining. Eerst ga je joggen en doe je een rustige duurloop in een rechte lijn. Daarnaast werk je aan je looptechniek.
Na verloop van tijd voer je geleidelijk de loopsnelheid op en ga je ook je wendbaarheid trainen.
Daarna hervat je de training met de bal: passen, trappen, dribbelen met de bal, drijven met de bal en oefenen van kap-en draaimoment. Vervolgens kan je geleidelijk weer meedoen met de groepstraining. Eerst doe je alleen lichte combinatieoefeningen. Daarna ook de zwaardere combinatieoefeninge
n en vervolgens kan je weer meedoen met partijspelen. Uiteindelijk kan je dan via invalbeurten weer volledige wedstrijden gaan spelen. Het is wel verstandig in deze fase door te gaan met krachttraining en stabiliserende oefeningen voor je knie.
Meniscusletsels zijn lang niet altijd te voorkomen. Maar er zijn wel een paar dingen die je als voetballer kan doen om de kans op een meniscusblessure te beperken:
- Zorg voor goed op de toestand van het speelveld aangepaste voetbalschoenen
- Voetbal heel geconcentreerd en let goed op waar je tegenstanders en medespelers zich bevinden.
- Neem geen onnodige risico's in een wedstrijd. Zo is een sliding tackle een noodmaatregel, die je bij uitzondering moet uitvoeren en zeker niet op het middenveld.
- Fair play: toon respect voor je tegenstander en speel volgens de bedoelingen van het spel en de spelregels van de KNVB
- Besteed extra aandacht aan balansoefeningen voor het kniegewricht (zie FIFA the 11 programma). Dit geldt zeker voor spelers die al eens een verstuiking van dit gewricht opgelopen hebben.
- Zorg voor een goede revalidatie na een eerder doorgemaakte knieblessure met specifieke aandacht voor de ontwikkeling van goede kracht van de bovenbeenspieren en een goede balansbeheersing van de knie
De voetbalvereniging moet tenslotte zorgen voor een goed onderhoud van de velden. Speciaal moet hierbij gelet worden het feit dat de velden egaal zijn.
Spierverrekkingen /spierscheuringen
Voetbal is een explosieve sport. Kenmerkend voor voetbal zijn: veel korte sprints en versnellingen, plotseling remmen of van richting veranderen en met veel kracht trappen tegen de bal. Daarom is het niet verwonderlijk dat voetballers vaak last hebben van spierverrekkingen en spierscheuringen.
Een spierverrekking is een blessure waarbij de spiervezels worden uitgerekt. Je voelt pijn die je over de hele lengte van je spier voelt en meestal niet goed kan plaatsen Bij een spierscheuring voel je een plotselinge, vlijmscherpe pijn. Een spier kan volledig of gedeeltelijk gescheurd zijn.
Kwetsbare spieren bij voetballers zijn:
- De aanvoerende spieren ( lies, binnenzijde bovenbeen)
Letsels van de aanvoerende spieren ontstaan vaak als je met de binnenzijde van je voet met grote kracht tegen de bal trapt. Ook bij het plotseling veranderen van richting waarbij je standbeen wegglijdt, ontstaan nogal eens blessures aan de aanvoerende spieren. - De 4-koppige dijbeenspier ( voorzijde bovenbeen)
Blessures aan de 4-koppige dijbeenspier ontstaan vaak als je een bal met de wreef trapt. Bijvoorbeeld bij het geven van een lange pass of bij het afwerken op de goal. - De hamstrings ( achterzijde bovenbeen)
Hamstringblessures loop je meestal op bij starts en sprints of als je plotseling afremt. - De kuitspieren (onderbeen)
Kuitspierblessures ontstaan meestal door sprinten en springen.
Spierblessures worden vaak veroorzaakt door:
- Eerdere blessures aan dezelfde spier met onvoldoende herstel van kracht en lenig
heid of littekenvorming in de spier - Onvoldoende warming-up
- Vermoeidheid en overbelasting
- Onvoldoende lenigheid
- Onvoldoende kracht na periode van onderbreking van de voetbalactiviteiten door vakantie, ziekte, blessures of andere zaken
Voor een snel herstel van de verrekte of gescheurde spier is eerste hulp noodzakelijk. Denk daarbij aan de volgende punten:
- Geef de getroffen spier direct rust
- Beweeg de spier zo min mogelijk
- Leg een drukverband aan op de plaats van de verrekking of de scheur
- Houd of leg de gekwetste plek omhoog
- Koel de getroffen spier, bijvoorbeeld met een dichtgeknoopte plastic zak met ijsblokjes en een scheutje water. De ideale koeltemperatuur ligt dan tussen 0-7 º C. Koel gedurende een aaneengesloten periode van 15 minuten, die verdeeld over de dag 4-6 keer kan worden herhaald. Het gebruik van zogenaamde cold-packs die in de diepvries (-24º C) bewaard worden, moet door het risico op plaatselijke bevriezingsverschijnselen vermeden worden.
De verdere behandeling en de revalidatie gebeuren volgens het revalidatieprotocol (klik hier). Bij meer ernstige spierblessures is het raadzaam om onder begeleiding van een (sport) fysiotherapeut te revalideren. Een volledig doorgescheurde of afgescheurde spier moet soms operatief hersteld worden.
Het herstel van een spierblessure varieert van een week (spierverrekking) tot enkele maanden (ernstige spierscheuring).
Spierverrekkingen/spierscheuringen zijn lang niet altijd te voorkomen. Maar er zijn wel een paar dingen die je als voetballer en begeleiding kan doen om het risico te beperken:
- Zorg voor een goede warming-up bij trainingen en wedstrijden. De wereldvoetbalbond FIFA heeft ter voorkoming van blessures een aanvullend programma met speciale oefeningen ontwikkeld: 'the 11'.
- Zorg voor een goede cool- down bij trainingen en wedstrijden.
- Zorg voor een goede dosering van de wedstrijdbelasting en de trainingsbelasting.
- Zorg voor een goede lenigheid
- Zorg voor een goede opbouw van de spierkracht na een periode van inactiviteit door vakantie, ziekte, blessures of andere zaken
Als meest voorkomende spierblessures in de voetbalsport worden apart nog de hamstringblessure en de kuitspierblessure behandeld.
De hamstrings zijn de spieren aan de achterzijde van je bovenbeen. Een hamstringblessure is een beschadiging van het weefsel van een van de hamstrings. Hamstringblessures ontstaan meestal als je explosief start, sprint of als je plotseling afremt. Hamstringblessures komen voornamelijk voor bij seniorenspelers in het betaald voetbal en de top van het amateurvoetbal. Zo zijn 12% -16% van alle blessures in het betaald voetbal hamstringblessures. Van de drie hamstrings is de 2-koppige spier (de biceps) verreweg het meest geblesseerd.
Waardoor wordt een hamstringblessure veroorzaakt?
Je loopt een grotere kans op een hamstringblessure naarmate je ouder wordt, of als je al een keer zo\\\'n blessure gehad hebt. Andere mogelijke oorzaken zijn:
- Een onbalans in de krachtsverhouding tussen de hamstrings en de quadriceps (de dijbeenspier aan de voorkant van je bovenbeen)
- Een verschil in spierkracht van de hamstrings in je linker en je rechterbeen
- Onvoldoende lenigheid
- Onvoldoende warming-up
- Vermoeidheid en overbelasting
Iedereen kent het beeld van de voetballer die plotseling met een schreeuw van pijn zijn sprint afbreekt en hinkend probeert tot stilstand te komen of valt. Meestal voel je dan een heftige pijnlijke verkramping van je hamstring. Als je probeert de spier te rekken of de spier actief aan te spannen kun je pijn provoceren. Na een paar dagen kan er een bloeduitstorting op de achterkant van je bovenbeen ontstaan.
Hoe kan een hamstringblessure behandeld worden?
Voor een snel herstel van de verrekte of gescheurde spier is eerste hulp noodzakelijk. Denk daarbij aan de volgende punten:
- Beweeg de hamstring zo min mogelijk. Bij lichte hamstringblessures kan je overigens soms nog wel pijnvrij wandelen.
- Leg een drukverband aan op de plaats van de blessure.
- Koel de getroffen hamstring, bijvoorbeeld met een dichtgeknoopte plastic zak met ijsblokjes en een scheutje water. De ideale koeltemperatuur ligt dan tussen 0-7 º C. Koel gedurende een aaneengesloten periode van 15 minuten, die verdeeld over de dag 4-6 keer kan worden herhaald. Het gebruik van zogenaamde cold-packs die in de diepvries (-24º C) bewaard worden, moet door het risico op plaatselijke bevriezingsverschijnselen vermeden worden.
Je hoeft met een hamstringblessure niet naar de eerste hulp afdeling van een ziekenhuis. Na het weekend kun je de blessure desgewenst door de huisarts of een (sport)fysiotherapeut laten beoordelen. Bij topsporters wordt de blessure meestal bekeken door de clubarts en/of (sport)fysiotherapeut. Als je dan nog last hebt van heftige pijn en/of verkramping, krijg je soms pijnstillers en ontspanning gevende medicijnen voorgeschreven.
Aanvullend onderzoek met echografie of MRI gebeurt alleen als men vermoedt dat je geopereerd moet worden, omdat de hamstring volledig door- of afgescheurd is. Zo'n operatie dient binn
en tien dagen na het ontstaan van de blessure plaats te vinden. In de topsport wordt dit onderzoek sneller verricht. Men wil dan inzicht krijgen in de ernst van het letsel, waardoor een prognose gemaakt kan worden wat betreft de tijd nodig tot terugkeer in de wedstrijdsituatie.
Het doel van de revalidatie is dat de gekwetste hamstring volledig herstelt en dat je je weer optimaal kunt bewegen. Je wilt immers weer op je oude niveau kunnen voetballen. De revalidatie verschilt van enkele weken (bij een lichte overrekking) tot drie maanden als de hamstring volledig door- of afgescheurd is en je geopereerd moet worden. De operatie moet liefst binnen een week na het ontstaan van de blessure plaatsvinden.
De revalidatie moet bij voorkeur plaats vinden onder begeleiding van een (sport)fysiotherapeut. In het begin ligt de nadruk op pijnbestrijding en ontspanning. Daarna staat oefentherapie centraal.
Zaken die in het revalidatieprogramma aan de orde moeten komen zijn:
In de eerste dagen na de hamstringblessure ligt het accent op:
- Alternatieve sportbeoefening (bijvoorbeeld fietsen, zwemmen, aquajoggen)
- Mobiliserende oefeningen voor de lage rug en de bekkengewrichten
- Pijnvrij aanspannen, ontspannen en rekken van de hamstrings
- Romp- en bekkenstabiliserende oefeningen
Soms is het verstandig tijdelijk een ontlastende bandage te dragen als je wilt wandelen.
De eerstvolgende weken moet aandacht besteed worden aan de volgende zaken:
- Krachttraining van de hamstrings (pijnvrij)
- Rekoefeningen voor de hamstrings (pijnvrij)
- Spierversterkende oefeningen voor de bilspieren
- Geleidelijk weer opbouwen van de looptraining qua duur en intensiteit
- Specifieke voetbaltraining; eerst individueel en later weer in de groep
Een goede revalidatie beperkt de kans dat de hamstringblessure terugkomt. Meestal kan je na vier tot zes weken weer meetrainen met de groep. Na zes tot acht weken kan je weer meedoen aan de wedstrijden.
Het is verstandig om de eerst drie maanden na de hamstringblessure nog 2x per week een aantal extra oefeningen te blijven doen:
- Stabiliserende oefeningen voor romp en bekken
- Krachttraining voor de hamstrings
- Aanspan-, ontspan-, en stretchingoefeningen voor de hamstrings
Hamstringblessures zijn lang niet altijd te voorkomen. Maar er zijn wel een paar dingen die je als voetballer en begeleiding kan doen om het risico te beperken:
- Zorg voor een goede warming-up bij trainingen en wedstrijden. De wereldvoetbalbond FIFA heeft ter voorkoming van blessures een aanvullend programma met speciale oefeningen ontwikkeld: 'the 11'.
- Zorg voor een goede dosering van de wedstrijdbelasting en de trainingsbelasting.
- Zorg voor een goede cool- down bij trainingen en wedstrijden. Via stretchingtechnieken kan je de hamstrings ontspannen en weer op de juiste lengte brengen.
- Zorg voor voldoende ontwikkeling van kracht van de hamstrings na een periode van inactiviteit en onderbreking van je voetbalactiviteiten door vakantie, ziekte, (hamstring)blessures of andere zaken
Kuitspierblessures treden regelmatig op bij een explosieve sport als voetbal. De ernst van de klachten verschilt sterk.Van een lichte schade aan enkele spiervezels tot aan een totale spierscheuring.
Een plotselinge overrekking of doorscheuring van de kuitspier noem je ook wel een zweepslag. Zweepslagblessures ontstaan meestal als je explosief start, sprint, springt of als je plotseling afremt. Een zweepslag treedt meestal op in spieren die hun functie uitoefenen over twee gewrichten. Voorbeelden hiervan zijn de hamstring, de rechte dijbeenspier en de kuitspier. Een zweepslag komt het meest voor bij topsporters die (te) veel trainen. Ook voetballers die ouder zijn dan 35 jaar behoren tot de risicogroep.
Oorzaken
Een zweepslag ontstaat vaak door een combinatie van factoren, zoals:
- Houdingafwijkingen (knikvoet, platvoet, holvoet)
- Instabiliteit van de enkel
- Een te snelle, te intensieve of te eenzijdige trainingsopbouw
- (Over)vermoeidheid
- Een slechte doorbloeding van de spier bijvoorbeeld door onvoldoende warming-up of een koude omgeving
- Een verkorte of stijve spier
- Eerder doorgemaakt spierletsel waarbij onvoldoende revalidatie heeft plaatsgevonden of waarbij veel littekenweefsel is ontstaan
- Overgewicht
Bij een zweepslag voel je een stekende pijn of een hevige kramp bij het aanspannen of rekken van je kuitspier. Als alleen enkele spiervezels zijn beschadigd, kan je nog wel wandelen, maar niet meer rennen. De kuitspier is ook niet gezwollen. Bij een totale spierscheuring kan je je been niet meer belasten. Vaak krijg je dan na enige tijd last van een flinke zwelling. Na ongeveer 24 uur krijg je meestal een bloeduitstorting en verkleurt je huid.
Onderzoek bestaat uit een combinatie van zien/waarnemen, voelen en functietesten.
Echografie of MRI-onderzoek gebeurt vaak alleen als men vermoedt dat je geopereerd moet worden, omdat de spier volledig door- of afgescheurd is. In de topsport wordt dit onderzoek snel
ler verricht om goed de ernst van de blessure en daarmee de duur van het sportverzuim te kunnen inschatten.
Voor een snel herstel van de verrekte of gescheurde spier is eerste hulp noodzakelijk. Denk daarbij aan de volgende punten:
- Beweeg de getroffen kuit zo min mogelijk.
- Leg een drukverband aan op de plaats van de blessure.
- Houd of leg het getroffen onderbeen omhoog.
- Koel de getroffen kuitspier, bijvoorbeeld met een dichtgeknoopte plastic zak met ijsblokjes en een scheutje water. De ideale koeltemperatuur ligt dan tussen 0-7 º C. Koel gedurende een aaneengesloten periode van 15 minuten, die verdeeld over de dag 4-6 keer kan worden herhaald. Het gebruik van zogenaamde cold-packs die in de diepvries (-24º C) bewaard worden, moet door het risico op plaatselijke bevriezingsverschijnselen vermeden worden.
Het doel van de revalidatie is dat de gekwetste kuitspier volledig herstelt en dat je je weer optimaal kunt bewegen. Je wilt immers weer op je oude niveau kunnen voetballen. De revalidatie verschilt van enkele weken (bij een lichte overrekking) tot drie maanden als de kuitspier volledig door- of afgescheurd is en je geopereerd moet worden. De operatie moet liefst binnen een week na het ontstaan van de blessure plaatsvinden.
De revalidatie moet bij voorkeur plaats vinden met begeleiding door een (sport)fysiotherapeut. In het begin ligt de nadruk op pijnbestrijding en ontspanning. Daarna staat oefentherapie centraal.
Zaken die in het revalidatieprogramma aan de orde moeten komen zijn:
In de eerste dagen na de kuitspierblessure ligt het accent op:
- Alternatieve sportbeoefening (bijvoorbeeld fietsen, zwemmen, aquajoggen)
- Pijnvrij aanspannen, ontspannen en rekken van de kuitspieren
Soms is het verstandig tijdelijk een ontlastende bandage of compressiekous te dragen als je wilt wandelen. Zorg dan wel voor een normale afwikkeling van de voet.
De eerstvolgende weken moet aandacht besteed worden aan de volgende zaken:
- Krachttraining. Eerst vooral gericht op het verbeteren van het krachtuithoudingsvermogen. Later gericht op maximale kracht en snelheid.
- Oefeningen om de getroffen kuitspieren weer op lengte te brengen.
- Coördinatietraining (looptechnische oefeningen) en functionele stabiliteitstraining.
- Specifieke looptraining (gericht op uithoudingsvermogen) en sprongtraining (huppen).
- Individuele baltechniektraining (gedoseerd).
Pas in deze fase mag de geblesseerde plek intensief gemasseerd worden.
In de weken erna staan de volgende zaken centraal:
- Rustige looptrainingen aangevuld met tempotrainingen en intervaltrainingen. En uiteindelijk ga je ook weer sprinttrainingen doen.
- Na verloop van tijd hervat je dan de training met de bal: passen, trappen, dribbelen met de bal, drijven met de bal en oefenen van kap-en draaimoment.
- Vervolgens kan je geleidelijk weer meedoen met de groepstraining. Eerst doe je alleen lichte combinatieoefeningen. Daarna ook de zwaardere combinatieoefeningen en vervolgens kan je weer meedoen met de partijspelen.
- Uiteindelijk kan je dan via invalbeurten weer volledige wedstrijden gaan voetballen.
Het is wel verstandig om nog enige tijd door te gaan met krachttraining (2x per week) en een goede warming-up. Ook het stretchen van je kuitspieren na de wedstrijd/training is heel belangrijk als je net hersteld bent van een zweepslag. Zijn er bepaalde voetafwijkingen bij je geconstateerd, dan moet dat soms verholpen worden met een zooltje of het aanpassen van je (voetbal)schoenen.
Een zweepslag is lang niet altijd te voorkomen. Maar er zijn wel een paar dingen die je als voetballer en begeleiding kan doen om het risico te beperken:
- Zorg voor een goede warming-up bij trainingen en wedstrijden. De wereldvoetbalbond FIFA heeft ter voorkoming van blessures een aanvullend programma met speciale oefeningen ontwikkeld: 'the 11'.
- Zorg voor een goede dosering van de wedstrijdbelasting en de trainingsbelasting.
- Zorg voor een goede cool- down bij trainingen en wedstrijden. Via stretchingtechnieken kan je de kuitspieren ontspannen en weer op de juiste lengte brengen.
- Zorg voor een goede opbouw van de kracht van de kuitspieren na een periode van onderbreking van je voetbalactiviteiten door vakantie, ziekte, blessures of andere zaken.
- Besteed bij instabiele enkels met zwikneiging extra aandacht aan balansoefeningen en draag bij voetbalactiviteiten een steunende tapebandage of enkelbrace.
- Corrigeer houdingsafwijkingen van de voeten met een inlegzooltje en/of aanpassing van de voetbalschoen.
Hersenschudding
Voetballers hebben nogal eens te maken met hoofd- en hersenletsel. Meestal ontstaat dit letsel in en rondom het strafschopgebied. Je kunt hierbij denken aan kopduels, het wegstompen van de bal door de keeper, met het hoofd tegen een doelpaal komen, te hoog trappen of te laag koppen van de bal en dergelijke. Uit onderzoek blijkt dat per seizoen 2 -4% van de voetballers een hersenschudding oploopt. Lichte vormen van hersenschudding worden vaak niet herkend en zijn dus niet opgenomen in dit cijfer.
Bij een hersenschudding worden de hersenen voor korte tijd letterlijk door elkaar geschud. Meestal door een klap of stoot tegen het hoofd. In de meeste gevallen worden de hersenen zelf hierbij niet (langdurig) beschadigd.
Bij een hersenschudding verlies je vaak kortdurend het bewustzijn of het geheugen. Het bewustzijnsverlies kan variëren van enkele seconden tot maximaal vijftien minuten. Geheugenverlies kan maximaal 24 uur duren. Andere mogelijke symptomen van een hersenschudding bij voetballers zijn:
- Verwardheid
- Hoofdpijn
- Slaperigheid
- Evenwichtsproblemen of duizeligheid
- Dubbel of wazig zien
- Extra gevoelig voor licht of geluid
- Misselijkheid
- Verstoorde concentratie en oriëntatie
- Hersenletselkaart
Een snelle diagnose is heel belangrijk voor een goede opvang en behandeling van een hersenschudding. Daarom heeft de KNVB heeft samen met de Hersenstichting Nederland en NOC*NSF een ‘hersenletselkaart’ ontwikkeld. Daarin staat wat je als speler of begeleider moet doen bij mogelijk hersenletsel. Ook kan je hiermee een inschatting maken van de ernst van de hersenschudding. Als begeleider moet je bijvoorbeeld letten of de speler:
- Buiten bewustzijn raakt
- Verdoofd, suf of duizelig is
- Traag is in het beantwoorden van vragen
- Ongecoördineerde bewegingen maakt

- Zich vreemd gedraagt
- Vergeetachtig is
- Ook kan je de getroffen speler een aantal vragen stellen na de klap/ botsing of als hij bijkomt:
- Vragen die zijn coördinatie testen. Bijvoorbeeld: Tegen welke club spelen we? Welke dag is het vandaag?
- Vragen die zijn concentratie testen, Bijvoorbeeld: wat zijn de dagen van de week van achteren naar voren?
- Vragen die zijn geheugen testen. Wat is de stand? Op welke positie speel je?
- De ernst van een hersenschudding verschilt. Twijfel je over de ernst, neem dan direct contact op met de huisarts of bel 112.
1e graad hersenschudding
- Als je niet buiten westen raakt
- Als je slechts enkele seconden verward bent
- De symptomen binnen 15 minuten verdwijnen
- Bij een 1e graad hersenschudding kun je verder voetballen, maar als begeleiding moet je de speler wel goed in de gaten houden. Bij twijfel moet je een speler altijd wisselen. Loopt een speler in dezelfde wedstrijd of training een nieuwe hersenschudding op, dan kan dat levensbedreigend zijn. Daarom moeten jeugdspelers bij de geringste verdenking op een herenschudding altijd direct stoppen met trainen of voetballen.
2e graad hersenschudding
- Als je niet (of slechts heel kort) buiten westen raakt
- en/of je geheugenverlies korter is dan 30 minuten.
- Bij een 2e graad hersenschudding mag je niet meer verder trainen of verder spelen. Ook mag je een speler niet alleen laten, omdat de symptomen erger kunnen worden. Ga naar een huisarts of de eerste hulpafdeling van een ziekenhuis voor verdere behandeling.
3e graad hersenschudding
- Als je langer dan vijf minuten buiten westen raakt
- en/of je geheugenverlies langer is dan 30 minuten.
- Transporteer de getroffen speler bij een 3e graad hersenschudding zo snel mogelijk naar de eerste hulpafdeling van een ziekenhuis voor verdere behandeling. Dit kan variëren van opname met observatie in het ziekenhuis tot bedrust thuis onder observatie van familieleden.
- Wanneer mag je weer voetballen na een hersenschudding?
Afhankelijk of het een eerste of tweede graad hersenschudding is, kan je na één of twee weken weer voetballen. Laat bij jeugdspelers de beoordeling aan een arts over. - Als je voor de eerste keer een derde graad hersenschudding hebt, mag je meestal na één of twee weken weer gaan voetballen. Dit is afhankelijk van hoe lang je buiten bewustzijn bent geweest. Ook kijkt men naar hoe snel de andere klachten zijn verdwenen. Heb je voor de tweede keer een derde graad hersenschudding, dan duurt het minimaal een maand langer voordat je weer mag voetballen.
- Zijn er tekenen van hersenkneuzing, hersenoedeem en dergelijke, dan mag je de rest van het seizoen niet meer trainen en voetballen. Een neuroloog bepaalt dan hoe je verder wordt behandeld.
- Hoe kan je een hersenschudding voorkomen?
Een hersenschudding is lang niet altijd te voorkomen. Maar er zijn wel een paar dingen die je als voetballer en begeleiding kan doen om het risico te beperken:
- Neem geen onnodige risico’s in wedstrijden en trainingen.
- Fair play: toon respect voor je tegenstander en speel volgens de bedoelingen van het spel en de spelregels van de KNVB.
- Neem niet teveel risico tijdens de wedstrijd.
- Zorg dat je de techniek van het koppen goed beheerst.
- Beperk het aantal keren dat je kopt tijdens de trainingen.
- Jeugdspelers jonger dan 12 jaar moeten geen specifieke koptraining volgen.
- Zorg dat je goed getraind bent. Vermoeidheid vergroot de kans op een hersenschudding.
Heeft een sporter na een val of botsing last van misselijkheid, evenwichtsproblemen en is deze duizelig en gevoelig voor licht? Dan bestaat er een kans dat deze last heeft van een hersenschudding. In zo'n geval is het belangrijk de ernst van de hersenschudding in te schatten en te bepalen of het verantwoord is of een speler terugkeert naar de wedstrijd.
In samenwerking met Hersenstichting Nederland en NOC NSF heeft de KNVB de instructiekaart 'Hersenschudding? Wat te doen!' ontwikkeld. Deze vertelt precies waar je alert op moet zijn en welke klachten van de sporter kunnen duiden op deze blessure.
Daarnaast helpt de kaart te bepalen of het verantwoord is een speler terug te laten keren naar de wedstrijd en welke cognitieve testen er gebruikt kunnen worden om de ernst van de hersenschudding in te schatten.
Download het kaartje: Hersenschudding? Wat te doen!
Chronische overbelastingletsels
Overbelastingletsels komen vaker voor dan je denkt in het voetbal. Dit komt omdat dit soort blessures in eerste instantie niet geregistreerd worden. In het begin proberen voetballers namelijk vaak gewoon door te trainen en wedstrijden te blijven spelen. Als de overbelastingklachten erger worden, past men meestal eerst de training aan. Pas als de pijn en de klachten zo erg zijn dat je niet meer op niveau kan voetballen, stopt men met wedstrijden spelen. Rust zorgt er dan vaak voor dat de blessure verdwijnt. Maar soms moet je je ook laten behandelen door een arts en/ of fysiotherapeut.
De meest voorkomende overbelastingblessures bij voetbal zijn:
- Liesblessures
- Kniepeesontsteking
- Achillespeesontsteking
Andere veel voorkomende overbelastingblessures zijn:
- Shin splints (springschenen)
- Tijdelijke groeistoornissen in het skelet bij jeugdige voetballers: ziekte van Osgood-Schlatter en de ziekte van Sever
Liesblessures
Bij een liesblessure zijn meestal de peesaanhechtingen van de liesspieren en/of de buikspieren bij het schaambeen geïrriteerd of ontstoken. Soms kan ook een beginnende liesbreuk de klachten veroorzaken.
Je merkt als voetballer dat je een liesblessure hebt, als je bijvoorbeeld aanzet voor een sprint. Of als je met de binnenkant van je voet hard tegen de bal trapt. Liesblessures ontstaan meestal geleidelijk. De klachten nemen in de loop van de tijd soms in ernst toe. . Liesblessures zijn overbelastingblessures en komen het meest voor bij prestatiegerichte voetballers uit de (sub)top.
Een chronische liesblessure ontstaat meestal door overbelasting van de spieren en pezen die aanhechten in de lies. Andere mogelijke oorzaken zijn:
- Onvoldoende (functionele) stabiliteit van je bekken en heupgewricht
- Eerdere liesblessures
- Onvoldoende bewegelijkheid in je heupgewricht (lenigheid)
- Overbelasting door training en wedstrijden
Daarnaast kunnen er nog tal van andere oorzaken zijn voor een liesblessure. Doordat deze oorzaken niet voetbalspecifiek zijn en minder vaak voorkomen, worden ze hier niet behandeld.
Meestal wordt een liesblessure vastgesteld door een ‘squeeze test’. Hierbij lig je op je rug op een onderzoeksbank met opgetrokken knieën. Je moet je knieën dan naar binnen bewegen. De dokter/(sport)fysiotherapeut probeert dit te verhinderen. Doet deze weerstandstest pijn, dan heb je in principe een liesblessure. Daarnaast voel je meestal pijn als je op de aanhechting van de aanvoerende spieren op je schaambeen drukt. Aanvullend röntgenonderzoek vindt plaats als men slijtage va
n het heupgewricht aan de kant van de pijn vermoedt. Denkt men dat een liesbreuk de klachten veroorzaakt, dan doet men vaak een echografie en/of een MRI onderzoek.
In eerste instantie moet je proberen de geblesseerde lies tijdens trainingen en wedstrijden minder te belasten. Dit kan door:
- Minder lang te trainen en te spelen
- Minder vaak te sprinten
- Minder hard met de binnenkant van je voet tegen de bal te trappen.
Als dit niet voldoende helpt, stop dan met wedstrijden en partijtjes op trainingen.
Ook fysiotherapie kan soms helpen bij het genezen van een liesblessure. De (sport)fysiotherapie moet gericht zijn op verbeteren van:
- De (functionele) stabiliteit van je romp, bekken en onderste ledematen.
- De beweeglijkheid van je onderrug, bekkengewricht en heupgewricht.
- De kracht en de lengte van je aanvoerende spieren en verminderen van de spanning in deze spieren.
- Verdere revalidatie verloopt volgens het revalidatieprotocol. De duur van de revalidatie verschilt. Bij hardnekkige liesblessures kan het wel drie tot zes maanden duren voor je weer kan voetballen.
Als een liesbreuk de oorzaak is van je liesklachten, moet je meestal geopereerd worden. Na twee tot drie maanden mag je dan vaak weer beginnen met voetballen.
Een liesblessure is lang niet altijd te voorkomen. Maar er zijn wel een paar dingen die je als voetballer en begeleiding kan doen om het risico te beperken:
- Zorg voor een goede warming-up bij trainingen en wedstrijden. De wereldvoetbalbond FIFA heeft ter voorkoming van blessures een aanvullend programma met speciale oefeningen ontwikkeld:'the 11'.
- Zorg voor een goede dosering van de wedstrijdbelasting en de trainingsbelasting.
- Besteed extra aandacht aan romp- en bekkenstabiliserende oefeningen.
- Train de kracht en lenigheid van de aanvoerende spieren.
- Zorg voor een goede opbouw van de kracht van de buik-en liesspieren na een periode van onderbreking van je voetbalactiviteiten door vakantie, ziekte, blessures of andere zaken
Kniepeesontsteking
De kniepees is de voortzetting van de 4-koppige dijbeenspier die aan de voorzijde van de knie naar je onderbeen loopt. De knieschijf is aals een zogenaamd sesambeen in de pees opgenomen. Een kniepeesontsteking wordt ook wel eens een springersknie genoemd. Een kniepeesontsteking komt vaak voor bij sporten waarbij je veel sprint en springt, zoals voetbal. Door overbelasting van de pees krijg je last van pijn en soms ook van een plaatselijke zwelling juist beneden de knieschijf. Je voelt de pijn bij sprinten, springen of trappen tegen de bal met de wreef.. Ook lang zitten met gebogen knieën doet soms pijn. Vaak heb je in het begin het meeste last na een training of wedstrijd op een zwaar veld, waarbij je veel gesprint hebt.
De belangrijkste oorzaak van een kniepeesontsteking is overbelasting. Bijvoorbeeld door een verkeerde trainingsopbouw, waarbij je veel spring- en sprintoefeningen doet. Andere mogelijke oorzaken zijn bijvoorbeeld:
- X- en O-benen
- Onvoldoende lenigheid van de spieren aan de 4-koppige dijbeenspier
- Onvoldoende lenigheid van de hamstrings
- Onvoldoende stabiliteit van romp en bekken
- Hoe kan een kniepeesontsteking vastgesteld worden?
Als de klachten lang aanhouden of verergeren, bezoek dan een arts of (sport)fysiotherapeut. Deze zal bekijken of de geblesseerde kniepees dikker en meer gezwollen is dan de andere pees.
Waarschijnlijk zal hij ook onderzoeken of je pijn hebt als je bijvoorbeeld op je hurken gaat zitten of op één been door de geblesseerde knie zakt. Soms is aanvullend onderzoek noodzakelijk. Met behulp van een echografie of een MRI-onderzoek kan vastgesteld worden de hoe zwaar de kniepees is beschadigd.
Een kniepeesontsteking is een ernstige overbelastingblessure waarbij het bindweefsel beschadigd is. Een kniepees geneest traag. Voor je het weet kan je weken of maanden niet voetballen. Zorg daarom dat je de symptomen zo snel mogelijk onderkent en bezoek een arts of (sport)fysiotherapeut. Een snelle diagnose en een effectieve behandeling kunnen de tijd dat je geblesseerd bent aanzienlijk verkorten.
Je kan verschillende klachten hebben bij een kniepeesontsteking. Van lichte tot ernstige k
lachten. Er zijn vier gradaties:
Graad I:
Na de wedstrijd of training heb je pijn.
Graad II:
Bij het begin van de training of wedstrijd begint de pijn. Na de warming-up verdwijnt de klacht, maar deze keert terug na de training of wedstrijd.
(Bij graad I en II klachten moet je de belasting tijdens de trainingen en de wedstrijden beperken.)
Graad IIIa
Tijdens en na een training of wedstrijd heb je pijn. Hoewel je in principe het niveau nog wel aankunt, luidt het advies; stop volledig met bewegingen die pijn doen, zoals sprinten, springen en hard met je wreef tegen de bal trappen.
Graad IIIb
Tijdens en na een training of wedstrijd heb je pijn. Je kan niet meer voetballen op het niveau van voor je blessure.
Stop geheel met voetballen. Masseer enkele keren per dag de aanhechting van de kniepees met ijs (15 minuten per keer).
Graad IV
Je pees is volledig gescheurd.
Als je pees volledig is afgescheurd is opereren vaak noodzakelijk. Ook als je langer dan zes maanden klachten hebt en de gewone revalidatiemethoden niet werken, kan een operatie uitkomst bieden.
Voor een spoedig herstel van een kniepeesontsteking is het raadzaam een (sport)fysiotherapeut te raadplegen. Die kan een aantal algemene oefeningen voorschrijven, zoals:
- Trainen en stabieler maken van je romp en bekken.
- Losmaken van gewrichten, spieren die vast zitten.
- Spierversterkende oefeningen voor de bilspieren, de hamstrings en de 4-koppige dijbeenspier.
- Oefeningen om je knie en enkel stabieler te maken.
- Rekoefeningen voor je hamstrings.
Ook een kniepeesbandje onder je knieschijf, helpt soms de klachten te verminderen.
Naast een algemeen deel bestaat de revalidatie uit een voetbalspecifiek deel. Stapje voor stapje werk je (zonder weer geblesseerd te raken) aan je terugkeer op het voetbalveld:
- Rustige looptrainingen worden aangevuld met tempotrainingen en intervaltrainingen. En uiteindelijk ga je ook weer sprinttrainingen doen.
- Na verloop van tijd hervat je dan de training met de bal: passen, trappen, dribbelen met de bal, drijven met de bal en oefenen van kap- en draaimoment.
- Vervolgens kan je geleidelijk weer meedoen met de groepstraining. Eerst doe je alleen lichte combinatieoefeningen. Daarna ook de zwaardere combinatieoefeningen en vervolgens kan je weer meedoen met de partijspelen.Uiteindelijk kan je dan via invalbeurten weer volledige wedstrijden gaan voetballen.
Een kniepeesblessure is lang niet altijd te voorkomen. Maar er zijn wel een paar dingen die je als voetballer en begeleiding kan doen om het risico te beperken:
- Zorg voor een goede warming-up bij trainingen en wedstrijden. De wereldvoetbalbond FIFA heeft ter voorkoming van blessures een aanvullend programma met speciale oefeningen ontwikkeld: 'the 11'.
- Zorg voor een goede dosering van de wedstrijdbelasting en de trainingsbelasting.
- Doe extra krachttraining van de bovenbeenspieren, zodat de druk op de kniepees wordt verminderd.
- Zorg voor goede voetbalschoenen die de druk bij de landing goed opvangen als je springt.
- Zorg voor een goede lenigheid van de 4-koppige bijbeenspier en van de hamstrings
- Zorg voor een goede opbouw van de kracht van de bovenbeenspieren na een periode van onderbreking van je voetbalactiviteiten door vakantie, ziekte, blessures of andere zaken
- Besteed bij instabiele enkels met zwikneiging extra aandacht aan balansoefeningen en draag bij voetbalactiviteiten een steunende tapebandage of enkelbrace
- Corrigeer houdingsafwijkingen van de voeten met een inlegzooltje en/of aanpassing van de voetbalschoen
Shin splints (springschenen)
Overbelastingblessures aan het middelste en onderste deel van je scheenbeen noem je shin splints.
Dit soort blessures komt vooral voor bij sporten waarbij hardlopen en springen veel voorkomt. Daarom noemen we shin splints ook wel springschenen. Bij voetbal komen springschenen minder vaak voor dan bij sporten als volleybal, basketbal en turnen. Vrouwen hebben vaker last van deze blessure dan mannen.
Shin splints ontstaan mogelijk omdat er tijdens het sporten te grote trekkracht wordt uitgeoefend op de aanhechtingen van het scheenbeen. Een andere theorie is dat je bot onvoldoende sterk is op de plek in je scheenbeen waar de meeste buigbelasting optreedt.
Als voetballer loop je meer kans op shin splints als:
- Je voet teveel naar binnenzwikt tijdens de landing (overpronatie).
- Je al eerder last hebt gehad van shin splints.
- Je weinig spierkracht in je kuiten hebt.
- Je overgewicht hebt.
- Je nog niet zo lang traint, of juist teveel en te fanatiek traint.
Als de klachten lang aanhouden of verergeren, bezoek dan een arts of (sport)fysiotherapeut. Deze zal de pijn aan de binnenkant van het scheenbeen onderzoeken.Waarschijnlijk zal hij ook onderzoeken of de spieren rond het onderste deel van je scheenbeen gezwollen zijn en pijnlijk aanvoelen. Soms is aanvullend onderzoek noodzakelijk (botscan en/of MRI-onderzoek).
Bij shin splints kun je het beste de belasting tijdens de trainingen en de wedstrijden beperken. Vermijd pijn en neem zo veel mogelijk rust. Je basisconditie kun je op peil houden via alternatieve sportbeoefening (fietsen, zwemmen, aquajoggen en dergelijke). Daarnaast kan je via oefentherapie je spieren van je onderbeen en je voetspieren versterken. Het lijkt erop dat schokgolfbehandeling door een fysiotherapeut effectief is bij shin splints. Als je langer dan een jaar klachten hebt en de gewone revalidatiemethoden niet werken, kan een operatie uitkomst bieden.
Voor een spoedig herstel is het raadzaam een (sport)fysiotherapeut te raadplegen. Met zijn hulp kan je stapje voor stapje werken aan je terugkeer op het voetbalveld. Andere tips:
- Stel realistische doelen en neem de tijd. Het herstel van shin splints naar volledig pijnvrij weer voetballen kost vaak enkele maanden tot een half jaar.
- Als je geen klachten meer hebt, kan je geleidelijk de looptrainingen weer hervatten. Begin op een zachte ondergrond. Na verloop van tijd kan dat uitgebreid worden met tempotrainingen en intervaltrainingen. Uiteindelijk mag je ook weer sprinttrainingen doen.
- Na verloop van tijd hervat je dan de training met de bal: passen, trappen, dribbelen met de bal, drijven met de bal en oefenen van kap- en draaibewegingen.
- Vervolgens kan je geleidelijk weer meedoen met de groepstraining. Eerst doe je alleen lichte combinatieoefeningen. Daarna ook de zwaardere combinatieoefeningen en vervolgens kan je weer meedoen met de partijspelen.Uiteindelijk kan je dan via invalbeurten weer volledige wedstrijden gaan voetballen.
Shin splints zijn lang niet altijd te voorkomen. Maar er zijn wel een paar dingen die je als voetballer en begeleiding kan doen om het risico te beperken:
- Zorg voor een goede warming-up bij trainingen en wedstrijden. De wereldvoetbalbond FIFA heeft ter voorkoming van blessures een aanvullend programma met speciale oefeningen ontwikkeld: 'the 11'.
- Zorg voor een goede dosering van de wedstrijdbelasting en de trainingsbelasting.
- Zorg voor een goede opbouw van de kracht van de onderbeenspieren na een periode van onderbreking van je voetbalactiviteiten door vakantie, ziekte, blessures of andere zaken
- Doe extra krachttraining om de spieren aan de voorkant van het onderbeen te versterken.
- Soms is het verstandig bij houdingsafwijkingen van de voeten of overpronatie bij de afwikkeling van de voeten speciale orthopedische inlegzooltjes in de schoenen door een orthopedisch schoenmaker te laten maken.
- Mogelijk kan het dragen van sportcompressiekousen ook het risico op shin splints verminderen.
- Zorg voor goede voetbalschoenen.
Achillespeesontsteking
Chronische achillespeesproblemen komen in de voetbalsport regelmatig voor. De achillespees is de aanhechting van de kuitspieren aan het hielbeen. Je voelt de pijn circa vijf tot tien
centimeter boven de hiel. Een achillespeesontsteking is een overbelastingblessure. Meestal worden de klachten geleidelijk erger. Achillespeesblessures komen vooral voor bij mannen boven dertig jaar en topvoetballers.
Eigenlijk is de naam ‘achillespeesontsteking’ onjuist. Bij achillespeesblessures gaat het meestal niet om een ontstekingsbeeld. De pijn wordt meestal veroorzaakt doordat de kwaliteit van je achillespees achteruit gaat. We spreken dan van degeneratie van de pees. We beperken ons dan ook tot klachten die met de kwaliteit van de achillespees te maken heeft.
Als voetballer loop je meer kans op achillespeesblessures als:
- De spierkracht en lenigheid van je kuitspieren zijn verminderd.
- Je houdingsafwijkingen hebt in je enkel en je voet (knikvoet, platvoet, holvoet).
- Je voet en enkel minder beweeglijk zijn, bijvoorbeeld door slijtage van je gewrichten.
- De banden in je enkel instabiel zijn door een eerdere enkelverstuiking.
- Je overgewicht hebt.
- Als je in korte tijd te veel, te vaak en te snel hardloopt of springt. Vooral aan het begin van het seizoen of na een blessure.
- Je een slechte looptechniek hebt.
- Je vaak speelt of traint op een harde, weinig schokdempende ondergrond.
- Je voetbalschoenen draagt die schokken te weinig dempen en je hiel te weinig ondersteunen.
- Je medicijnen gebruikt zoals cortisone en bepaalde antibiotica.
Bij een achillespeesblessure krijg je langzamerhand steeds meer pijn. Eerst alleen na voetbalactiviteiten (de volgende ochtend bij opstaan), later ook tijdens je voetbalactiviteiten. De pijn heeft dan eerst het karakter van startpijn bij het begin van een training en wedstrijd, die in het verloop van de training en wedstrijd weer verdwijnt...In een later stadium bij de meer ernstige achillespeesblessure blijft de pijn bestaan bij de voetbalactiviteit. Uiteindelijk houdt de pijn ook aan in periodes van rust. Als de klachten lang aanhouden of verergeren, bezoek dan een arts of (sport)fysiotherapeut. Deze zal onderzoeken of de achillespees gezwollen is. Vaak is er een zwelling vlak boven de aanhechting van de achillespees aan het hielbeen. Als je je voet beweegt en de zwelling beweegt mee, dan heb je een blessure aan de achillespees zelf. Aanvullend onderzoek (echografie, MRI-onderzoek) is meestal niet nodig.
Voor een spoedig herstel is het raadzaam een sportfysiotherapeut te raadplegen. In eerste instantie is het bij achillespeesblessures het beste de belasting tijdens de trainingen en de wedstrijden te beperken. Vermijd pijn en neem zo veel mogelijk rust. Je basisconditie kun je op peil houden via alternatieve sportbeoefening (fietsen, zwemmen, aquajoggen en dergelijke).
Er zijn veel methoden om een chronische achillespeesblessure te behandelen. Onderzoek heeft maar van weinig behandelmethoden aangetoond dat ze effectief zijn. Wat wel aantoonbaar werkt is een 12 weken durend oefenprogramma van krachttraining van de kuitspieren: het zogenaamde Alfredson-protocol. Bij dit protocol moet je dagelijks 45 tot 90 herhalingen van zogenaamde excentrische kuitspierversterkende oefeningen doen, waarbij je op een traptrede of helling van 30 graden eerst de kuitspier rekt en vervolgens op je tenen gaat staan.
Andere tips:
- Stel realistische doelen en neem de tijd. Het herstel van een achillespeesblessure naar volledig pijnvrij weer voetballen kost vaak drie maanden tot een half jaar.
- Als je geen klachten meer hebt, kan je geleidelijk de looptrainingen weer hervatten. Begin op een zachte ondergrond. Na verloop van tijd kan dat uitgebreid worden met tempotrainingen en intervaltrainingen. Uiteindelijk mag je ook weer sprinttrainingen doen.
- Na verloop van tijd hervat je dan de training met de bal: passen, trappen, dribbelen met de bal, drijven met de bal en oefenen van kap- en draaimoment.
- Vervolgens kan je geleidelijk weer meedoen met de groepstraining. Eerst doe je alleen lichte combinatieoefeningen. Daarna ook de zwaardere combinatieoefeningen en vervolgens kan je weer meedoen met de partijspelen. Uiteindelijk kan je dan via invalbeurten weer volledige wedstrijden gaan voetballen.
Als de gewone revalidatiemethoden niet werken, kan een operatie mogelijk uitkomst bieden.
Een achillespeesblessure is lang niet altijd te voorkomen. Maar er zijn wel een paar dingen die je als voetballer en begeleiding kan doen om het risico te beperken:
- Zorg voor een goede warming-up bij trainingen en wedstrijden. De wereldvoetbalbond FIFA heeft ter voorkoming van blessures een aanvullend programma met speciale oefeningen ontwikkeld: 'the 11'.
- Zorg voor een goede dosering van de wedstrijdbelasting en de trainingsbelasting.
- Voorkom overgewicht.
- Doe extra oefeningen en krachttraining om de lenigheid en kracht van je kuitspieren te vergroten.
- Doe extra balansoefeningen als je enkels instabiel zijn en draag eventueel een enkelbrace of tapebandage bij voetballen.
- Corrigeer houdingsafwijkingen van enkel en voeten (steunzolen, aangepaste voetbalschoenen).
- Pas je voetbalschoenen aan de ondergrond aan. Bij een harde (slecht dempende) ondergro
nd is het verstandig kunstgrasschoenen te dragen. - Draag sportcompressiekousen bij voetballen, als je veel last hebt van stijve gespannen kuiten.
- Zorg voor een goede opbouw van de kracht van de kuitspieren na een periode van onderbreking van je voetbalactiviteiten door vakantie, ziekte, blessures of andere zaken.
Ziekte van Osgood-Schlatter
Boven op je scheenbeen, net onder je knieschijf, zit een soort ‘heuveltje’.Op die plek zit het bovenbeenspier vast. Bij Osgood-Schlatter is die plek, vlak onder je knie, geïrriteerd.
Osgood-Schlatter is een overbelastingsblessure die ontstaat tijdens de groei. Daarom komt de aandoening vooral voor bij jongeren van 10-15 jaar. Meer bij jongens dan bij meisjes overigens.
Het groeiproces bij mensen vindt plaats op bepaalde plaatsen in de botten. Je noemt dat groeischijven Op een gegeven moment bevindt zo’n groeischijf zich op de plek waar de kniepees aan het scheenbeen vastzit. Door overbelasting van de knieschijf kan er een storing ontstaan in het groei- en verbeningsproces van de groeischijf. Bij voetballers komt dit meestal door veel sprong- en sprintwerk, passes met de wreef over lange afstand en afwerken op de goal. Door die overbelasting bestaat de kans dat de plek net onder je knie ontstoken raakt en je daar pijn krijgt. In ernstige gevallen kan de groeischijf zelfs in stukjes uit elkaar vallen.
Als voetballer krijg je in het begin vooral pijn als je je 4-koppige dijbeenspier krachtig aanspant in de training of de wedstrijd. De meeste jongeren voetballen dan vaak gewoon door. Als de klachten aanhouden of verergeren, bezoek dan een arts of (sport)fysiotherapeut. Deze kan vaststellen of de plek waar je kniepees aan je scheenbeen vastzit gezwollen, pijnlijk en warm is. Waarschijnlijk zal hij ook bekijken of je pijn hebt als je onder druk je knie strekt, of als je je knie buigt als je op één been staat. Aanvullend onderzoek (röntgenonderzoek) is meestal niet nodig om Osgood-Schlatter vast te stellen.
Osgood-Schlatter gaat in principe vanzelf weer over. Als voetballer moet je de belasting tijdens de trainingen en de wedstrijden zo veel mogelijk beperken. Koel de knie na het voetballen regelmatig met ijs. Soms moet je zelfs tijdelijk helemaal stoppen met voetballen. Beperk ook andere activiteiten die pijn doen, zoals traplopen en fietsen. Je basisconditie kun je op peil houden via alternatieve sportbeoefening (fietsen, zwemmen, aquajoggen en dergelijke).
Andere tips:
- Stel realistische doelen en neem de tijd. Het herstel van Osgood-Schlatter naar volledig pijnvrij weer voetballen kost enkele weken tot enkele maanden. Is de ziekte in een vergevorderd en ernstig stadium, dan kan dit kan dit wel 6 maanden tot een jaar duren.
- Als je geen klachten meer hebt, kan je geleidelijk de looptrainingen weer hervatten. Begin op een zachte ondergrond. Na verloop van tijd kan dat uitgebreid worden met tempotrainingen en intervaltrainingen. Uiteindelijk mag je ook weer sprinttrainingen doen.
- Na verloop van tijd hervat je dan de training met de bal: passen, trappen, dribbelen met de bal, drijven met de bal en oefenen van kap- en draaimoment.
- Vervolgens kan je geleidelijk weer meedoen met de groepstraining. Eerst doe je alleen lichte combinatieoefeningen. Daarna ook de zwaardere combinatieoefeningen en vervolgens kan je weer meedoen met de partijspelen. Uiteindelijk kan je dan via invalbeurten weer volledige wedstrijden gaan voetballen.
Osgood-Schlatter is lang niet altijd te voorkomen. Maar er zijn wel een paar dingen die je als voetballer en begeleiding kan doen om het risico te beperken:
- Zorg voor een goede warming-up bij trainingen en wedstrijden. De wereldvoetbalbond FIFA heeft ter voorkoming van blessures een aanvullend programma met speciale oefeningen ontwikkeld: 'the 11'.
- Zorg voor een goede dosering van de wedstrijdbelasting en de trainingsbelasting.
- Houd jeugdspelers die een groeispurt maken goed in de gaten. Laat ze bij kniepijn gas terug nemen bij trainingen en wedstrijden. Hiermee voorkom je dat de ziekte zich verder ontwikkelt en de speler maanden niet kan voetballen.
Ziekte van Sever
Bij de ziekte van Sever heb je pijn aan de achterzijde van je hiel, op de plek waar je achillespees vastzit aan je hielbeen. De ziekte van Sever is een overbelastingsblessure die ontstaat tijdens de groei. De aandoening komt vooral voor bij kinderen van 7-10 jaar. Meer bij jongens dan bij meisjes.
Het groeiproces bij mensen vindt plaats op bepaalde plaatsen in de botten. Je noemt dat groeischijven Op een gegeven moment bevindt zo’n groeischijf zich ook op de plek waar de achillespees aan het hielbeen. Door overbelasting kan daar een storing ontstaan in het groei- en verbeningsproces van die groeischijf. Hierdoor kan je pijn aan je hielen krijgen. Bij jonge voetballers komt dit dan bij explosieve activiteiten als sprinten en springen. De pijn vermindert, als je op je tenen gaat lopen. In ongeveer 60% van de gevallen raken beide hielen vroeg of laat geblesseerd bij de zieke van Sever.
Als jonge voetballers bij het sprinten of springen tijdens de training of de wedstrijd pijn aan hun hiel of hielbeen krijgen, kan dat wijzen op de ziekte van Sever. De meeste kinderen voetballen dan vaak gewoon door. Als kinderen van die leeftijd om onverklaarbare redenen mank gaan lopen of gaan hinken bij het voetballen, moet je aan deze aandoening denken en de kinderen ernaar vragen. Als de klachten aanhouden of verergeren, bezoek dan een arts of (sport)fysiotherapeut. Aanvullend onderzoek (röntgenonderzoek) is meestal niet nodig om Sever vast te stellen.
Sever gaat in principe vanzelf weer over. Als voetballer moet je de belasting tijdens de trainingen en de wedstrijden zo veel mogelijk beperken. Koel de hiel na het voetballen regelmatig met ijs. Soms moet je zelfs tijdelijk helemaal stoppen met voetballen. Als je veel pijn hebt, is het soms verstandig ruimere schoenen of sandalen te dragen. Met een schuimrubberinleghakje in de schoen kun je tijdelijk de schokdemping verbeteren en de pijn mogelijk iets verlichten. Je basisconditie kun je op peil houden via alternatieve sportbeoefening (fietsen, zwemmen, aquajoggen en dergelijke).
Andere tips:
- Stel realistische doelen en neem de tijd om volledig te herstellen.
- Als je geen klachten meer hebt, kan je geleidelijk de looptrainingen weer hervatten. Begin op een zachte ondergrond. Na verloop van tijd kan dat uitgebreid worden met tempotrainingen en intervaltrainingen. Uiteindelijk mag je ook weer sprinttrainingen doen.
- Na verloop van tijd hervat je dan de training met de bal: passen, trappen, dribbelen met de bal, drijven met de bal en oefenen van kap- en draaimoment.
- Vervolgens kan je geleidelijk weer meedoen met de groepstraining. Eerst doe je alleen lichte combinatieoefeningen. Daarna ook de zwaardere combinatieoefeningen en vervolgens kan je weer meedoen met de partijspelen. Uiteindelijk kan je dan via invalbeurten weer volledige wedstrijden gaan voetballen.
De ziekte van Sever is lang niet altijd te voorkomen. Maar er zijn wel een paar dingen die je als voetballer en begeleiding kan doen om het risico te beperken:
- Zorg voor een goede dosering van de wedstrijdbelasting en de trainingsbelasting.
- Houd jonge voetballer goed in de gaten. Laat ze bij pijn aan hun hiel gas terug nemen bij trainingen en wedstrijden. Hiermee voorkom je dat de ziekte zich verder ontwikkelt en de speler maanden niet kan voetballen.
- Zorg voor goed passende voetbalschoenen.








