Het zitvlak is een zwaar belast lichaamsdeel van wielrenners. Steunend op en wrijvend tegen een smal zadel moeten de billen en de ‘edele delen’ flink wat kilometers kunnen verdragen. Problemen kunnen dan ook optreden. Dit varieert van de hinderlijke, maar opzichzelf onschuldige zadelpijn tot vervelende huidirritaties en irritaties van de geslachtsdelen tot wat diepere infecties van de huid, die het fietsen (tijdelijk) onmogelijk kunnen maken.
Goed materiaal, goede verzorging en goede conditie kunnen de kans op zitvlakproblemen in sterke mate verminderen. Een goede fietsbroek zonder irriterende randjes en zonder vuil of zeepresten is een vanzelfsprekendheid. Evenals een kwalitatief goed zadel, alof niet met een drukverdelende ‘padding’. Uiteraard zijn normale hygiënische maatregelen voor de huid van belang. Scheren van – delen van – het zitvlak verhogen de kans op kleinere of grotere huidbeschadigingen die kunnen ontsteken. Insmeren of invetten is zeker zinvol in meer extreme omstandigheden, bij langere tochten en bij een gevoelige huid.
Van belang is ook de juiste fietshouding en een goede algehele conditie, ook van de rompspieren. Bij vermoeidheid zal het bekken neigen tot vooroverkantelen en minder stabiel in het zadel gedrukt kunnen worden. Ongelijkmatige druk en wrijving is het gevolg. Kleine niet al te hinderlijk rode puistjes op het zitvlak kunnen extra aandacht krijgen door ze met desinfecterende zalf te verzorgen. De meeste zitvlak-problemen zullen hiermee afdoende behandeld kunnen worden.
Toch is het helaas zo, dat er ondanks juiste preventieve maatregelen in acht te nemen er meer ernstige infecties kunnen ontstaan. De meest ernstige infectie is dan de bekende ‘steenpuist’ of ‘karbunkel’, ook wel genoemd de ‘derde bal’. Dit is een vrij ernstige en pijnlijke infectie met pusvorming, die zich onderhuids kan verspreiden. Het kenmerkt zich door een heftig pijnlijke en rode zwelling in grote variërend van een knikker tot een tennisbal.
Uiteraard zijn er sportieve omstandigheden denkbaar waarbij een beginnende steenpuist niet direct tot afstappen aanleiding behoeft te geven. Te denken valt aan de laatste dag van een etappekoers, waarin een gunstige klassering verspeeld kan worden.
Soms wordt er dan gebruik gemaakt van een verdovende crème. De verdovende stof is dan lidocaine. Feitelijk dient dit alleen toegepast te worden indien de consequenties hiervan goed onder ogen gezien worden. Op korte termijn lijken de gevolgen door de pijndemping gunstig. Dit kortetermijn succes is echter met het grote risico op een nog veel ernstigere infectie die nog langer gaat duren. De verdoving zelf heeft namelijk geen enkele genezende werking en zal verdere beschadiging van de huid mogelijk maken en daarmee tot verdere verspreiding van de infectie aanleiding geven.
In die zin is het veiliger om – zoals vroeger regelmatig werd gedaan – een biefstuk als een soort verband aan te brengen op de steenpuist. De pijn zou meer ‘draaglijk’ zijn door een lokaal dempende werking. Echte genezing is echter alleen mogelijk door uitrijping en rust, al dan niet ondersteund door medische maatregelen. In sommige meer ernstige gevallen is chirurgisch ingrijpen noodzakelijk. In die gevallen wordt de infectiehaard ‘opengelegd’ om genezing vanuit de diepte mogelijk te maken. Dit is een proces dat meerdere weken kan duren.
Deugdelijk materiaal, normale (zelf)verzorging, ‘gezond verstand’ en een zorgvuldige training en trainingsopbouw en zijn ook bij zitvlakproblematiek de belangrijke ingrediënten voor de juiste verhouding tussen ‘fietsplezier’ en ‘fietsellende’.

