Zoeken
header_left header_right

header_left Sportzorg adressen header_right

   Home > Sporttakken > Biljarten

Voor informatie kunt u hieronder op een aantal onderwerpen klikken. Deze informatie is geschreven door (medisch) deskundigen.

Inleiding 
Het spel 
Bewegings- en belastingsanalyse 
Blessures

Inleiding

De oorsprong van het biljartspel en ook die van de naam is onduidelijk, maar zeker is wel dat Engeland en Frankrijk de grootste bijdragen tot de ontwikkeling van deze sport hebben geleverd. In deze landen werd reeds in de zeventiende eeuw gebiljart. Het gros van de biljarters speelt op het zogenaamde kleine biljart, dat een afmeting heeft van 1.15 meter bij 2.30 meter. De allerbesten, dat wil zeggen, de biljarters die in de verschillende spelsoorten hoge moyennes scoren, gaan over op het groot biljart met een afmeting van 1.40 meter bij 2.80 meter. Dit maakt het spel aanzienlijk moeilijker.

Terug naar onderwerpen

Het spel

Het spel wordt door één van beide spelers geopend met de "acquitstoot", waarbij de ballen (2 witte en 1 rode) in een driehoekvorm op de tafel gelegd worden. Beide spelers hebben een vaste speelbal (een van de witte) waarmee getracht moet worden een "carambole" te scoren, dat wil zeggen dat de speelbal zowel de andere witte als de rode bal raakt. Mislukt dit, dan komt de tegenstrever aan bod. De partij gaat door totdat een vastgesteld aantal caramboles bereikt is door één van beide spelers, waarbij de niet-starter 1 nabeurt krijgt. De klasse-indeling wordt gemaakt aan de hand van de bereikte moyennes. Komen spelers uit verschillende klassen tegen elkaar uit dan moet de hoger geplaatste speler een hoger aantal caramboles scoren dan zijn tegenstander zodat een spannend partijverloop gewaarborgd wordt.
Er wordt gestoten met de keu, die uit 2 delen bestaat en voorzien is van een keutop met daarop een bolvormig stukje leer, de pomerans. Deze moet regelmatig van krijt worden voorzien om het zogenaamde ketsen te voorkomen.
Het biljart bestaat uit een dikke plaat leisteen, met daarop het biljartlaken dat in de regel gemaakt is van nylon.

Door verschillende handicaps in te bouwen zijn de diverse spelsoorten ontstaan.
1. Libre of vrij spel
In deze spelsoort zijn er in principe geen beperkingen om te caramboleren, met uitzondering van 4 verboden zones in de hoeken van het speelvlak. Hierin gelden de bepalingen behorende bij het tweestootskader.
Sterke librespelers kunnen grote series scoren met een zogenaamde "serie americaine", waarbij de ballen zich dichtbij elkaar en bij de band bevinden en zich nauwelijks verplaatsen.
2. Bandstoten
Hierbij moet de speelbal, alvorens de derde bal te raken minstens 1 band raken. Hierbij gaat regelmatig de ideale positie verloren en moet getracht worden via een verzamelstoot de ballen weer dicht bij elkaar te krijgen.
3. Driebanden
Dit is de moeilijkste spelsoort, waarbij de speelbal alvorens de derde bal te raken minstens 3 banden geraakt moet hebben. Het mag drie maal dezelfde band zijn.
Toppers kunnen bij het driebanden een gemiddelde rond de 1 carambole per beurt spelen of zelfs daarboven.
4. Kader
Het kaderspel wordt verdeeld in tweestoots- en éénstootskader. De kaders worden gevormd door dunne krijtlijnen te trekken evenwijdig aan de band. In de kadervakken mag slechts beperkt worden gecaramboleerd. Bij het tweestootskader mag in elk vak een carambole gemaakt worden. Liggen de beide te raken ballen daarna nog in 1 vak, dan moet de speler er bij de volgende carambole voor zorgen dat tenminste één van de te raken ballen het vak verlaat. Die bal mag wel weer terugkeren in het vak. Bij het éénstootskader moet - als de te raken ballen zich in één vak bevinden - al bij de eerste carambole tenminste één ervan het vak uit.
Zowel bij klein als groot biljart zijn er 2 verschillende kadergrootten, respectievelijk 38 of 57 centimeter vanaf de band en 47 of 71 centimeter. Zo komt men tot de verschillende naamsaanduidingen binnen het kaderspel als 38/2,57/2,47/1,4712 en 71/2. Het cijfer achter de schuine streep geeft aan of het om tweestoots of éénstootskaderspel gaat.
5. Kunststoten
Bij deze spelsoort, die ook wel "billard artistique" genoemd wordt moeten er een aantal moeilijke van te voren vastgestelde kunststoten gemaakt worden, die bij succes punten opleveren, variërend van 4 tot 11. Iedere speler heeft 3 beurten voor elk stootbeeld.
Bij deze spelsoort worden nog ivoren ballen gebruikt. In de andere spelsoorten is het ivoor vervangen door harde plastics.
6. Meerkamp
Hierbij moeten meerdere spelsoorten gecombineerd worden, voorheen 5, tegenwoordig 3. Dit is bij uitstek een discipline voor spelers, die zowel het vrije spel als het kaderspel als het bandenspel beheersen.

In Noord Amerika en Engeland overheersen andere biljartvormen, respectievelijk "pool" en "snooker", waarbij gebruikt wordt gemaakt van gaten (zogenaamde "pockets" aan de zijkant van het biljart, waarin de ballen via een bepaalde volgorde terecht moeten komen.
Het klassieke biljarten wordt voornamelijk beoefend in Europa, Japan, enkele Zuidamerikaanse landen en Noord Amerika.

Terug naar onderwerpen

Bewegings- en belastingsanalyse

De basishouding van iedere biljarter is een spreidstand, waarbij de 2 benen samen met de op het biljart rustende hand (de linker bij rechtshandigen) een zo stabiel mogelijke drievoet vormen. Het bovenlichaam wordt voorovergebogen zo dicht mogelijk naar het laken toe. Spelers met een lengte rond de 1.75 meter hebben het voordeel dat de hoogte van het biljart voor hen het meest ergonomisch is, waardoor zij in een ontspannen stand kunnen stoten. Vooral langere spelers staan in een veel ongelukkiger houding, met de kans op rugproblemen.
De duim en de wijsvinger van de linkerhand vormen een ring, waardoor de keu zich horizontaal moet bewegen. De pink en ringvinger liggen gestrekt op tafel, terwijl de positie van de middelvinger varieert afhankelijk van het stootbeeld.
De afstand van de hand tot de speelbal moet doorgaans 15 à 20 centimeter bedragen.
De achterhand omvat op ontspannen wijze de keu, in de regel 20 à 30 centimeter vanaf het achtereind.
De basishouding verandert essentieel bij kopstoten als "piqué's" en "massé's".
De biljarter moet er naar streven de koers en de snelheid van de speelbal zo goed mogelijk te controleren. Hiervoor zijn nodig een kaarsrechte afstoot, een goede techniek en maatgevoel. Vooral het laatste is moeilijk trainbaar en moet in grote mate "aangeboren zijn" om op een hoog niveau te kunnen spelen. De betere biljarters kunnen ook de snelheid en de richting van de tweede bal controleren, zodat er seriespel kan ontstaan.
Bij de steeds wisselende positie van de drie ballen moet niet alleen getracht worden een carambole te maken, maar ook een zodanige positie over te houden, dat een volgende carambole maakbaar is.
De absolute toppers kunnen zelfs bij het driebanden, waar de ballen grote afstanden afleggen (op overhouden spelen). Bij de grote stootbeelden kunnen de spelers gebruik maken van de zogenaamde "diamonds", markeringen op de randen van het biljart, die van nut zijn bij het bepalen van de juiste koers van de speelbal.
Om voor iedere opgave een oplossing te vinden kan de biljarter verschillende stoottechnieken gebruiken die allerlei verschillende effecten aan de ballen geven.
Beginnende spelers maken vrijwel altijd de fout met te veel effect te spelen en bovendien stoten zij vrijwel altijd te hard, waardoor de ballen oncontroleerbaar worden.
Door de speelbal links van het hart te raken, ontstaat een links draaiend effect, dat op de tweede bal een rechtsdraaiend effect heeft.
Trekstoten ontstaan door de speelbal onder het hart te raken, waardoor de speelbal na contact met de tweede bal terug loopt. Het tegenovergestelde is de doorschietstoot, waardoor de speelbal na de botsing in dezelfde richting doorgaat; dit wordt bewerkstelligd door de bal aan de bovenkant te raken.
In de praktijk blijkt dat circa 75% van de stoten bestaat uit trekstootjes en zogenaamde "geamortiseerde" stoten. Amortiseren betekent dat de snelheid van de speelbal getemperd wordt. Dit wordt bereikt door de bal in het hart of iets daaronder te raken en de tweede bal "dik" aan te spelen.
Bijzondere stoottechnieken zijn de piqué en de massé, de zogenaamde kopstoten. De piqué wordt doorgaans gebruikt als de speelbal tussen de twee andere ballen ligt en te dicht bij elkaar om te trekken. Door de bal vanaf de bovenkant aan de achterzijde te raken ontstaat eerst een voorwaartse beweging gevolgd door een achterwaartse. Het hebben van lange vingers is bij de kopstoten een voordeel.
Bij de massé wordt de bal eveneens vanaf de bovenkant geraakt, maar tevens aan de zijkant, waardoor er een voorwaartse beweging ontstaat, maar niet recht vooruit.
Hierdoor kunnen zeer wonderlijke effecten ontstaan, die voor ogenschijnlijk onmogelijke opgaves soelaas bieden.
Andere soorten stoten zijn de snijstoot, waarbij de band gebruikt wordt en de klotsstoot, waarbij van de klots tussen 2 ballen gebruik wordt gemaakt.
Tactiek speelt eveneens een rol bij het biljarten. Net zo goed als de speler erop let, dat hij na iedere stoot een goede positie overhoudt, kan hij ervoor zorgen dat de tegenstander bij een eventuele misser voor een moeilijke opgave komt te staan. Dit wordt "carotte" genoemd en wordt vaak gebruikt in de slotfase van een duel.
Behalve een grote technische vaardigheid dient de biljarter ook te beschikken over een grote mentale hardheid en een groot concentratievermogen. Gevoelens van agressie moeten omgezet worden in zuiverheid, hetgeen zeer moeilijk is. Als de tegenstander aan bod is moet men weerloos wachten op de stoel en wachten en hopen op een misser van de opponent. Naarmate dit langer duurt wordt het lastiger om weer in het ritme te komen.
Hoewel biljarten als recreatie zeer ontspannend kan werken is de wedstrijdsport soms zeer stressverhogend, vooral in de eindfase van spannende partijen.

Om meerdere partijen op één dag geconcentreerd te kunnen spelen, is een goede algemene lichamelijke conditie nodig. Dit kan bereikt worden met rustige duurtraining in de vorm van wandelen, zwemmen, fietsen of hardlopen.

Terug naar onderwerpen

Blessures

Blessures komen gewoonweg nauwelijks voor bij biljarten. De orthopedische en fysiologische belasting is gering, alleen op het mentale vlak kunnen er problemen ontstaan.
Zoals eerder vermeld kunnen lange spelers wat rug-spierklachten krijgen door de voorovergebogen houding over het biljart, maar ook dit komt sporadisch voor. Omdat biljarten zich vaak afspeelt in cafésferen wordt het nogal eens gerelateerd aan gebruik van drank en sigaretten. Het spreekt voor zichzelf, dat de goede biljarter tijdens zijn sportbeoefening geen alcohol gebruikt.
Tegenwoordig is het verboden om tijdens belangrijke toernooien te roken in de speelzaal, waardoor de spelers in een gezonde atmosfeer kunnen presteren.
De aard van het biljartspel maakt het mogelijk om tot op hoge leeftijd de sport te blijven oefenen. Ook het prestatieniveau kan zeer lang gehandhaafd worden, hetgeen blijkt uit de prestaties van sommige 60 plussers.

Terug naar onderwerpen


Heeft u vragen of opmerkingen over deze site? Mail ons: info@sportzorg.nl
SitemapStuur deze pagina naar een vriend   Print deze pagina
 
header_left Zoeker header_right

Helaas, u heeft de nieuwste flashplayer nodig om deze website te kunnen bezoeken. U kunt de player hier downloaden.


header_left Vragenlijst header_right

Ticker check
header_left Nieuwsbrief header_right

Ontvang onze gratis nieuwsbrief
Aanmelden voor de Sportzorg nieuwsbrief