Zoeken
header_left header_right

header_left Sportzorg adressen header_right

   Home > Sporttakken > Golfen

Voor informatie kunt u hieronder op een aantal onderwerpen klikken. Deze informatie is geschreven door (medisch) deskundigen.

Inleiding
Het spel
Het materiaal 
Het baanontwerp 
Het handicap-systeem
Sportmedische aspecten
Blessuregevoeligheid en sportletsels
Preventie van blessures

Inleiding

Over het ontstaan van golf is niet veel bekend. Waarschijnlijk terecht wordt de origine gezocht in Schotland. In notities uit de zeventiende eeuw wordt gerept over 'golf' en/of 'golf links'. Met 'links' worden bedoeld aangespoelde of drooggevallen gebieden langs de kust, met veel ongebruikte ruimte en een ruige natuur. Ook in Nederland wordt in de zeventiende eeuw gesproken over 'kolf'.
Eveneens een sport waarbij een balletje met een stok geslagen wordt in de richting van een vooraf bepaald doel en waarbij ook het wedstrijdkarakter lag in het aantal slagen dat nodig was om dit doel te bereiken.
Echter, in Schotland was het doel waarschijnlijk net als bij het hedendaagse golf een putje waarin de bal moest belanden (na zo weinig mogelijk slagen), terwijl bij het Hollandse kolf het doel een deurpost was of twee deurposten, en nog liever daartussenin: een plaats van gezelligheid met zorg voor de vermoeide mens, bijvoorbeeld een kroeg! Kolf valt te vergelijken met het nu nog in het oosten van Nederland wel gespeelde klootschieten, wat vroeger zeer populair was en bedreven werd met een bal (de 'kloot'), langs de weg van het ene punt naar het andere (een kroegentocht?), waarbij het minste aantal worpen de winnaar leverde (individueel of per groep). Hoe het ook zij, aangenomen wordt dat de bakermat van golf in Schotland ligt. Vandaar heeft het golfspel zich via de rest van Groot-Brittannië en de Britse koloniën verspreid over de gehele we wereld.
De meest bekende en vooraanstaande baan in Schotland is die van St. Andrews. De Royal and Ancient Golf Club of St. Andrews is als het ware het regeringsparlement van de golfsport. De regels (rules) worden er gemaakt/aangepast in de breedste zin van het woord, volledig in samenspraak met de United States Golf Association. Waarschijnlijk zijn er niet veel sporten met meer regels omtrent speelwijze, hulpmiddelen, de baan, spelsysteem enzovoort. Een uniek aspect van het golfspel is dat het wordt gespeeld zonder scheidsrechter. De speler behoort zelf de regels toe te passen en zichzelf de straffen gesteld op overtreding van de regels op te leggen. In geval van twijfel kan bij wedstrijden een referee te hulp worden geroepen of in overleg met de competitor naderhand worden geconsulteerd. De resultaten worden genoteerd op de scorekaart.
Een ander uniek aspect van golf is dat als uitgangspunt geldt dat iedereen in principe kan spelen met iedereen die in de sport geoefend is, waar ook ter wereld, op iedere leeftijd, enzovoort. Iedere golfer heeft zijn eigen handicap, hetgeen een kwalificatie is voor het spelniveau. Door handicaps te vergelijken en te verrekenen met het aantal slagen dat gemaakt is, is in principe het niveauverschil tussen een superspeler en een beginner te verrekenen en kan de 'kruk' het dus winnen van de 'crack', ongeacht factoren zoals leeftijd en geslacht.

Terug naar onderwerpen

Het spel

Golf wordt gespeeld op een terrein waarop banen zijn aangelegd, holes geheten, zo genoemd naar de 'hole' (putje) op het eind van zo'n baan. Het spel bestaat uit het slaan van een balletje met behulp van een golfclub vanaf de afslagplaats tot in de hole, en wel met zo weinig mogelijk slagen. Op de eerste hole wordt begonnen (de holes zijn genummerd); vervolgens de tweede hole, enzovoort, tot alle 18 holes zijn gespeeld. Dit wordt het spelen van een ronde genoemd. Allerlei moeilijkheden kunnen zich daarbij voordoen, zoals de afstand, de wind, bomen of struikgewas, water, de regels van het spel en de mentale toestand van de speler; er is waarschijnlijk geen sport die zo frustrerend kan zijn.

De regels
Alvorens de baan in te mogen gaan wordt geacht dat aan drie uitgangspunten en voorwaarden is voldaan, namelijk (in chronologische volgorde):
1. kennis van de etiquette van de sport (beleefdheid en voorzichtigheid, zorg voor baan en natuur);
2. kennis van de regels van het spel;
3. (golf)vaardigheid bezitten om de bal behoorlijk te slaan.

Ad 1. Het spel kent gedragsregels (etiquette). Deze schrijven voor hoe spelers zich moeten gedragen als een andere speler aan slag is -stilstaan, niet praten- of wanneer andere spelers de gelegenheid moeten krijgen door te spelen als er bijvoorbeeld een bal wordt gezocht. Ook geven zij aan hoe spelers beschadiging van de baan moeten voorkomen en hoe ze eventuele schade moeten herstellen.
Het kennen van deze gedragsregels is een eerste vereiste voor beginners die op de baan willen gaan spelen ('baanpermissie').
Ad 2. Voorheen was al gesteld dat het golfspel sterk regelgebonden is. Dit is verklaarbaar. Door het spelen in een open ruimte, slechts beperkt door hekken aan de buitenkant, op een terrein met kuilen, struiken, bomen, sloten en vijvers, schuren en dergelijke, doen zich geregeld situaties voor waarvoor regels dienen te zijn vastgesteld. Zo bepalen de regels wat een speler mag of moet doen wanneer zijn bal in een sloot terecht is gekomen, onspeelbaar in de struiken ligt, niet meer te vinden is of op het dak van een schuur belandt. Ook het feit dat de spelers zelf de regels moeten toepassen is er oorzaak van dat wat een speler mag of moet doen vaak in details is beschreven ('regelexamen').
In een soort examen moet de golfvaardigheid worden getoond, wederom volgens centraal bepaalde standaardnormen. Gedoeld wordt hierbij specifiek op de vaardigheid met golfclub-golfbal, met nadruk op hetgeen onder ad 1 en ad 2 is genoemd ('golfvaardigheidsdiploma').

Terug naar onderwerpen

Het materiaal

Ook onder de regels (rules) vallen de te gebruiken middelen, met name de stokken (golfclubs;) en de balletjes. De laatste waren vroeger van geperste veertjes in een lederen cover en later van massief rubber. Nu bestaan er drie soorten ballen, alle met voor- en nadelen en in wezen niet erg verschillend. Gemeen hebben ze het absolute voorschrift van doorsnee: 42,67 mm (1,68 inch) en gewicht 45,93 gram (1,62 ounce).
Een speler mag niet meer dan 14 clubs bij zich hebben tijdens een speelronde; veelal zijn dat ten minste:
· 3 verschillende 'woods' (houten) (voor de langere slagen);
· 9 verschillende 'irons' (ijzers) (voor de kortere slagen);
· 1 putter (voor het fijne werk op de green).
De stokken verschillen vooral in lengte en buigzaamheid van de shaft (schacht), in de helling van het slagvlak, en in het gewicht van de kop. Alles echter binnen de limieten die zijn vastgesteld in de regels. De speler kan aldus een stok kiezen waarmee hij de gewenste afstand denkt te kunnen overbruggen, in principe via een rechte lijn en -afhankelijk van de stand van het slagvlak en het gewicht van de kop -via een hogere of lagere curve.

Terug naar onderwerpen

Het baanontwerp

Volgens de regels moet een standaardbaan voldoen aan standaard normen van onder andere lengte en moeilijkheidsgraad. Zo zal in principe een 18-holes baan bestaan uit 4 par 3 holes, 4 par 5 holes en 10 par 4 holes.
Men spreekt in dit geval van een 18-holes baan met een par van 72. Een absoluut vereiste zijn deze 18 holes. Dit aantal is gebaseerd op een traditie die stamt uit het einde van de 18e eeuw, toen de Society of St. Andrews' Golfers de baan uitbreidde van 12 tot 18 holes en dit aantal aanvaard werd als het officiële aantal van een ronde golf. Voor de holes geldt in principe hetzelfde als voor de baan: een grote verscheidenheid, maar qua constructie een in principe vast patroon.
Zo heeft elke hole op welke baan dan ook minstens twee afslag plaatsen, één voor dames en één voor heren. Die voor dames, de dames-tee, ligt vóór de herentee, soms wel 40 tot 60 meter; dit opdat de dames die in het algemeen minder ver slaan dan de heren (onder andere door lichtere en iets kortere clubs) een kortere afstand naar de green hebben te overbruggen. De afslagplaats (tee) ligt als gezegd op een vlak stuk grond, vaak wat hoger dan het aangrenzende terrein, soms op een (duin)top op een heuvelachtige baan. Op deze afslagplaats, duidelijk gemarkeerd door twee tee-merken en met een bord waarop het nummer en de lengte van de hole is vermeld, mag de bal op een pinnetje ('tee' genaamd) worden geplaatst om de bal gemakkelijker te kunnen raken.
Na de afslagplaats volgt er meestal een ongebaand stuk terrein dat kan bestaan uit diepe kuilen, water, lang gras of heide enzovoort. Hoe dan ook, dit deel van de hole moet de speler zien te vermijden door er recht en ver overheen te slaan, zodat zijn bal op de fairway terechtkomt: het deel van de hole met een kort gemaaide grasmat waar de bal goed ligt voor de volgende slag. Slaat de speler wel ver genoeg maar komt zijn bal niet op de fairway maar ernaast terecht, dan ligt zijn bal bijna zeker in wat men de 'rough' noemt. Dit kan variëren van ruw tot zeer ruw terrein, van ongemaaid gras tot struikgewas, al dan niet met doornen, bomen of water. Daar de speler in principe de bal niet mag oppakken maar moet 'spelen zoals de bal ligt', kost het vaak een of meer slagen om de bal weer op de fairway te krijgen. Ligt de bal op de fairway, dan moet de green worden bereikt. Ook dat is niet altijd eenvoudig, want op de weg daarnaartoe bevinden zich natuurlijke of kunstmatige hindernissen, bijvoorbeeld een onderbreking van de fairway met een ongemaaid deel, een dwars over de fairway lopende sloot, of een zandbunker. Het ontwerp van een baan is zo gemaakt dat de holes in verschillende richtingen lopen, die ten opzichte van de windrichting steeds veranderen. De holes lopen zo min mogelijk evenwijdig en de architect van de baan betrekt zoveel mogelijk natuurlijke hindernissen zoals bomen, beekjes, greppels en waterpartijen in zijn ontwerp. Bij het ontwerpen wordt ervan uitgegaan, zoals reeds vermeld en bepaald door de lengte, dat er 4 par 3, 4 par 5 en 10 par 4 holes ontstaan, gelijk verdeeld over de eerste negen en de tweede negen holes. Deze achttien holes zijn in principe door een zeer goede golfer te spelen in 72 slagen. Aangezien er echter in het ontwerp lange en korte, moeilijke en minder moeilijke banen ontstaan, mede door natuurlijke veranderingen in de tijd, en de verschillende banen toch qua moeilijkheid ook met elkaar vergelijkbaar moeten zijn of blijven, wordt van elke baan ook de moeilijkheidsgraad vastgesteld, de SSS ('Standard scratch score') van de baan genoemd. Deze SSS is gelijk aan de score die een scratch golfer (een foutloze speler met handicap 0) verwacht wordt te maken over een baan van 18 holes. Is de SSS van een baan 69 dan wordt van zo'n speler een score van 69 verwacht. Met andere woorden: de SSS van een baan wordt berekend op basis van de lengte van de baan -de som van alle holeslengten -en enige factoren die het spelen beïnvloeden. Zo nodig wordt het ontwerp aangevuld met andere hindernissen, zoals zandbunkers, bosschages, struiken of slootjes, of kan de baan anderszins veranderd worden om de SSS te verhogen (of te verlagen). Hiermee kan dus de moeilijkheidsgraad worden bijgesteld. Ter nadere verduidelijking: voor iedere hole wordt gerekend dat, als de bal eenmaal op de green ligt, er voor een geoefend golfer gemiddeld twee slagen(puts) met de putter nodig zijn om de bal in de hole te krijgen. Een par 3 hole zal dus gespeeld moeten worden in één slag en 2 puts! Bij minder slagen speelt men onder par, bij meer boven par, men zegt dan bijvoorbeeld 'ik speelde hole 10 één onder par'. Ideaal is een baan met een par van 72 en een SSS van 72. Binnen het SSS-systeem wordt ook per baan de moeilijkheidsgraad van iedere hole apart vastgesteld, binnen de 18 holes van de baan (derhalve 1-18, de moeilijkste hole krijgt stroke-index 1, de 'gemakkelijkste' stroke-index 18).

De baan
Wanneer aan alle voorwaarden is voldaan, kan dus de baan op worden gegaan. Aangekomen bij de afslag (tee) zien we vóór ons de baan. Over het algemeen bestaan er drie soorten banen:
· park-, polder- of bosbanen,
· heidebanen en kunstbanen, en de
· zogenaamde link-courses (duin- of zeebanen).
Een baan is ca 55 hectare groot. Zoals reeds vermeld bestaat een standaardbaan uit 18 holes (een hole is zowel de naam voor een stuk baan als voor het putje waar de bal in geslagen moet worden). Een ronde (als eerder vermeld) bestaat in de meeste wedstrijdtypen uit het spelen van achttien holes. In principe bestaat iedere hole uit drie gedeelten:
· de afslag of tee;
· de fairway;
· de green.
Iedere afslag (tee) bestaat uit een vlak stukje gemaaid gras waar de bal op een soort pinnetje (de tee) wordt gezet met de bedoeling de bal weg te slaan in de richting van de hole die we (meestal) verderop (ongeveer 150 tot 500 meter) zien liggen, gemarkeerd door een stok met een vlaggetje.
De hole is hier een putje van bijna 11 cm doorsnee en minstens 10 cm diep, waarin een vlaggenstok is geplaatst. De hole bevindt zich ergens in de green (doorsnee ca. 25 m); dit is een zeer zorgvuldig onderhouden, meestal vrij rond deel van de baan van speciaal zeer kort gemaaid gras, en in tegenstelling tot de afslag (tee) juist niet vlak maar licht golvend, of bol of hellend of een combinatie daarvan.
Een golfer moet over veel ervaring en inzicht beschikken en de terreinsituaties goed kunnen inschatten om door een juiste clubkeuze en inschatting van andere variabelen zoals weersomstandigheden en vochtigheidsgraad, en beheersing van de slagtechniek een goede score (aantal slagen) te maken.

Terug naar onderwerpen

Het handicapsysteem

Het doel van een handicapsysteem is het mogelijk maken dat spelers van ongelijke sterkte met en tegen elkaar spelen met gelijke kansen. Het in ons land en andere landen geldende handicapsysteem is vrij ingewikkeld en bevat vele bepalingen en voorschriften. Het principe is echter eenvoudig.
Op een baan met een par van 72 maar een SSS van 70 wordt een foutloze speler (handicap 0) geacht in 70 slagen rond te gaan. Een speler die daar 80 slagen voor nodig heeft, heeft een handicap van 10. In een wedstrijd waarbij een speler alle slagen bij elkaar op moet tellen, mag hij 10 slagen van zijn totale score (brutoscore) aftrekken. Zijn zo vastgestelde nettoscore kan dan worden vergeleken met de nettoscores van de andere deelnemers aan de wedstrijd. Met andere woorden: spelers in een golfwedstrijd hebben altijd gelijke kansen; de betere speler (lage 'handicapper') kan verliezen van de slechtere speler (hoge 'handicapper').
Een golfspeler krijgt een handicap doordat hij van iedere 18-holes ronde een kaart (de scorekaart) inlevert bij de handicapcommissie van zijn club. Ruwweg gezegd geeft het gemiddelde van een aantal kaarten het spelniveau van de betrokken speler weer. Blijkt dat een speler gemiddeld steeds 80 slagen over de baan met SSS 70 doet, dan speelt hij steeds 10 boven SSS (80-70). Daarmee wordt zijn handicap vastgesteld op 10.
Bij de handicapverrekening worden de 'extra' slagen toebedeeld vanaf de moeilijkste hole. Ter verduidelijking: op de scorekaart heeft hole 1 met par 5 een stroke-index 13, hole 2 en hole 3 beide par 4 maar stroke-index respectievelijk 7 en 5. Hole 3 is dus moeilijker dan hole 2. Maar is het verschil in handicap van twee spelers 10, dan krijgt de hoogste handicapper zijn extra slagen op onder andere hole 2 en 3 en niet op hole 1, met andere woorden op de 10 moeilijkste holes van de 18 holes die de baan telt.
Ten slotte toont de scorekaart dat, hoewel de baan qua afmetingen een par 72 baan is, de SSS uitkomt op 71. Speelt men er 80 slagen over dan heeft men als handicap 9 gespeeld; had men handicap 10, dan speelde men 'één onder de handicap'. 

Terug naar onderwerpen

Sportmedische aspecten

Algemene belasting van de golfspeler
Golf is een sport die het gehele jaar door gespeeld kan worden door mannen/vrouwen van alle leeftijden over banen van zeer verschillende natuurlijke moeilijkheidsgraden (heuvels, moeilijk te belopen oppervlakken met sterke wind, hellingen, grote afstand en van de ene hole naar de andere, enzovoort). Gesteld moet worden dat een volledige ronde, als er vlot wordt doorgespeeld/gelopen, 3,5 tot 5 uur duurt. Al met al vraagt ditnatuurlijk diverse vormen van fysieke kracht/inspanning, ongeacht de beperkingen of hulpmiddelen die gebruikt worden (draagtas, tas op handgetrokken golfkarretje of op elektrische golfcar, of buggies).
De gemiddelde 'gezelligheids'-speler mag misschien geregeld een baltraining doen (oefenen met de bal vanuit een oefenplaats op een oefenveld), van basistraining teneinde de algehele fysieke conditie op peil te houden, is vaak praktisch geen sprake. Zeker niet als gesproken wordt over de louter 'mooi-weer-speler'. Zelfs binnen de officiële golfcompetities kan echter nog nauwelijks gesproken worden van basistraining, naast de specifieke baltraining die alleen gericht is op het golfspel.
Ook aan warming-up zou veel meer aandacht moeten worden besteed; niet alleen met de club en de bal, maar ook fysiek (voor een ronde zou voorbereiding moeten plaatsvinden).
Afgezien van de geestelijke belasting door de sport (frustraties) is de fysieke belasting, zoals reeds gememoreerd, vaak zwaar. Bij de meeste slagen (golfswings) wordt het gehele lichaam gebruikt en redelijk zwaar belast.

De golfswing
Teneinde de medische consequenties van de golfsport te kunnen vaststellen is een analyse van de fysiologische betekenis van de golfswing noodzakelijk.  De golfswing bestaat uit een asymmetrische activiteit met zeer ingewikkelde kinesiologie, te verdelen in vier stadia :
de set-up of stand;de backswing of opslag;de downswing (tot de bal geraakt wordt -ongeveer 0,25 s);de doorzwaai. 

Terug naar onderwerpen
 
Blessuregevoeligheid en sportletsels

De blessuregevoeligheid en sportletsels bij golf zijn onder te verdelen in twee, groepen, als gevolg van:
· externe, omgevingsgebonden factoren;
· interne, persoonsgebonden factoren.

Externe, omgevingsgebonden factoren
De letsels voor een golfer door externe, omgevingsgebonden factoren ontstaan op drie manieren:
a. letsels door het gebruik van de clubs en de 'slag';
b. letsels door het bewegen door de baan, door de vrije natuur;
c. letsels door geweld van buitenaf.
Ad a. Twee factoren spelen mee in de absolute blessuregevoeligheid.
Ten eerste is de lichaams-'stand' meestal niet ideaal, doordat door afwisselende terreinomstandigheden de voeten niet op gelijke hoogte staan door glooiing of een hindernis of iets dergelijks en dikwijls de bal niet in hetzelfde vlak ligt als de voeten. De tweede belangrijke factor in de blessuregevoeligheid zijn bovenal de fouten in de slagtechniek, met als gevolg abnormale of ongewenste spierafwikkelingen, gewrichtsbelastingen enzovoort. Dit heeft als ultieme consequentie:
· over de bal heen slaan >geen impact >alle energie verdwijnt in de doorzwaai
· in de grond slaan respectievelijk tegen de grond slaan, waarbij praktisch of geheel geen doorzwaai ontstaat.
Gesteld kan worden dat in de specifieke golfslag alle gewrichten en de gehele musculatuur van het bewegingsapparaat worden gebruikt, met dien verstande dat er links-rechtsverschillen zijn.
Ad b. Bij letsels door het bewegen door de baan wordt gedoeld op letsels die niet direct aan de eigen sportieve activiteit toe te schrijven zijn, maar als het ware door de baan worden veroorzaakt, zoals enkel-, knie-, heup- of rug blessures door struikelen over boomstronken, in konijnenholen enzovoort.
Ad c. Bij letsels door geweld van buitenaf moet worden gedacht aan gelukkig zeer zeldzame zaken; voornamelijk zeldzaam door met name de strenge regels van de etiquette en golfvaardigheid. Gedoeld wordt hier op het geraakt worden door een bal geslagen door een andere speler, door een terugkaatsende eigen bal, bijvoorbeeld door een boom of ander voorwerp, of door een slag van een medespeler met diens club (bijna altijd door onachtzaamheid, vooral een onder zeer jeugdigen nogal eens waargenomen letsel).

Interne, persoonsgebonden factoren
Onder interne, persoonsgebonden factoren kan men verstaan:
· overbelasting c.q. slechte training en/of warming-up;
· foute techniek;
· role of the mind ('tussen de oren'). Deze factoren gelden niet als specifiek voor golf en worden (niet omdat ze niet uiterst belangrijk zijn) niet behandeld in de context van dit artikel.

Aard en omvang van de letsels
Statistische gegevens over blessures in golf zijn weinig voorhanden. Wel kan een indruk wörden verkregen over de meest voorkomende aan de sport toe te schrijven blessures door empirische noteringen. Het blijkt dat ook bij officiële wedstrijden en ondanks sportmedische begeleiding veel blessures niet worden geregistreerd of gemeld en buiten de statistiek om behandeld zijn. Zeer veel, misschien wel de helft van de blessures, zijn herhalingen van oude blessures, watgezien de aard van de blessures en/of de aard van de sport niet verbazingwekkend is. Ook kan worden gesteld dat ernstig of blijvend letsel ten gevolge van de sport niet of zeer sporadisch voorkomt. De enige botbreuk die specifiek wordt gesignaleerd is de fractuur van het os hamatum (een handwortelbeentje), een fractuur die eveneens wordt waargenomen bij sporten met een swing door de pols, zoals bij baseball. Veel voorkomend zijn klachten ter plaatse van de elleboog, identiek aan de 'tennisarm' (epicondylitis lateralis) maar dan in de linker elleboog bij een rechtshandig individu. Verder wordt de tendovaginitis
In tegenstelling tot wat verwacht wordt moet golf worden gerekend tot de middelmatig zware sporten. De 'workload' is zeer verschillend en onder meer sterk afhankelijk van factoren als snelheid van bewegen door de baan, dragen van de tas, geaccidenteerdheid van het terrein en weersomstandigheden. Fysiologisch onderzoek toont de te verwachten invloeden op hartritme, bloed-glucosespiegels, oxygenatie, vrij-vetzuurgehalten enzovoort.
Een apart probleem binnen deze sport wordt hier alleen gememoreerd, zonder dat de zwaarte van de sportmedische implicatie bekend is. Dit betreft het verschil in inspanning, dat geldt gedurende het grootste deel van de ronde met steeds de overgang naar perioden van relatieve rust tijdens het precisiewerk op de putting-green (door de baan is het grof en zwaar werk, op de green licht en fijn).

Terug naar onderwerpen

Preventie van blessures

Hoewel vaak onvoldoende onderkend, hoort preventie van letsels ook tot het medisch handelen. Gezien de aard van de golfletsels en de grote incidentie van preëxistente letsels, wordt benadrukt dat ter voorkoming van letsels een goede algemene conditie, inclusief algemene fysieke training, van het uiterste belang is.
Voordat aan de beoefening van de sport (het 'lopen van een ronde door de baan') wordt begonnen, moet een goede algemene warming-up plaatsvinden, gevolgd door specifieke oefeningen in de golfswing.
Onder toezicht op de 'hygiëne' van de sport kan evenals het bovenstaande ook worden verstaan het gebruik van goed materiaal, aangepaste kledij, goede hulpmiddelen enzovoort.
De specifieke blessures die bij golf optreden, vragen geen aparte medische kennis en kunnen worden verholpen met behulp van een algemene behandeling van sportblessures met de gewone algemene diagnostiek en behandeling, zoals immobilisatie, rust, oefentherapie, bandage en algemene advisering. Vaak zijn de letsels herhalingen van eerder opgetreden ongemak (ca. 50%). Zoals vermeld is het enige mogelijk typische golfletsel de fractuur van het os hamatum en de 'golfarm'.

Terug naar onderwerpen


Heeft u vragen of opmerkingen over deze site? Mail ons: info@sportzorg.nl
SitemapStuur deze pagina naar een vriend   Print deze pagina
 
header_left Zoeker header_right

Helaas, u heeft de nieuwste flashplayer nodig om deze website te kunnen bezoeken. U kunt de player hier downloaden.


header_left Vragenlijst header_right

Ticker check
header_left Nieuwsbrief header_right

Ontvang onze gratis nieuwsbrief
Aanmelden voor de Sportzorg nieuwsbrief