Voor informatie kunt u hieronder op een aantal onderwerpen klikken. Deze informatie is geschreven door (medisch) deskundigen.
Inleiding
Materiaal
Bewegings- en belastingsanalyse
Contra-indicaties
Blessures bij windsurfen
Preventie
Inleiding
Windsurfen valt onder auspiciën van het Koninklijk Nederlands Watersport Verbond, het KNWV. Het is een vrij jonge sport, ontstaan aan de Amerikaanse westkust in 1967. De Amerikanen Hoyle Schweitzer en Jim Drake waren het peddelen dat hoort bij het 'gewone' golfsurfen meer dan beu en ontwikkelden de eerste windsurfplank. De officiële introductie op de Olympische Spelen was in 1984 in Los Angeles, waar de eerste winnaar (op een 'Windglider') een Nederlander was, namelijk Stephan van der Berg.
Het wedstrijdsurfen in ons land is door het KNWV duidelijk gestructureerd. De Nederlandse competitie is ingedeeld naar het kwaliteitsniveau van de surfers. Onderaan de piramide staan de jeugdseries met als doel vooral promotie en kennismaking. Daarboven komt het C-niveau, dit zijn wedstrijden voor beginnende wedstrijdsurfers in clubverband. Is men dit niveau ontgroeid dan belandt men op B-niveau, een wedstrijden reeks op districtsniveau met een landelijke finale tussen de verschillende districten. Een van de doelstellingen van deze B-series is de deelnemers ervaring te laten opdoen in alle variaties van de discipline Racing: van up-wind races (course), down-wind races (slalom) tot en met marathons. Naast deze wedstrijden op binnenwater zijn er ook de B-Series Kust met als doel de surfers voor te bereiden op de Serie A Discipline Race (die op zee gevaren wordt), een soort overgangsserie dus. De A-Series zijn de springplank voor de Nederlandse surfer naar een internationale surfcarrière. Landelijk strijden de allerbesten van Nederland in de Series A Race en Wave, die voornamelijk langs de kust worden gevaren. Beide disciplines (Race en Wave) tellen mee voor het Nederlands Kampioenschap Windsurfen.
Terwijl de Series A Race en Wave een goed vervolg zijn voor de surfers op de 'korte' boards, zijn de Olympic Series een goede doorstroming na de B-Series Binnenwater voor de 'longboard' surfers.
Vanuit de Olympic Series voor de Olympische Mistral One Design en het Nederlands Kampioenschap Mistral (Dutch Open) wordt geselecteerd voor de Europese en Wereldkampioenschappen Mistral.
Terug naar onderwerpen
Materiaal
De enorme ontwikkeling die de windsurfsport sinds haar bestaan heeft doorgemaakt, heeft geresulteerd in een sport die voor een nog groter publiek toegankelijk is geworden. De materialen zijn zo goed geworden dat een heleboel ongemak van vroeger (zwaar materiaal, weinig comfort, veel kracht nodig) definitief tot het verleden behoort.
Windsurfplanken en -zeilen zijn superlicht, wendbaar en breed inzetbaar. Dat betekent windsurfen onder alle omstandigheden. Ook de infrastructuur is enorm verbeterd.
Er zijn nu vele goed uitgeruste windsurfcentra met kleedruimten, warme douches, enzovoort.
Het enige wat niet is veranderd is dat de sport nog steeds 'fun' betekent voor iedereen, jong en oud, en de prijs die je daarvoor betaalt.
Windsurfplank
Een surfboard is gemaakt van kunststof (bijv. polyethyleen, polyester, carbon) en heeft een puntige voorkant en een stompe, afgeronde achterkant. Aan de achteronderzijde van de plank zit een vin, ook wel' 'skeg' genoemd die ervoor zorgt dat er op koers gevaren kan worden. Bij raceboards zit in het midden van de plank het zwaard (+ zwaardkast) die de windsurfplank zijn stabiliteit en balans geeft en het zijwaarts wegglijden voorkomt. Op de plank, aan de achterzijde, kunnen voetbanden bevestigd zijn, met name op planken waarmee gesprongen wordt.
Er zijn surfplanken te koop van verschillende merken, maar ook - wat veel belangrijker is - in verschillende maten en lengten. De lengte van de plank is van grote invloed op het volume van de plank (liters) en aldus op het draagvermogen. Om te blijven drijven is een plank nodig met een minimaal volume. Dit volume wordt bepaald door de optelsom van het lichaamsgewicht en het gewicht van de tuigage. Bij planeren (de plank komt door zijn snelheid half uit het water) maakt het gewicht niet meer uit. Wat wel uitmaakt is de windsnelheid, zeker bij beginners. Hoe harder de wind, hoe lager het volume van de plank kan zijn.
Qua lengte worden de volgende typen windsurfplanken onderscheiden:
· slalom boards (260-285 cm);
· raceboards (380-390 cm);
· wave- en freestyleboards (< 260 cm).
Voor beginners zijn lange planken aan te bevelen. Verdere plankkeus is afhankelijk van de vraag wat voor surfer men is.
Tuigage
Het belangrijkste onderdeel van de tuigage is het zeil dat zorgt voor de voortdrijving van de plank. Het zeil is verbonden aan de mast, die via de mastvoet is verbonden aan de plank. De mast (gemaakt van epoxy of carbon) is tegenwoordig deelbaar, hetgeen het vervoer van het geheel aanzienlijk heeft vereenvoudigd.
De giek (aluminium of carbon) is aan de voorzijde verbonden met de mast en aan de achterzijde met het zeil. Met de giek wordt (met de handen) gestuurd. Van de giek loopt langs de mast (naar de mastvoet) het ophaalkoord, dat nodig is om het zeil uit het water te trekken.
In principe zijn er drie soorten zeilen:
race, slalom en wave. Daarnaast zijn er specifiek voor beginners aparte zeilen verkrijgbaar. Van elke soort zijn er verschillende zeilmaten, afhankelijk van de omstandigheden waarin wordt gevaren.
De zeilmaat hangt af van de weersomstandigheden, de capaciteit van de surfer en de plank. Deze zeilmaat wordt aangegeven in m2. De Olympische Mistral One Design heeft bijvoorbeeld een maximum van 7,4 m2 en voor de jeugd zijn er zeiltjes vanaf 1,2 m2.
Trapeze
De trapeze was vroeger een tuigje dat op borsthoogte werd gedragen. Tegenwoordig gebruikt men een zit(broek)trapeze. De trapeze is, zeker bij harde wind en lange tochten, onmisbaar om de armspieren en lage rug te ontlasten.
Surfpak
Dankzij de uitvinding van de 'wetsuit' kan er bijna het gehele jaar worden gewindsurft. Het hoofdbestanddeel van de moderne wetsuit is neopreen dat gebruikt wordt in verschillende dikten. Het tegengaan van warmteverlies wordt bereikt door een perfecte pasvorm, waardoor het laagje water dat tussen huid en pak komt als een isolerende laag gaat werken.
Er zijn drie soorten surfpakken: een shorty (zonder mouwen en met korte pijpen), een zomerpak (korte mouwen en lange pijpen), en een winterpak (4 - 5 mm).
Surfschoenen
Zeker in ons land is het dragen van surfschoenen vaak noodzakelijk. Eigenlijk zijn het korte laarsjes vervaardigd van neopreen met een rubberen zool. Het dragen van surfschoenen dient een meerledig doel: bescherming tegen kou, verbranden en verwondingen (contact met de bodem) en het voorkomen van uitglijden op de plank.
Terug naar onderwerpen
Bewegings- en belastingsanalyse
Op welke wijze de surfsport ook wordt beoefend, het contact met de plank blijft onder alle omstandigheden van groot belang. Dit geldt ook voor de beginnende surfer en een aantal elementaire technische vaardigheden is dan ook onontbeerlijk. Een correcte techniek zal er ook toe bijdragen dat meer snelheid kan worden gemaakt en dat men minder snel vermoeid raakt. Een slechte techniek kan, zoals bij vele andere sporten, gedeeltelijk gecompenseerd worden door kracht, maar dit gaat ten koste van de efficiëntie. Dit kan zich vooral wreken naarmate de wedstrijden langer duren of als er meer wedstrijden per dag moeten worden gevaren. Voor een (top)surfer is een juiste techniek onontbeerlijk. Dat daarnaast ook conditie, lenigheid en kracht van belang zijn, spreekt voor zich.
Bewegingsanalyse
Voor wat betreft de technische vaardigheden doen bij beginners de problemen zich al voor bij het omhoogtrekken van het zeil. De hiervoor benodigde kracht moet voornamelijk uit de benen komen, waarbij het lichaamsgewicht als contragewicht gebruikt wordt. Van belang is dat rug en armen zoveel mogelijk gestrekt blijven. Uiteraard dient het zeil goed in de wind te liggen op het moment van omhoogtrekken, waarbij de wind in de rug wordt gehouden en de voeten op schouderbreedte aan weerszijden van de mast(voet) worden geplaatst.
Goed geoefende surfers beheersen de strand- en de waterstart, waarbij eerst het zeil wind vangt alvorens op de plank wordt gestapt.
Het 'overstag gaan' en het 'gijpen' zijn complexe vaardigheden die beginners regelmatig een nat pak zullen opleveren.
Bij het overstag gaan stapt de surfer langs de voorzijde van de mast naar de andere zijde van de giek, net nadat de plank recht in de wind gelegen heeft.
Het zeil gaat over de achterkant van de plank. Bij het gijpen blijft men achter de mast staan en zal het tuig precies voor de wind een draai maken van 180 graden voor de mast langs; het zeil draait dus over de voorkant van de plank.
De meeste tijd op de plank wordt in beslag genomen door het varen van een bepaalde koers. Afhankelijk van de baan en windrichting zal men aan-de-wind, halve-wind, ruime-wind of voor-de-wind varen. In grote lijnen is de techniek bij de niet-voor-de windse koersen met elkaar vergelijkbaar. Vaart men over bakboord dan staat het rechter been voor en vaart men over stuurboord het linker been. De romp kan beschouwd worden als een vast blok waarbij rug- en buikspieren zorgen voor fixatie van wervelkolom, thorax en bekken. De extremiteitsspieren grijpen vast aan dit blok. De spieren van de bovenste extremiteiten moeten trekkrachten leveren tegen de windkracht die probeert het zeil weg te blazen. De spieren van de onderste extremiteiten leveren duw- en trekkrachten tegen de plank, om deze in de gewenste koers te houden. De been- en rugspieren vangen de klappen op die de surfplank maakt op de golven. De knieën zijn daarom licht gebogen. De arm- en rompspieren vangen de winddips op.
Belastingsanalyse
De lichamelijke belasting bij het surfen kan het beste geanalyseerd worden aan de hand van de grondmotorische vaardigheden die van belang zijn bij het surfen: uithoudingsvermogen, kracht, snelheid, lenigheid en coördinatie.
Uithoudingsvermogen
Als we spreken over uithoudingsvermogen moeten we onderscheid maken tussen aëroob en anaëroob uithoudingsvermogen. Bij de aërobe energievoorziening hebben we te maken met de verbranding van vet(zuren) en koolhydraten met behulp van zuurstof. Bij de anaërobe energievoorziening zal bij een zware belasting die langer duurt dan 30 seconden melkzuur worden gevormd (lactisch anaëroob). Bij korter durende zware belasting is de tijd te kort om melkzuur te vormen (alactisch anaëroob), hoewel bij repeterende kortdurende zware belasting door cumulatie de lactaatwaarden in het bloed wel degelijk kunnen stijgen. Dit laatste is, zoals bekend, ongunstig voor langdurig optimaal presteren. Dit geldt ook voor de surfprestatie.
De hartfrequentie kan door lichamelijke en psychische belasting tijdens wedstrijden oplopen tot 210/minuut. De hoogte van de hartfrequentie is afhankelijk van de windsterkte en de te varen koers. Zij is hoger naarmate het harder waait en naarmate men meer aan de wind vaart. Er is ook een stijging voor en tijdens de start, bij het overstag gaan, het gijpen en het ronden van een boei.
Kracht
Bij het windsurfen worden praktisch alle spiergroepen intensief gebruikt. Er moeten vooral statische krachten worden geleverd, waarbij iedere verandering in stand van zeil en plank gevolgd wordt door een excentrische of concentrische spieraanpassing tot er een nieuw evenwicht is bereikt. Relatief (per spiervezel) de grootste statische kracht wordt geleverd door de flexoren van de vingers bij het vasthouden van de giek. Andere spieren die het relatief zwaar te verduren krijgen zijn de onderbeenspieren doordat zij de enkel fixeren.
Ter fixatie van de romp zullen de lage rug- en buikspieren aangesproken worden en ook de quadriceps en de bilspieren worden intensief gebruikt.
Zeker voor wedstrijdsurfers zal krachttraining ter ondersteuning (en preventie) bijzonder nuttig zijn. Van belang is dan wel dat niet getraind wordt op het vergroten van de maximale kracht, maar vooral op het kracht-uithoudingsvermogen. Hoe groter de maximaalkracht van bijvoorbeeld de onderarmmusculatuur is, hoe groter het spiervolume en hoe eerder problemen optreden bij langdurige statische belasting.
Lenigheid en coördinatie
Het spreekt voor zich dat bij een sport waarbij zeer hoge eisen worden gesteld aan vooral de techniek, optimale en symmetrische bewegingsuitslagen van de gewrichten (inclusief wervelkolom) van groot belang zijn. Lenigheidsoefeningen kunnen separaat worden uitgevoerd, maar de coördinatie moet sportspecifiek worden getraind. Een goede balans tussen een optimale lenigheid en een optimale coördinatie is een voorwaarde voor een optimale technische uitvoering van de complexe bewegingen die typerend zijn voor het windsurfen.
Terug naar onderwerpen
Contra-indicaties
Hoewel je niemand kunt verbieden om te gaan surfen, is een goed gefundeerd advies om surfen ten strengste af te raden op zijn plaats bij:
· de meeste aangeboren en verworven hart- en hartklepafwijkingen,
· geleidings-/ritmestoornissen van het hart met flauwvalneiging,
· andere aandoeningen met flauwvalneiging,
· ontregelde diabetes mellitus type I,
· epilepsie met optredende insulten korter dan een jaar terug.
Windsurfen wordt tijdelijk ontraden bij:
· luchtweginfecties met koorts,
· KNO-ontstekingen; zoals oorontsteking, keelonsteking en bijholteontsteking
Terug naar onderwerpen
Blessures bij windsurfen
Schade aan de gezondheid ten gevolge van windsurfen betreft vooral acute sportletsels. Surmenageletsels komen daarnaast wel degelijk voor. Toch is windsurfen geen blessuregevoelige sport. Naast blessures kan, zij het in veel mindere mate, ook andere medische problematiek optreden.
Acute blessures
Acute blessures komen vooral voor bij de disciplines Race en Wave. Door krachtige exogene factoren, zoals wind en golven, kan de belastbaarheidsgrens worden overschreden en verliest de surfer de controle over zijn plank. Als gevolg daarvan kan men op hardhandige of ongelukkige wijze in contact komen met het materiaal, waardoor een scala van acute blessures kan ontstaan. Onderzoek wijst uit dat het veelal om kneuzingen en (snij)wonden gaat.
Daarna komen de kneuzingen, de spierverrekkingen en de breuken. Qua locatie betreft het vooral de onderste extremiteiten en de romp. Daarna komen de bovenste extremiteiten, inclusief schoudergordel, en het hoofd. Kneuzingen zien we vooral aan de enkel en in mindere mate aan de knie. Aan de knie zijn meniscusletsels niet zeldzaam.
Surmenageletsels
Overbelastingsletsels zien we vooral bij beginnende surfers, maar ook bij wedstrijdsurfers. De balans tussen belastbaarheid en belasting is verstoord. Het is van groot belang de oorzakelijke factoren in kaart te brengen, niet alleen voor een adequaat herstel, maar vooral ook in verband met de secundaire en tertiaire preventie.
Andere gezondheidsbedreigende aspecten
Naast blessures kunnen ook andere medische problemen aan de orde zijn bij het windsurfen. Denk hierbij aan bewusteloosheid ten gevolge van een hardhandig contact van het hoofd met het materiaal, met daaraan gekoppeld verdrinkingsgevaar. Ook is er een geval bekend van een ongeval waarbij de punt van een andere plank met geweld het sternum raakte van een surfer die daardoor ten gevolge van een hartstilstand ter plekke overleed! Ook een zonnesteek of hitteberoerte behoort tot de mogelijkheden en tegengesteld daaraan ook juist onderkoeling. Dit laatste kan voorkomen als men door problemen met het materiaal langdurig in koud water verblijft. Minder dramatische problemen zijn blaarvorming, (zon)verbranding van de huid en oorontstekingen.
Terug naar onderwerpen
Preventie
De primaire preventie begint reeds bij het kiezen van het juiste materiaal. Dit betreft niet alleen de plank-zeilcombinatie, maar vooral ook de surfkleding. Het goed inschatten van de persoonlijke belastbaarheid (in relatie tot de windsterkte, -richting en surflocatie), eventueel door middel van een goede sportkeuring, is belangrijk bij het voorkomen van potentiële problemen.
Secundaire preventie start als er al een probleem is. Er worden maatregelen genomen opdat de blessure niet erger wordt en de kans krijgt te genezen.
Maatregelen die genomen worden om herhaling van de blessure te voorkomen noemen we tertiaire preventie.
Preventieve maatregelen
Maatregelen die genomen worden om blessures te voorkomen kunnen zowel primair, secundair als tertiair preventief zijn. Zoals reeds is gesteld, is de keuze van materiaal en kleding in dit opzicht belangrijk. Daarnaast zal er een stabiele gezondheidstoestand moeten bestaan alvorens men op het board stapt. Met andere woorden: oppassen bij (sluimerende) ziekten en blessures.
Windsurfen vereist een aantal technische vaardigheden. De blessurekans wordt vergroot bij een gebrekkige techniek.
Beginners zullen zich deze techniek op een correcte wijze eigen moeten maken alvorens zij langer achtereen gaan surfen. Vooral rugblessures ontstaan nogal eens door een onjuiste techniek (bijv. door verkeerd optrekken van het zeil).
Rug- en andere blessures kunnen ook ontstaan als de belasting groter wordt dan de belastbaarheid. Deze belastbaarheid is te vergroten door conditie-, lenigheids- en vooral krachttraining. Zoals ook bij andere sporttakken zullen bepaalde spiergroepen meer worden gebruikt dan andere. Zo kan er, voor wat betreft de kracht, een dysbalans en/of een asymmetrie ontstaan tussen spiergroepen die juist in balans moeten zijn. Vaak zien we dan de blessure ontstaan bij de spiergroep die het meest wordt gebruikt, bijvoorbeeld lumbago ten gevolge van relatief verzwakte buikspieren. Preventief zal de minder gebruikte spiergroep moeten worden getraind.
Overbelastingletsel aan de armen kunnen worden voorkomen door lichte(!) sportspecifieke krachttraining, koersveranderingen en het regelmatig wisselen van bovengreep en ondergreep bij het vasthouden van de giek.
Knieklachten, zowel acuut als ten gevolge van overbelasting, kunnen worden voorkomen door een goede techniek, maar vooral ook door preventieve krachttraining van de bovenbeenspieren. Dit geldt ook voor enkelklachten, maar dan zullen natuurlijk de stabilisatoren van de enkel getraind dienen te worden. Het dragen van een goede zittrapeze kan helpen bij de preventie van onderrugpijn en van onderarm klachten.
Snij- en andere verwondingen aan de voeten kunnen grotendeels worden voorkomen door het dragen van goede surfschoenen. Zonnebrandcrème zal helpen tegen het verbranden en een goed surfpak tegen onderkoeling. Oververhitting (zonnesteek, hitteberoerte) kan in de hand worden gewerkt door veel vochtverlies. Een windsurfer zal dan ook regelmatig en voldoende moeten drinken. Tot slot zal het dragen van een zwemvest een adequaat middel tegen verdrinking kunnen zijn.
Terug naar onderwerpen