Voedingswaarden
Training is natuurlijk de eerste voorwaarde voor goede sportprestaties, op de voet gevolgd door een goed uitgebalanceerde voeding en voldoende vocht. Koolhydraten, vetten, eiwitten, vitamines, mineralen, spoorelementen: het klinkt allemaal heel ingewikkeld. Maar eigenlijk krijgen we alles met vrijwel elke hap eten naar binnen.
De hamvraag is hoeveel we van al die voedingsstoffen nodig hebben. Om deze vraag te kunnen beantwoorden worden de afzonderlijke voedingsstoffen toegelicht.
Koolhydraten
Koolhydraten zijn de belangrijkste brandstoffen tijdens intensieve inspanning. 1 gram koolhydraten levert 4 kcal. Koolhydraten geven per seconde meer energie dan vetten, bovendien is voor vetverbranding meer zuurstof nodig terwijl de hoeveelheid beschikbare zuurstof ook beperkt is. De verbranding van koolhydraten heeft bij intensieve inspanning de voorkeur omdat deze sneller en efficiënter is dan de vetverbranding. Bij lage arbeidsintensiteit zal meer vet verbruikt worden zodat het spierglycogeen niet verbruikt wordt.
Klik hier voor meer informatie over koolhydraten en sport.
Vetten
Voor sporters wordt een voeding aanbevolen waarbij de vetten voor ongeveer 1/3 deel van de energie zorgen. 1 gram vet levert 9 kcal, dus ruim twee maal zoveel als koolhydraten. Vetrijke voedingsmiddelen leveren voor een deel de in vet oplosbare vitamines (A, D, E en K) en essentile vetzuren. Met het eten van verzadigd vet lopen we een verhoogd risico op hart- en vaatziekten. Kies dus bij voorkeur producten die onverzadigde vetten bevatten.
Klik hier voor meer informatie over vetten en sport.
Eiwitten
Eiwitten zijn bouwstoffen voor bijvoorbeeld de opbouw van spierweefsel. Eiwitten worden pas als brandstof gebruikt als de voorraad glycogeen uitgeput raakt. De voeding van de gemiddelde Nederlander bevat eerder teveel dan te weinig eiwit. Het extra aanvullen van de voeding met eiwit is daarom zelden nodig.
Klik hier voor meer informatie over eiwitten en sport.