Bloeddonor en duursport

Vraag van een duursporter

Ik ben sinds een jaar begonnen met triathlonsport op recreatief niveau. Ik doe vier tot vijf wedstrijden per seizoen (mei-sep), meestal 1/8 of OD. Voor ik met triathlon begon ging ik regelmatig naar de bloedbank om bloed te doneren. Sinds ik actief ben in de triathlonsport heb ik geen bloed meer gedoneerd, omdat ik niet goed weet hoe ik daar in relatie tot de triathlon mee om moet gaan. Omdat ik het doneren van bloed toch wel belangrijk vind zou ik het graag combineren, maar er heersen een aantal vragen bij mij: Hoe kan ik hier het beste mee omgaan? Is het verstandig binnen het wedstrijdseizoen te doneren? Hoeveel tijd moet er tussen een donatie en een wedstrijd zitten? Hoeveel prestatievermogen lever je in na een donatie?

Als iemand bloeddonor is, wordt als regel een halve liter bloed per keer afgenomen. Een volwassen persoon van gemiddeld postuur heeft ongeveer 5 liter bloed. Ook bij sporters bij wie de ijzervoorraad op peil is, duurt het altijd één of meerdere weken voordat het gedoneerde bloed weer is aangemaakt, de rijpingsduur van een nieuwe rode bloedcel is ongeveer 6 weken. Voordat het zover is, heeft de bloeddonor te maken met een verminderd herstel- en prestatievermogen.

De training moet hierop dus tijdelijk worden aangepast, waarbij de sporter extra oplet hoe hij/zij zich voelt tijdens en (daags) na de training. Het is dus niet verstandig bloed te doneren vlak voor een belangrijke wedstrijd of in een zware trainingsperiode. Hoe lang de herstelperiode is na een bloeddonatie, verschilt per persoon en hangt bijvoorbeeld af van de ijzervoorraad die iemand heeft. Aangezien intensief trainende duursporters toch al vaker een ijzertekort ontwikkelen, kan het voor velen van hen echt een probleem zijn naast hun intensieve training twee keer per jaar een halve liter bloed geven. Het is daarom begrijpelijk dat veel prestatiegericht ingestelde duursporters van bloeddonatie afzien.

Gelukkig is er ook een andere vorm van donorschap, waarbij er geen verhoogde kans is op het ontstaan van bloedarmoede. En dat is de donatie van plasma, waaraan ook een grote behoefte is. Bij deze vorm van donatie wordt door middel van plasmaferese alleen het plasma (het vochtgedeelte van het bloed) afgenomen. De bloedcellen worden weer teruggebracht in de bloedbaan van de donor. Het aldus verkregen plasma kan in zijn geheel aan patiënten worden toegediend of er kunnen eiwitten worden uitgehaald die voor patiënten van belang kunnen zijn:

  • Stollingseiwitten zorgen voor de stolling van het bloed. Mensen met bloederziekte (hemofilie) missen één van deze stollingseiwitten. Hierdoor kan hun bloed niet goed stollen. Dit kan ernstige gevolgen hebben bij spontane inwendige bloedingen, operaties en ongelukken. Met de stollingseiwitten uit het donorplasma kunnen mensen met bloederziekte worden geholpen en een vrijwel normaal leven leiden.
  • Afweerstoffen worden gevormd na besmetting met een ziekteverwekker of na eenvaccinatie en zijn van belang voor de afweer. Om patiënten te kunnen beschermen, bestaat er behoefte aan afweerstoffen tegen geelzucht (hepatitis A, hepatitis B), tetanus en andere ziekteverwekkers.

Plasmadonor zijn is minder belastend voor het lichaam dan gewone bloedafname, omdat de donor de bloedcellen (en dus ook het ijzer) terugkrijgt. De donor raakt alleen ruim een halve liter plasma kwijt. Het afgenomen vocht is met drinken binnen enkele uren aangevuld, terwijl de afgestane eiwitten binnen een dag weer zijn aangemaakt. Daarom is het verantwoord om na een dag alweer hard te trainen. In principe kunnen sporters dus zonder nadelen voor hun trainingsopbouw of wedstrijd plasmadonor worden.

Guido Vroemen

Guido Vroemen, sportarts.

Guido Vroemen is sportarts en eigenaar van SMA Midden Nederland. Naast sportarts is Guido tevens Medisch Bioloog en gediplomeerd Triathlon Trainer. Vanuit het advies centrum begeleidt hij meerdere wielerploegen en individuele sporters op zowel trainingstechnisch als medisch vlak.

Geraadpleegde bronnen:

  • Friman, G., Wesslén, L., Karjalainen, J. & Rolf, C. (1995). Infectious and lymphocytic myocarditis: epidemiology and factors relevant to sports medicine. Scandinavian Journal of Medicine & Science in Sports, 5(5), 269-279.
  • Friman, G., Wesslén, L. & Rønsen, O. (2010). Physical Activity in the Prevention and Treatment of Disease. (pp 134-149). Stockholm: Swedish National Institute of Public Health. 

Sportzorg.nl is de voorlichtingswebsite van de sportartsen in Nederland. De informatie op Sportzorg.nl kan niet worden beschouwd als een vervanger van het consult of een behandeling door een (sport)arts. Wij willen benadrukken dat je bij twijfel over gezondheid, behandeling of medicijnen altijd contact op zou moeten nemen met je (sport)arts, specialist of apotheker. Sportzorg.nl kan niet aansprakelijk worden gesteld indien de informatie niet volledig voldoet aan juistheid, volledigheid of effectiviteit. Het gebruik van de informatie geschiedt volledig op basis van eigen risico van de gebruiker.

Share deze pagina: