Hoe zorg je er voor dat jouw kind in het juiste sportklimaat terecht komt?

Hoe zorg je er voor dat jouw kind in het juiste sportklimaat terecht komt?

16 februari 2017

Elke ouder/coach/trainer wil het beste voor kinderen. Dat betekent dus ook een goed klimaat om in te sporten. Elke volwassene heeft invloed op het sportklimaat in zijn omgeving. Zo is het meest simpele voorbeeld het verschil tussen de vragen ‘Heb je het leuk gehad?’, ‘Heb je gewonnen?’, ‘Ging dat (een bepaalde vaardigheid) beter dan de vorige keer?’. De eerste en derde vraag leggen meer de nadruk op het kind zelf (op het eigen plezier en op zelfverbetering) en de tweede vraag legt meer nadruk op het resultaat. Onderzoek heeft laten zien dat plezier en zelfverbetering (taakgericht) het belangrijkst is voor kinderen, dus stel vragen die daarmee te maken hebben na afloop van een wedstrijd. Dit houdt de motivatie van een kind groter, wat ervoor zorgt dat een kind blijft sporten. Verder wil je er natuurlijk ook voor zorgen dat een kind in een goede sportomgeving op een club/vereniging terecht komt. Hoe zorg je hiervoor?

Hoe zorg je voor een taakgericht klimaat?

  1. Vraag naar de visie en verwachtingen van de coach.
    Kijk of deze overeenkomen met die van de anderen rondom een kind (ouders). Wanneer visie en verwachtingen van de volwassenen rondom hetzelfde kind niet overeenkomen, kunnen er conflicten en verschillende doelen ontstaan. Dit is verwarrend voor kinderen. En let er verder op dat de trainingen creativiteit en variatie laten zien om een kind gemotiveerd te houden.
  2. Hoe gaat de coach om met fouten?
    Ga voor een coach die meer gefocust is op hoe de wedstrijd is gespeeld (het proces) i.p.v. het resultaat, omdat dit ervoor zorgt dat kinderen meer inzet blijven tonen in moeilijke situaties. En moedig daarbij kinderen aan als ze veel inspanning laten zien en als je ziet dat ze zichzelf verbeteren. Dit verbetert de motivatie van een kind.
  3. Wat is de rol van teamgenoten?
    Zoek een team waarbij alle kinderen kunnen meedoen en meespelen. Dit zorgt voor meer plezier en verlaagt angstniveaus door het ontbreken van rivaliteit. En kinderen kunnen van elkaar leren als iedereen kan spelen.
  4. Hoe betrekt de coach de sporters bij het nemen van beslissingen?
    Ga op zoek naar een team waarbij een coach de sporters ook wel bij beslissingen betrekt. Hij kan bijvoorbeeld de kinderen een oefening tijdens de training laten kiezen. Op deze manier wordt de betrokkenheid bij hun sport vergroot.
  5. Laat als ouder zijnde een kind zelf ook meebeslissen in de sport die zij willen doen, in welk team zij willen spelen en op welk niveau zij willen spelen.

Als je rekening houdt met deze punten bij het kiezen van een sport/team voor een kind, zal een kind met meer plezier gaan en blijven sporten. Het is daarbij belangrijk om deze punten gedurende de sportcarrière van een kind in de gaten te blijven houden, omdat er natuurlijk dingen kunnen veranderen. Dus blijf met kinderen en coaches communiceren.

Bron: Anoek Voogt (Sportpsycholoog VSPN)

Terug
Share deze pagina: