Frisbee

Frisbee is een sport, die in Nederland nog niet zo lang beoefend wordt. In 1974 waaide de eerste frisbees letterlijk en figuurlijk over vanuit Amerika, waar de wortels liggen van deze tak van sport. Daar waren al in het begin van deze eeuw een soort frisbees te herkennen, die veel gelijkenis vertoonden met bakblikken. In 1948 werd plastic geïntroduceerd bij het vervaardigen van de platte schijven, hetgeen tal van nieuwe dimensies heeft toegevoegd aan deze sport.
De Nederlandse Frisbee Bond (NFB) werd opgericht in 1978. De NFB is aangesloten bij de World Flying Disc Federation en heeft tal van internationale contacten, onder andere via Europese en wereldkampioenschappen.

De frisbee kan op verschillende manieren geworpen worden. De meest gebruikte technieken zullen worden besproken.

1. "Backhand"

Hierbij wordt de schijf als een waaier vastgehouden met de duim aan de bovenzijde, de wijsvinger langs de rand en de overige vingers gespreid tegen de onderkant. Vanaf de backhandkant (links voor rechtshandigen) wordt de schijf op borsthoogte horizontaal geworpen. De rotatie wordt veroorzaakt door de pols, die vanuit een maximale palmair-flexiestand een felle beweging maakt naar dorsaalflexie. Er mag geen rotatie in de onderarm plaatsvinden. Om de werpbeweging kracht bij te zetten vindt er een rotatie in de heupen en het bovenlichaam plaats. De backhandworp, die zeer veel gehanteerd wordt, kan ook aan dezelfde zijde van het lichaam als de werparm uitgevoerd worden, maar wordt dan "underhand" genoemd. De greep verandert hierbij niet.

2. "Side-arm"

Dit is ook een basisworp, maar wat moeilijker dan de backhand. De side-arm wordt veel gebruikt bij Ultimate frisbee om tegenstanders te ontwijken. De schijf wordt als het ware geklemd in de vuist, met de duim er op en de wijs- en middelvinger in de binnenrand.
De 4e en 5e vinger doen niet mee bij deze worp en liggen gebogen tegen de handpalm aan. De schijf wordt geworpen aan de forehandkant, waarbij de rotatie wordt gegeven door een gecombineerde palmairflexie en ulnairabductie. Ook hier is de snelheid van de polsactie bepalend voor een goed resultaat.

3. "Side-arm upside-down"

Deze techniek is erg nuttig bij het Ultimate frisbee bij een korte dekking of tegen een zone-dekking. De greep is hetzelfde als bij de side-arm maar de worp wordt bovenhands uitgevoerd, te vergelijken met een honkbalworp. De schijf blijft nagenoeg verticaal, hetgeen een grotere invloed van de wind toelaat. Bij harde wind is deze worp dan ook niet mogelijk.

4. "Thumber"

De zogenaamde duimworp wordt veel gebruikt bij Guts omdat er hoge snelheden (tot meer dan 150 kilometer per uur) mee bereikt kunnen worden. Alleen de duim ligt tegen de binnenrand en de overige vingers moeten stevig de rand van de schijf aan de bovenkant vastpakken. Het verloop van de beweging vertoont veel gelijkenis met de side-arm.

5. "Overhand"

Hierbij ligt de wijsvinger langs de rand, de duim onder de schijf en de overige drie vingers er boven op. De pols gaat in maximale palmairflexie, zodat de schijf op de onderarm ligt. De schijf wordt nagenoeg horizontaal afgeworpen, terwijl de werper afknikt in de romp.
Geoefende spelers kunnen bij de beschreven technieken allerlei variaties aanbrengen waardoor een grote nauwkeurigheid bereikt kan worden. Dit is tevens nodig om zich te kunnen aanpassen aan verschillende weersomstandigheden. Vooral de wind heeft natuurlijk grote invloed.
Ook het vangen kan op verschillende manieren gebeuren. Beginners doen er verstandig aan de schijf met twee handen te vangen. Dit kan via de "handklap" (met de handpalmen naar elkaar toe gericht), tweehandig bovenhands (met de vingers boven en de duim onder) of tweehandig onderhands (vooral bij het vangen dicht bij de grond).
Moeilijker is het vangen met 1 hand, dat eveneens bovenhands en onderhands kan plaatsvinden. De free-stylers zijn zeer bedreven in het op een minder conventionele manier vangen van de schijf, bijvoorbeeld door deze tussen één of meerdere lichaamsdelen te klemmen (knieën, knieholte, elleboog, enzovoorts).
Bij het vangen is een goede timing absoluut noodzakelijk. Veel beginners worden volkomen verrast door de vlucht van de frisbee. In het laatste gedeelte van de vlucht is de snelheid van de frisbee veel langzamer dan verondersteld wordt.
Conditionele aspecten komen vooral aan de orde bij het Ultimate frisbee. Het specifieke uithoudingsvermogen van een beoefenaar van dit onderdeel lijkt het meest op dat van een korfballer. Snel kunnen sprinten, wenden, keren, vrijlopen en goed kunnen springen behoort in de bagage van een Ultimate frisbeeër aanwezig te zijn.
Ook de Discathon doet een groot beroep op het uithoudingsvermogen. Hier is meer sprake van een grote aerobe belasting.
Bij de overige onderdelen is het uithoudingsvermogen van minder belang. Zeker bij de individuele disciplines komt het meer aan op een goede techniek en een goed concentratievermogen.

Het werpen van de frisbee levert zeer weinig blessures op. Alleen het overmatig éénzijdig oefenen van bepaalde technieken kan overbelastingsletsels veroorzaken. Het geringe gewicht van de schijf is er echter debet aan, dat dit soort letsels zeer sporadisch voorkomen.
Ultimate frisbee moet gerangschikt worden onder de contactsporten en veroorzaakt daarom aanzienlijk meer blessures.

Overbelastingsletsels
Uit de beschreven techniek van de verschillende worpen kan afgeleid worden, waar de mogelijke knelpunten ontstaan. De backhand (met een geforceerde dorsaalflexie in de pols) belast vooral de polsextensoren en de side-arm (met een geforceerde palmairflexie in de pols) de palmairflexoren. Bij niet goed gedoseerde trainingen kunnen hierdoor respectievelijk een tenniselleboog of een golferselleboog ontstaan.

Bij de side-arm upside-down met het bovenhandse werpen kunnen aandoeningen van de rotator-cuff in het schoudergebied ontstaan door compressie tijdens het uitvoeren van deze techniek.
Vooral frisbeeërs die het afstandwerpen beoefenen hebben soms de neiging om te eenzijdig te trainen. Een goede trainingsopbouw en een goede techniek zullen bovengenoemde klachten in een groot aantal gevallen voorkomen.

Ultimate frisbee
Dit onderdeel wordt buiten en binnen beoefend, respectievelijk op grasvelden en verschillende vloeroppervlakken.
Buiten zijn de enkels het meest kwetsbaar vooral op hobbelige velden. Het springen en lopen met tegelijkertijd de blik op de frisbee zijn daarbij extra uitlokkende momenten.
Het verdient derhalve aanbeveling om instabiele enkels te beschermen met de daarvoor gebruikelijke methodes (bandage, tape of ankle-brace).
Bij het duel om de frisbee te bemachtigen kunnen botsingen tussen twee spelers ontstaan met meestal kneuzingen als gevolg. Letsels van ernstiger aard zijn daarbij zeldzaam.
In de zaal komen relatief meer knieletsels voor en ook shin splints. Goed schoeisel aangepast aan het vloeroppervlak is bij dit soort letsels een belangrijke preventieve factor.
Overigens is het blessurepatroon bij Ultimate frisbee te vergelijken met dat van korfbal met uitzondering van de aandoeningen van hand en vingers.


Sportzorg.nl is de voorlichtingswebsite van alle sportartsen in Nederland. De informatie op Sportzorg.nl kan niet worden beschouwd als een vervanger van het consult of een behandeling door een (sport)arts. Wij willen benadrukken dat je bij twijfel over gezondheid, behandeling of medicijnen altijd contact op zou moeten nemen met je (sport)arts, specialist of apotheker. Sportzorg.nl kan niet aansprakelijk worden gesteld indien de informatie niet volledig voldoet aan juistheid, volledigheid of effectiviteit. Het gebruik van de informatie geschiedt volledig op basis van eigen risico van de gebruiker.

Share deze pagina: