Rugby

Bewegings- en belastingsanalyse

Een rugbyteam bestaat uit 15 spelers, die zijn opgedeeld in 8 zogenaamde voorwaartsen, 2 halfspelers, 4 driekwarten en 1 achterspeler. De voorwaartsen moeten primair voor balbezit zorgen uit de scrums, de "line-outs" (uitballen) en losse spelsituaties ("rucks" en "mauls" genaamd). De halfspelers zijn de schakelspelers die de bal, die verkregen is door de voorwaartsen, moeten transporteren naar de driekwarten.
De driekwarten zijn de echte aanvallers, die uiteindelijk de try moeten zien te scoren.

Iedere positie vereist specifieke eigenschappen. De voorwaartsen zijn in het algemeen de zware sterke jongens, die wat statischer in hun optreden zijn.
De halfspelers moeten tactisch goed onderlegd zijn. Zij zetten de lijnen uit van het spel. De driekwarten zijn wat lichter en moeten vooral snel zijn, met name de wings aan de buitenkant. Tijdens het lopen met de bal moeten zij echter ook in staat zijn tackelende tegenstanders te ontwijken via lichaamsschijnbewegingen.
Binnen de training worden de verschillende "secties" apart getraind op hun specifieke kwaliteiten. De voorwaartsen zullen meer aan krachttraining doen en het oefenen van scrums en line-outs. Hiervoor kan gebruik worden gemaakt van scrum-bloks, een mechanisch hulpmiddel. De halfspelers nemen de verschillende spelsituaties door en de driekwarten doen extra aan snelheidstraining.

Voor eenieder geldt natuurlijk de conditietraining en de techniektraining. De conditietraining is voornamelijk aeroob van karakter; grotendeels duurbelasting, gecombineerd met lenigheids-, coördinatie- en krachtoefeningen.

Bij de techniektraining moet speciale aandacht gegeven worden aan het omgaan met de ovale rugbybal, hetgeen een grote balvaardigheid vereist. Ook al omdat de bal alleen naar achteren gespeeld mag worden en omdat er vele schijnbewegingen mee gemaakt moeten worden, worden vele trainingsvormen gebruikt, die het samenspel verbeteren.

Rugby is bij uitstek een contactsport. Hoewel opzettelijk toegebrachte kwetsuren op een rugbyveld zeer zelden worden waargenomen (sportiviteit staat hoog in het vaandel) brengt de aard van het spel met zich mee, dat regelmatig contacttrauma's zullen plaatsvinden. Als de gevolgen daarbij beperkt blijven tot een blauwe plek of een lichte verwonding spreken de rugbyers zelf niet van een blessure. Voor hen geldt deze benaming alleen als zodanig indien zij gedwongen zijn het veld te verlaten tijdens een wedstrijd of een wedstrijd moeten missen.
Kwetsbare regio's bij het rugby zijn het hoofd, de schouders, de handen, de knieën en de enkels.

Hoofd
Verwondingen van het hoofd komen regelmatig voor. Een van de oorzáken is het tackelen van een speler, die plotseling van richting verandert, waardoor de tackeler bijvoorbeeld een knie in zijn gezicht gedrukt krijgt. Laesies van het gebit kwamen vroeger veel voor, maar door (bij voorkeur individueel aangepaste) gebitsbeschermers is de frequentie van dit soort letsels aanzienlijk teruggedrongen.

Tijdens de scrum hebben de oren het zwaar te verduren met de kans op bloedingen (leidend tot het zogenaamde bloemkooloor) of uitscheuren van de oorlel. De voorwaartsen die de scrum uitmaken kunnen zich hiertegen beschermen door een bandage om het hoofd aan te brengen.
Overige hoofdaandoeningen die voorkomen zijn neusfracturen, kaakfracturen en hersenschuddingen.

Schouder
Indien een rugbyer in volle vaart met de bal in zijn handen getackeld wordt kan hij zodanig vallen, dat schouderletsels kunnen ontstaan: kneusingen, maar ook uit de kom raken (luxatie).

Vooral als de tackel onverwacht gebeurt en de spier-afweermechanismen niet werken bestaat de kans op kwetsuren. Vooral de buitenspelers (de "wings") zijn kwetsbaar. Zogenaamde nektackels zijn tegenwoordig verboden, omdat zij te gevaarlijk zijn. Het aangrijpingspunt mag hooguit de schouder zijn.
Een goede valtechniek kan veel onheil voorkomen. Recidiverende luxaties van de schouder leiden tot een blijvende rugby-ongeschiktheid.

Hand
Vooral bij de tackels waarbij met de handen het bewegende doelwit gegrepen moet worden, loopt men de kans op letsels van hand en vingers. Kneuzingen, luxaties of breuken kunnen het gevolg zijn. Net als bij veel andere balsporten kunnen de vingers preventief getaped worden.

Knie en enkel
Het zal geen verbazing wekken dat een contactsport als rugby op gras beoefend, regelmatig leidt tot kneuzingen van knie en enkel. Ook hier hebben de knieletsels grotere consequenties dan de enkelletsels. Een chronisch instabiele knie maakt verder rugbyen hoegenaamd onmogelijk, terwijl de enkel met hoog schoeisel en tape of bandage vrijwel altijd weer speelklaar gemaakt kan worden.


Sportzorg.nl is de voorlichtingswebsite van alle sportartsen in Nederland. De informatie op Sportzorg.nl kan niet worden beschouwd als een vervanger van het consult of een behandeling door een (sport)arts. Wij willen benadrukken dat je bij twijfel over gezondheid, behandeling of medicijnen altijd contact op zou moeten nemen met je (sport)arts, specialist of apotheker. Sportzorg.nl kan niet aansprakelijk worden gesteld indien de informatie niet volledig voldoet aan juistheid, volledigheid of effectiviteit. Het gebruik van de informatie geschiedt volledig op basis van eigen risico van de gebruiker.

Share deze pagina: