1. Afdalen
  2. Afstellen van de fiets
  3. Astma en fietsen
  4. Beenspieroefeningen
  5. Beenlengteverschil
  6. Botgezondheid wielrenners
  7. Chronische peesblessures
  8. Contactformulier
  9. Core-stability voor wielrenners
  10. De juiste voeding
  11. De kracht van ijzer
  12. Drinken in de Tour de France
  13. Eten in de Tour de France
  14. Fietsblessures van hoofd tot teen
  15. Frictiesyndroom
  16. Griep en verkoudheid
  17. Handklachten
  18. Hartslagmeter
  19. Helm
  20. Herstellen na trainingen/wedstrijden
  21. Hoebereidikmevoor
  22. Hoe blessures te voorkomen?
  23. Hongerklop
  24. Knieklachten
  25. Lage rugpijn
  26. Maximale hartslag
  27. Mentale beklimming van de Alpe d’Huez. Hoe kom je een bergetappe door?
  28. Minder presteren
  29. Nek- en schouderklachten
  30. Oefeningen
  31. Onderbroek
  32. Overtraining bij wielrenners
  33. Overwinteren
  34. Pedaalkrachtmeting
  35. Pijn in de middenvoet (metatarsalgie)
  36. Power Profile Test
  37. Presteren in de hitte
  38. Risico's van klimmen in de cols
  39. Rompstabiliteitsoefeningen
  40. Rugklachten en wielrennen
  41. Schaafwonden
  42. Schema core-stability voor wielrenners
  43. Schoenplaatjes
  44. Sleutelbeenbreuk
  45. Sneller fietsen zonder training
  46. Spierkrampen
  47. Sportarts werkzaam in een Sportmedische Instelling
  48. Sportmedisch onderzoek
  49. Sportpodotherapie en wielrennen
  50. Storende pijn aan het onderbeen (logesyndroom)
  51. Tekenbeet
  52. Trainen bij koud weer
  53. Trainen of rusten?!
  54. Vaatproblematiek bij wielrenners
  55. Venus versus Mars
  56. Vermoeidheid
  57. Vermogensmeting
  58. Vermogensmeting in de Tour de France
  59. Vitale Aminen
  60. VO2-max
  61. Voedingssupplementen
  62. Voetklachten bij wielrenners
  63. Waarom fietsen in de bergen lastig is?
  64. Wat drinken Tourrenners?
  65. Warmte en inspanning
  66. Wie vergoedt uw sportzorg?
  67. Wielersymposium 2010
  68. Wielrennen en lokale en algemene virusinfecties
  69. Wingate-test
  70. Zadelpijn
  71. Zitvlakverzorging
  72. Zoek een sportzorg aanbieder

Wielrennen

Wielrennen is een duursport bij uitstek, die vaak zeer zware eisen stelt aan de beoefenaar. Bovendien heeft in de laatste decennia de commercie zich van het topwielrennen meester gemaakt waardoor met het stijgen van de amusementswaarde de zwaarte nog verder is toegenomen. Naast zeer interessante materiaaltechnische ontwikkelingen zien we in de loop van de jaren ook een sportspecifiek begeleidingspatroon ontstaan, niet alleen op trainingsgebied maar ook op het terrein van de sportmedische zorg. Bij veel wedstrijdfietsers bestaat een grote behoefte aan gerichte adviezen en begeleiding.

Het blessurerisico in het algemeen is bij wielrennen klein. De kans om op een Spoedeisende Hulp-afdeling (SEH) terecht te komen is eveneens klein, maar de kans dat het in dat geval om een ernstige blessure gaat is vrij groot: 17 procent van de wielrenners die op de SEH-afdeling terechtkomen wordt acuut opgenomen. Van SEH-bezoekers met een sportblessure wordt in het algemeen slechts vijf procent opgenomen in het ziekenhuis.

Volgens het Letsel Informatie Systeem worden jaarlijks 1.800 sporters op een SEH-afdeling behandeld voor een wielerblessure. Dit is echter waarschijnlijk een onderregistratie. Aanvullend vragenlijstonderzoek onder de SEH-bezoekers wijst uit dat van de 62.000 fietsers op de SEH-afdeling 9 procent, ongeveer 5.600, op een racefiets fietste en dus mogelijk aan het wielrennen was.

Blessures opgelopen tijdens wielrennen SEH-behandelingen: 1.800
Ziekenhuisopnamen na SEH-behandelingen: 310

Hoe ontstaan blessures bij wielrennen?
In de meeste gevallen (90%) wordt de blessure veroorzaakt door een val van de fiets en in een klein deel van de gevallen (7%) doordat een wielrenner ergens tegenaan botst of geraakt wordt.

Wat is de aard van blessures bij wielrennen?
De meest voorkomende blessures zijn blessures aan de armen (50%). Daarbij gaat het vaak om fracturen aan sleutelbeen of schouder (15%) of om luxaties van AC-gewricht of schouder (6%).
Hoofdletsel is een probleem dat ondanks helmgebruik nog betrekkelijk veel (22%) voorkomt.
Eén procent van de wielrenners op een SEH-afdeling heeft ernstig schedel- of hersenletsel opgelopen.

Wie lopen blessures bij wielrennen op?
De meerderheid van de wielrenners die op een SEH-afdeling behandeld worden is man (87%). De slachtoffers zijn relatief oud: twee derde is 35 jaar of ouder.

 

Veelgestelde vragen

Een wielrenner (46) die zijn wedstrijden bij de elite rijdt heeft de laatste tijd last van ernstige vermoeidheid en verslechterde prestaties. Het wielrennen doet hij naast zijn werk als verkeersvlieger. Bij zijn werk heeft hij veel te maken met tijdsverschillend.

Tijdens de wedstrijden is zijn hartslag erg hoog en deze gaat nauwelijks naar beneden. De vermogenswaarden die hij normaal bij deze hartslag haalt, haalt hij nu niet. Verder heeft hij chronisch last van keelklachten.

"Kunnen deze klachten komen van overtraindheid?" Dat is wat deze wielrenner zich afvraagt.

Antwoord van de sportarts:

De klachten klinken als een vorm van overtraindheid!

Chronische keelklachten kunnen uw weerstand verlagen en daardoor ook de belastbaarheid. Andersom kan ook: door de overbelasting van werk en sporten kunnen ook de keelklachten in stand gehouden worden.

Mijn advies is om via uw huisarts een consult te plannen bij een sportarts. De sportarts doet verder onderzoek en zal een programma samenstellen voor jouw herstel.

Om in de toekomst overtraining te kunnen voorkomen, is het van groot belang om de eerste symptomen van overtraining te herkennen. Meerdere symptomen kunnen je op het spoor brengen van overtraindheid. Een deel van de informatie is echter in de praktijk van alledag niet gemakkelijk te verkrijgen. In de praktijk kun je prima uit de voeten met een systematische registratie van enkele belangrijke items, bijvoorbeeld in een trainingslogboek. Daarnaast kun je door het stellen van enkele relevante vragen veel informatie verkrijgen die je kunnen helpen bij het vroegtijdig onderkennen van overtraining.

  1. Voel je je de laatst dagen sneller moe?
  2. Heb je het gevoel niet volledig hersteld te zijn?
  3. Presteer je op dit moment minder?
  4. Kost de training je meer moeite?
  5. Zou je graag eens een training overslaan?
  6. Zijn de spieren stijver of pijnlijker?
  7. Ben je sneller geïrriteerd?
  8. Heb je meer moeite met inslapen?
  9. Is je eetlust achteruit gegaan?
  10. Is de training voldoende afwisselend?
  11. Is je motivatie minder?
  12. Beleef je minder plezier aan het sporten?
  13. Heb je vaak geen zin in trainen?

Des te meer vragen je met “ja” beantwoordt, hoe groter de kans is dat je overtraind bent of dreigt te raken!

Meer informatie over overtraindheid.

Interview

In augustus 2016 was sportarts Tessa Backhuijs te gast bij het radiostation ALLsportsradio. Zij gaf een interview over de sportmedische aspecten van wielrennen. Beluister hier het interview met Tessa Backhuijs op ALLsportsradio.

Share deze pagina: