Vermogensmeting in de Tour de France

Vorig jaar verscheen in het wetenschappelijke tijdschrift “International Journal of Sports Medicine” een artikel over hoeveel vermogen profrenners leveren tijdens de Tour de France tijdens vlakke, heuvelachtige en berg-etappes. Ik dacht dat het misschien wel leuk was om dit artikel te bespreken nu de Tour de France voor de deur staat.

Het artikel is geschreven door een groep wetenschappers van de Universiteit van Freiburg in Duitsland, dezelfde universiteit waarvan een groep artsen nauw betrokken was bij de dopingperikelen rond Telekom/T-Mobile. Van de bondsarts van de Duitse selectie, die ook een van de schrijvers van dit artikel is, heb ik begrepen dat ze in Duitsland zo doorgeslagen zijn met de doping hetze, dat ze zich in Freiburg nu niet meer eens mogen bezig houden met topsport, omdat dat dan meteen in verband wordt gebracht met doping. Maar goed, het gaat hier over de Tour van 2005, de laatste van Armstrong en dat zond de ARD nog gewoon uit op TV.

Wat hebben ze gedaan?

De onderzoekers rustten 15 renners van (Duitse) profploegen die naar de Tour gingen uit met een SRM-systeem. Een SRM-systeem is een vermogensmeter waarmee de kracht die op de pedalen geleverd, gemeten kan worden. Die geleverde kracht wordt per omwenteling gemiddeld en in combinatie met hoe snel die hele omwenteling ging (trapfrequentie) kan de hoeveelheid energie (Joules) die die omwenteling geleverd is berekend worden. Dat getal reken je om naar Joules per seconde oftewel Watt, dezelfde eenheid als op een gloeilamp staat (die levert ook een bepaalde hoeveelheid energie per seconde, bijvoorbeeld 60 Watt) en je hebt het vermogen dat door de renner geleverd wordt. En dat is nou precies wat ze wilden weten. Hoe zwaar is nou een berg etappe in vergelijking met een vlakke etappe en een heuvelachtige etappe? Vermogen is interessanter dan hartslag, omdat hartslag eigenlijk een indirecte maat is voor de inspanningsintensiteit en een vermogensmeter werkelijk MEET wat je op de pedalen levert. Anders gezegd, hartslag vertelt iets over hoe je lichaam belast wordt en hoe snel je hart dus moet pompen, maar dat is maar zijdelings gerelateerd aan hoe hard je aan het trappen bent.

De rennergroep bestond niet uit toppers, maar uit de groep die voor de plaatsen 40-120 gingen. Dit waren voornamelijk knechten en een paar klimmers die in de vlakke etappes dus niets te zoeken hadden.

Wat vonden ze?

De onderzoekers keken naar vermogen, hartslag en trapfrequentie bij vlakke, heuvelachtige en berg etappes. Hieronder volgt een tabel met gemiddelde waarden voor de drie etappe soorten.

 

Aantal

etappes

Vermogen

(W)

Relatief

vermogen

(W/kg)

Hartslag

Trapfrequentie

(rpm)

Duur

(min)

Vlak

7

218

3.1

133

87

251

Heuvelachtig

5

228

3.3

134

86

317

Berg

6

234

3.3

140

81

342

 

Alle variabelen waren lager voor de vlakke etappes in vergelijking met de heuvelachtige en bergetappes. Ook heuvelachtige etappes waren minder zwaar dan bergetappes. Wanneer de vermogensproductie werd onderverdeeld in “Laag”, ”Medium”, “Hoog” en “Zeer hoog” dan blijkt dat er in de bergetappes meer in de zones Medium en Hoog gereden wordt dan tijdens de vlakke etappes, maar dat tijdens de vlakke etappes er meer tijd in de vermogenszone “Zeer hoog” gereden wordt dan in de bergetappes. Vlakke etappes kenmerken zich ook door hogere, kortere belastingen, terwijl bergetappes lange tijd een hoog vermogen vragen. Onderstaande tabel zal dat duidelijker maken. Hierin is weergegeven wat het gemiddelde maximale vermogen is dat over een bepaalde tijd geleverd werd. Iedereen kent dat wel. Het is makkelijker om 10s met 50 km per uur te fietsen dan 1 minuut. Zo staat in de tabel ook dat de max over 15s op 895 Watt ligt, maar dat als naar het gemiddelde over 4 minuten wordt gekeken 457W het maximum is.

 

 

15s

30s

1 min

2 min

3 min

4 min

5 min

30

min

Vlak

W

895

775

657

549

481

457

435

342

 

W/kg

13.0

11.5

9.7

8.2

7.1

6.8

6.6

4.8

Heuvelachtig

W

1029

801

650

557

526

505

491

389

 

W/kg

14.9

11.4

9.0

8.0

7.7

7.1

6.9

5.4

Berg

W

836

666

557

497

489

466

459

394

 

W/kg

12.6

10.0

8.2

7.3

7.2

6.9

6.7

5.6

Wat heb je hier nou aan?

Nou, niets eigenlijk. Het is een beschrijvend artikel, bedoeld om je op de hoogte te brengen wat een profrenner nou eigenlijk aan energie levert. En toch, als je straks voor de buis zit tijdens de Tour en je ziet die mannen naar boven zwoegen, en je hoort Mart Smeets (die alleen nog de mooie etappes doet) zeggen dat die renner in beeld wel zo’n 500W trapt, omdat hij de avond daarvoor met Harm Kuipers aan tafel heeft gezeten en hij weer wat nieuws geleerd heeft, dan kijk jij in bovenstaand tabel en denkt:”Nou, 500W houdt hij hooguit 2 minuten vol bergop. Hij is al 25 minuten aan het klimmen, dus ik denk dat hij eerder rond de 400W zit.” Of zoiets.

Of je haalt bij een maximaaltest tijdens een sportkeuring 400W, dan kun je bedenken dat een profrenner dit GEMIDDELD 30 min lang moet leveren tijdens een bergrit, maar dus ook momenten heeft dat hij twee keer zoveel trapt!

Albert Smit

Albert Smit , bewegingswetenschapper NOC*NSF


Sportzorg.nl is de voorlichtingswebsite van de sportartsen in Nederland. De informatie op Sportzorg.nl kan niet worden beschouwd als een vervanger van het consult of een behandeling door een (sport)arts. Wij willen benadrukken dat je bij twijfel over gezondheid, behandeling of medicijnen altijd contact op zou moeten nemen met je (sport)arts, specialist of apotheker. Sportzorg.nl kan niet aansprakelijk worden gesteld indien de informatie niet volledig voldoet aan juistheid, volledigheid of effectiviteit. Het gebruik van de informatie geschiedt volledig op basis van eigen risico van de gebruiker.

Share deze pagina: