Zoeken
header_left header_right

header_left Sportzorg adressen header_right

   Home > Bibliotheek > Maagdarmklachten bij sporten

Maag- darmstoornissen bij gezonde duursporters 
Aard en omvang van maagdarmklachten 
Bloedverlies via de ontlasting 
Oorzaak van maagdarmklachten 
Maagdarmklachten en voeding 
Preventieve adviezen voor de duursporter

Terug naar artikelen

Maag- darmstoornissen bij gezonde duursporters

Klachten gerelateerd aan het maagdarm stelsel (tractus gastro:intestinalis) komen vaak voor bij intensieve, langdurige inspanning. De kans op maagdarmstoornissen neemt toe met de duur van de inspanning. Vooral bij marathons en triatlons blijken deze klachten voor te komen. Bij kortdurende inspanningen (minder dan een uur) komen maagdarmklachten, voor zover bekend, veel minder vaak voor. De klachten zijn natuurlijk niet altijd even ernstig, maar kunnen wel vervelend zijn en kunnen soms aanleiding zijn de sportbeoefening te staken. Als maagdarmklachten herhaaldelijk optreden, verdwijnt al snel het plezier in de sport. Maagdarmklachten worden meestal verdeeld in klachten van het bovenste en klachten van het onderste segment van het maagdarmkanaal

Terug naar onderwerpen

Aard en omvang van maagdarmklachten

Maagdarmklachten blijken voornamelijk tijdens hardlopen op te treden. Meestal blijkt 30 tot 50% van de deelnemers aan een marathon een of meer klachten te hebben, met uitschieters van 83%. Aandrang of noodzaak tot ontlasting is de klacht die het meest genoemd wordt. Symptomen van het bovenste segment van het maagdarmkanaal komen minder vaak (56%) voor dan symptomen van het onderste segment (74%). Ook bij duursporten die voor een groot deel uit hardlopen bestaan, zoals triatlons, komen vaak maagdarmklachten voor.

Uit onderzoek tijdens een triatlon blijkt dat de sporters tijdens het hardlopen veel meer klachten blijken te hebben dan tijdens het zwemmen of het fietsen. Dit geeft aan dat het soort inspanning belangrijk kan zijn bij het ontstaan van maagdarmklachten. Maar omdat het lopen altijd het laatste onderdeel van een triatlon is, zou ook de duur van de inspanning een rol kunnen spelen bij het ontstaan van maagdarmklachten. Behalve bij takken van sport met een grote loopcomponent, kunnen ook bij andere sporten maagdarmklachten optreden. Een voorbeeld hiervan is het cross-countryskiën. Ook bij wielrenners treden maagdarmklachten op, maar in veel mindere mate. Zwemmers hebben door hun horizontale houding in het water kans op specifieke klachten, zoals reflux, en op infecties. Door het contact met (verontreinigd) zwemwater, door inslikken en huidcontact, kunnen infecties van de luchtwegen en van het maagdarm stelsel (gastro-enteritis) ontstaan. De klachten manifesteren zich dan pas na de inspanning.
Over andere sporten is zeer weinig bekend, waarschijnlijk omdat deze problematiek daarbij veel minder speelt.
Een ander vraagpunt is of hier wel echt de door inspanning veroorzaakte klachten worden gemeten en niet de klachten die van tevoren al aanwezig waren en eventueel aan een ziekte gerelateerd kunnen zijn. Zo kunnen diarree en krampen een indicatie zijn van een reeds aanwezig 'irritable bowel-syndroom' (spastische dikke darm). Ook kan een atleet reeds een lichte vorm van malabsorptie hebben. De absorptie van bepaalde koolhydraten in de dunne darm kan bijvoorbeeld verminderd zijn, maar dit symptoom komt slechts tijdens inspanning naar voren. Omstandigheden die meespelen bij het ontstaan van maagdarmklachten zijn het geslacht van de sporter (vrouwen hebben gemiddeld meer last dan mannen), de leeftijd, jongeren meer dan ouderen), getraindheid, de trainingsopbouw (bij een snelle toename van trainingsbelasting meer kans op klachten), stress, gebruik van geneesmiddelen, en de intensiteit van de inspanning. Heel belangrijk blijkt de voeding te zijn die voorafgaande aan en tijdens de inspanning wordt gebruikt.

Terug naar onderwerpen

Bloedverlies via de ontlasting

Eén klacht verdient extra aandacht, namelijk gastro-intestinaal bloedverlies, ofwel bloedverlies via de ontlasting. Dit bloedverlies is in verschillende onderzoeken aangetoond, vooral bij loopwedstrijden. Bijna alle deelnemers aan een marathon hadden na inspanning meetbaar bloedverlies in de ontlasting; bij een derde van hen werd bloedverlies aangetoond boven de als normaal geaccepteerde grenswaarden. De mate van voorkomen ligt meestal tussen de 5 en de 30%. Bloedverlies via de ontlasting komt niet alleen bij marathonlopers voor, maar ook bij crosscountryskiërs en bij wielrenners. De mate van voorkomen en de ernst van de klacht zijn echter lager dan bij marathonlopers en triatleten. Dit soort bloedverlies komt veel vaker voor dan sporters zelf denken, omdat het bloed meestal niet zichtbaar is in de ontlasting. Frequent bloedverlies via de ontlasting kan leiden tot bloedarmoede en tot een ijzertekort in het lichaam. De meest geopperde verklaringen voor het vaak voorkomende ijzertekort bij hardlopers zijn onvoldoende ijzerinname bij vrouwen en bloedverlies via de ontlasting bij mannen en vrouwen. Door ijzersupplementen en/of een aangepaste voeding kan dit tekort worden aangevuld.

Terug naar onderwerpen

Oorzaak van maagdarmklachten

Tot nu toe is er veel onderzoek verricht naar maagdarmklachten, maar altijd waren dit verkennende onderzoeken waarbij gebruik werd gemaakt van vragenlijsten. Over de achterliggende ontstaansmechanismen van maagdarmklachten is echter nog steeds weinig bekend. De oorzaak van maagdarmklachten bij inspanning wordt momenteel toegeschreven aan:
· verminderde doorbloeding van het maagdarmkanaal,
· mechanische overbelasting van het maagdarmkanaal,
· lokale hormonale veranderingen, en
· verstoring van de maagdarm motoriek
Daarnaast worden stressfactoren, een gestoorde absorptie van water en nutriënten in de darmen, en veranderingen in darmdoorlaatbaarheid (voor voedingsstoffen, maar ook voor schadelijke bacteriën) als mogelijke oorzaken genoemd.

Doorbloeding

Bij inspanning treedt een herverdeling op van de doorbloeding van het lichaam. Dit betekent dat de doorbloeding in de spieren en eventueel in de huid toeneemt, terwijl die in het maagdarmkanaal afneemt. Tijdens een zeer intensieve inspanning, bijvoorbeeld tijdens maximale belasting, kan de doorbloeding van het maagdarmkanaal tot wel 20% van de rustwaarde afnemen. Wanneer de cellen van het maagarmkanaal niet of nauwelijks meer doorbloed worden, kan een plaatselijk zuurstof- en energietekort optreden. Wanneer deze toestand lang duurt sterven de cellen zelfs af. Dit zou een verklaring van bijvoorbeeld gastro-intestinaal bloedverlies kunnen zijn.
Bij onderzoek naar het verband tussen de doorbloeding van het maagdarmkanaal en het optreden van maagdarmklachten werd geconstateerd dat de doorbloeding van het maagdarmkanaal van een hardloper met chronische maagdarmklachten na afloop van een looptraining was afgenomen tot 20% van de uitgangswaarde. Na 90 minuten herstel was de doorbloeding nog steeds maar 40% van de uitgangswaarde. Bij een hardloper zonder maagdarmklachten was de doorbloeding na de inspanning slechts tot 75% van de uitgangswaarde gedaald en bovendien kwam de doorbloeding veel sneller tot het niveau van de rustwaarde terug.

Mechanische overbelasting
Naast de verminderde doorbloeding, wordt de mechanische belasting van het maagdarmkanaal als een van de meest waarschijnlijke oorzaken van maagdarm klachten genoemd. In het algemeen kan geconcludeerd worden dat bij sportsoorten waarbij het lichaam relatief 'horizontaal' en redelijk stabiel wordt voortbewogen, zoals bij fietsen, schaatsen en zwemmen, het aantal klachten aanzienlijk kleiner is dan bij hardlopen, waarbij de 'verticale' component groot is. De mechanische belasting van de ingewanden is vooral het gevolg van herhaaldelijk trillen en schokken tijdens het hardlopen, maar het precieze ontstaansmechanisme is onduidelijk. Men kan zich echter goed voorstellen dat een afname van de doorbloeding van de darmcellen in combinatie met herhaaldelijke trillingen daarvan de kans op problemen extra groot maakt.

Hormonen
In rust spelen veel hormonen een belangrijke rol in de regulatie van het maagdarmkanaal. Veel van deze hormonen, zoals vaso-intestinaal peptide (VIP), gastrine, somatostatine en motiline, nemen tijdens inspanning sterk toe. Omdat ook maagdarmklachten tijdens inspanning ontstaan, en vaak in duur en ernst toenemen, ligt een mogelijke hormonale rol voor de hand. De rol die maagdarm hormonen tijdens lichamelijke inspanning spelen, zeker in relatie met maagdarmklachten, is echter slechts ten dele bekend.
Vastgesteld is dat na een marathon de concentratie van verscheidene maagarm hormonen was toegenomen en dat enkele hormonen een correlatie vertoonden met maagdarmklachten. Het is niet duidelijk of de hormoonconcentraties veranderen als gevolg van de functieveranderingen van het maagdarmkanaal, of dat de relatie precies andersom ligt. Het is ook mogelijk dat de hormonale veranderingen meer van metabole aard zijn, en niet specifiek aan de maagdarm functies gerelateerd zijn.
De hormoonspiegels worden tevens beïnvloed door de maagdarm doorbloeding en door mechanische stimulatie. Een voorbeeld is het VIP, dat in concentratie toeneemt bij een zeer sterke afname van de doorbloeding van het maagdarmkanaal, waarbij lokaal zuurstoftekort in de darmcellen ontstaat, en tijdens mechanische stimulatie van de dunne en de dikke darm. De invloed van psychische stress op het ontstaan van maagdarmklachten wordt vaak in verband gebracht met de invloed van stress op de hormoonspiegels, en dan vooral stresshormonen zoals adrenaline, noradrenaline, cortisol, endorfine, en/of met de invloed op de maagdarm motoriek. Als iemand bijvoorbeeld zijn hand in koud water steekt vertraagt abrupt zijn darmmotoriek.
Sporters hebben vlak voor een wedstrijd vaak een stressrespons, resulterend in misselijkheid en braken. Ongeveer een kwart van een groep atleten die last had van maagdarmkramp en aandrang of noodzaak tot ontlasting, was van mening dat deze klachten vooral optraden als zij voor een wedstrijd gespannen waren. Deze klachten bleken tevens een grote overeenkomst te vertonen met klachten die zij hadden tijdens perioden waarin zij niet sportten, maar wel erg gespannen ware.

Motoriek
De motorische activiteit van het maagdarm stelsel bestaat uit het kneden van de voedselbrij in de maag en het voortstuwen daarvan door regelmatige, voortschrijdende samentrekkingen van de maag- en darmwand. Voor de vertering van voedsel zijn de afscheiding van spijsverteringsenzymen en de absorptie van voedingsstoffen noodzakelijk. Een goede motoriek van het maagdarmkanaal zorgt ervoor dat de voedselbrij tijdig daar is waar enzymen worden afgescheiden en daar ook lang genoeg blijft om de enzymen te laten inwerken en de absorptie te laten plaatsvinden. Tussen de maaltijden door zorgt de maagdarm motoriek voor de verwijdering van onverteerbare resten en bacteriën. Als de motoriek faalt kunnen problemen ontstaan. Als bijvoorbeeld de motoriek van de slokdarm verstoord is zal er sneller dan normaal zuur van de maag terugvloeien naar de slokdarm (reflux of zuurbranden). Dit kan gepaard gaan met een brandend gevoel achter het borstbeen of een zure smaak in de mond. Wanneer dit vaak voorkomt kan ontsteking van het, slokdarmslijmvlies (oesophagitis) ontstaan.
Bij gezonde mensen kan reflux optreden omdat de onderste slokdarmsfincter (in de overgang van de slokdarm naar de maag) soms opengaat. Dit noemt men een fysiologische reflux. Wanneer de reflux vaak optreedt en/of als de pH van de slokdarm langer dan 1 uur per etmaal lager dan 4,0 is, spreekt men van een pathologische reflux.
Door een verstoorde of verminderde motoriek van de maag en een verstoorde motoriek van het begin van de dunne darm en de maag wordt de maaglediging belemmerd. Ook in de dunne en dikke darm kunnen problemen met de motoriek een verstoorde darmlediging veroorzaken.

Terug naar onderwerpen

Maagdarmklachten en voeding

Goede voeding is essentieel voor een goede duurprestatie. De voeding moet zorg dragen voor een optimale energielevering, meestal in de vorm van koolhydraten, en voor voldoende vochtinname. In sommige gevallen kunnen mineralen, zoals natrium, noodzakelijk zijn. Tijdens een duurprestatie kunnen echter maagdarmklachten ontstaan die deels door (het gebrek aan) voeding worden veroorzaakt. Een duursporter moet dus een voeding kiezen die tijdens de duurinspanning een optimale aanvoer van energie en water verzorgt, zodanig dat de maagdarmklachten tot een minimum beperkt blijven. Hoewel veel duursporters dit weten, volgt niet iedereen de aanbevelingen, onder andere omdat eten en drinken tijdens de inspanning tijd kost en het tempo vertraagt. Tevens blijkt dat drinken -vooral tijdens hardlopen - moeilijk is en de normale ademfrequentie kan verstoren. Bij het drinken kan een sporter ook een hoeveelheid lucht inslikken, hetgeen tot maagdarmklachten, zoals darmkrampen, kan leiden. Het vermijden van het slikken van lucht door zoveel mogelijk door de neus adem te halen is zinvol. Tevens veronderstellen veel atleten, onterecht, dat eten en drinken juist maagdarmklachten veroorzaken. Zoals hierboven al is aangegeven, kan stress voorafgaande aan een wedstrijd niet alleen tot maagdarmklachten leiden, maar ook tot een sterk gereduceerd hongergevoel. Na een wedstrijd met een hoge inspanningsintensiteit blijkt de honger ook verdwenen te zijn.
Eerder werd al gemeld dat ook de voeding voor en tijdens de inspanning geassocieerd wordt met maagdarmklachten. Het gebruik van sterk hypertone drank (d.w.z. de drank bevat meer deeltjes, koolhydraten dus, dan het bloed waarnaar de drank geabsorbeerd wordt), vooral in combinatie met (te) geringe vochtopname, heeft invloed op het ontstaan van maagdarmklachten. Verder lijkt ook het gebruik van voedingsvezel, eiwit en/of vet (allemaal factoren die de maaglediging vertragen) vlak voor en tijdens de wedstrijd het ontstaan van maagdarmklachten te bevorderen. Sporters wordt daarom vaak het advies gegeven de laatste drie uur voor een wedstrijd of een zware training geen (vast) voedsel meer tot zich te nemen. Ook het gebruik van extra cafeïne, vitamine C en bicarbonaat, ofwel veel koffie, vitamine C tabletten en koolzuurhoudende dranken, wordt sporters ontraden.
Naast deze effecten zijn ook kwalitatieve en kwantitatieve voedingsgewoonten en plotselinge veranderingen in het voedingspatroon voorafgaande aan een wedstrijd als oorzakelijke factoren genoemd. Het ligt voor de hand dat de invloed van voeding meestal loopt via een van de eerder genoemde mechanismen, bijvoorbeeld via de doorbloeding van het maagdarmkanaal. De doorbloeding kan afnemen tot kritieke niveaus wanneer een te hoge lichaamstemperatuur ontstaat (hyperthermie), bij uitdroging (dehydratie), bij een te lage glucosespiegel in het bloed (hypoglykemie), of wanneer een combinatie van deze factoren optreedt. Maagdarmklachten kunnen dus beperkt worden door het in de hand houden van deze factoren. Tijdens langdurige inspanning wordt, zeker bij ongunstige klimatologische omstandigheden, veel vocht verloren. Als het vochtgehalte niet tijdig wordt aangevuld kunnen hyperthermie en dehydratie ontstaan. Juist bij sporters die veel vocht verliezen (ter grootte van 4-5% van het lichaamsgewicht) neemt de kans op maagdarmklachten zeer sterk toe. In tegenstelling tot wat veel sporters denken kan veel drinken de kans op maagdarmklachten verkleinen. Door regelmatig te drinken blijft de maag goed gevuld en is de maag lediging optimaal.
Ook het belang van koolhydraten is verschillende malen aangetoond. Een te lage koolhydraatopname tijdens duurinspanning kan leiden tot energietekort op cellulair niveau, tot hypoglykemie (een te lage concentratie glucose in het bloed), uitputting en misselijkheid. Koolhydraatopname tijdens de inspanning kan niet alleen hypoglykemie voorkomen, maar ook de doorbloeding van het maagdarmkanaal stimuleren. In rust stimuleert de consumptie van koolhydraten de doorbloeding van het maagdarmkanaal. Door inspanning neemt de doorbloeding weliswaar sterk af, maar gelijktijdige consumptie van een maaltijd (o.a. koolhydraten) kan dit effect verkleinen. Het is dus mogelijk de afname van de doorbloeding van het maagdarmkanaal te verkleinen door het eten van koolhydraten. Het blijft de vraag of daardoor ook de maagdarmklachten verminderd kunnen worden.
Glucose blijkt eveneens de absorptie van water en natrium in de darm te vergemakkelijken. Ten slotte kan glucose invloed hebben op de maagdarm motoriek; in rust wordt de motoriek door glucose gestimuleerd. Verder onderzoek zal moeten uitwijzen of de consumptie van koolhydraten de verstoring van de motoriek tijdens inspanning kan tegengaan.
In de literatuur zijn ook aanwijzingen dat te veel koolhydraten de kans op sommige maagdarmklachten juist kunnen verhogen. Een overmaat aan koolhydraten kan ertoe leiden dat een deel van het voedsel reeds in de dikke darm komt voordat de vertering en de absorptie in de dunne darm volledig heeft kunnen plaatsvinden. Diarree, darmkrampen en pijn in de zij kunnen het resultaat zijn, onder andere door osmotische effecten. De osmotische effecten kunnen een verklaring zijn voor het optreden van maagdarmklachten als gevolg van sterk hypertone koolhydraatrijke dranken. Wanneer delen van de voeding onverteerd de dikke darm bereiken en door de bacteriën in de dikke darm alsnog verwerkt moeten worden, kan tevens gasvorming optreden (methaan, waterstof, kooldioxide). De gassen zullen de darmwand uitrekken waardoor klachten kunnen ontstaan.

Terug naar onderwerpen

Preventieve adviezen voor de duursporter

tijdens trainingsdagen
· geleidelijk opvoeren van trainingsduur en trainingsintensiteit
· dagelijkse koolhydraat-(KH)opname verhogen zodat ongeveer 60% van de totale energieopname uit KH komt, ten koste van de vetopname (20-30 %)
· royale vochtopname: controle van verlies aan lichaamsgewicht als gevolg van zweten door zowel voor als na de inspanning te wegen: beperk het gewichtsverlies tot maximaal 2% van het lichaamsgewicht; drink dus al voordat het dorstgevoel aanwezig is
· bij trainingen langer dan 1,5 uur KH aanvullen
· drinken/eten tijdens de wedstrijd al oefenen tijdens de training
· gevarieerd en meer gespreid over de dag eten

voor de wedstrijd
· de dagen voor de wedstrijd extra opbouwen van glycogeenvoorraden m.b.v. de tapering-offmethode: vanaf dag 5 hoeveelheid KH verhogen tot 70%, terwijl de trainingsintensiteit omlaag gaat (alleen zinvol bij wedstrijden die langer duren dan 1-1,5 uur)
· de laatste lichtverteerbare, koolhydraatrijke, eiwiten vetarme maaltijd tot ongeveer drie à vier uur voor de inspanning gebruiken; afhankelijk van het regelmatig optreden van maagdarmklachten tijdens de wedstrijden al eerder eiwitten, vetten en voedingsvezel vermijden
· bij regelmatig optredende maagdarmklachten tijdens de wedstrijd eventueel producten vermijden die gasvorming in het maagdarmkanaal kunnen opwekken, zoals koolzuurhoudende dranken, uien, bonen en koolsoorten
· de laatste twee uur voor de wedstrijd geen KH gebruiken
· vlak voor de wedstrijd, indien mogelijk, toilet bezoeken
· eventueel in de laatste vijf minuten voor de start als onderdeel van de warming-up, (vloeibare) KH nemen tot vlak voor de wedstrijd goed drinken (water)

tijdens de wedstrijd
· Bij wedstrijden die langer duren dan 1 uur in ieder geval regelmatig vocht aanvullen; elke 15 minuten ongeveer 250 ml vocht
· bij wedstrijden die langer duren dan 1,5 uur ook KH aanvullen: 60-80 gram KH per uur, bijvoorbeeld door van een oplossing van 6-8% KH ongeveer 1 liter per uur te drinken
· vocht en eventueel KH al vanaf het begin van de wedstrijd gebruiken (na respectievelijk 15 en 30 minuten)
· afhankelijk van de weersomstandigheden kiezen voor meer of minder geconcentreerde KH-oplossingen: bij warm weer de prioriteit aan de vochttoevoer geven en meer gebruik maken van dranken met een laag koolhydraatgehalte (hypotone of isotone dranken)
· het verlies aan lichaamsgewicht zoveel mogelijk beperken: tot maximaal 2%
· eventueel mespuntje zout aan liter drank toevoegen ter bevordering van smaak en absorptie in de darmen van zowel KH als water
· bij regelmatig optredende maagdarmklachten tijdens de wedstrijd, in het bijzonder pijn in de zij, krampen en/of opgeblazen gevoel, eventueel fructose vermijden en het aandeel meervoudige KH verhogen
· geen ontstekingsremmende geneesmiddelen, zoals Aspirine, gebruiken; andere geneesmiddelen alleen in overleg met arts
· wanneer de klachten ook regelmatig buiten de training en wedstrijden optreden moet een arts worden geconsulteerd na de wedstrijd
· aanvullen vocht- en KH-voorraad, het liefst binnen twee uur: ongeveer 2 g KH per kg lichaamsgewicht, bij voorkeur in de vorm van meervoudige KH.

Terug naar onderwerpen


Heeft u vragen of opmerkingen over deze site? Mail ons: info@sportzorg.nl
SitemapStuur deze pagina naar een vriend   Print deze pagina
 
header_left Zoeker header_right

Helaas, u heeft de nieuwste flashplayer nodig om deze website te kunnen bezoeken. U kunt de player hier downloaden.


header_left Vragenlijst header_right

Ticker check
header_left Nieuwsbrief header_right

Ontvang onze gratis nieuwsbrief
Aanmelden voor de Sportzorg nieuwsbrief