Zoeken
header_left header_right

header_left Sportzorg adressen header_right

   Home > Bibliotheek > Materialen in de sport

Inleiding
Mogelijkheden tot het stellen van eisen aan sportproducten
Instrumentele materialen

Beschermende materialen

Terug naar artikelen

Inleiding
In elke sport worden materialen en producten gebruikt. Nieuwe producten zijn vaak geleidelijk ontwikkeld met vooral verbetering van prestaties als doel. Sommige producten zijn in de loop der tijd weinig veranderd; voorbeelden hiervan zijn de honkbalknuppel en projectielen zoals de kogel. Andere producten zijn juist aanzienlijk ontwikkeld, vaak door het beschikbaar komen van nieuwe materialen: bijvoorbeeld de speer, het tennisracket, de polsstok en vooral diverse beschermende materialen. Op grond van hun functie kunnen verschillende categorieën materialen worden onderscheiden. Zo kan onderscheid worden gemaakt tussen instrumentele en beschermende materialen: instrumenteel zijn materialen die voor het bedrijven van de sport kenmerkend zijn; beschermende materialen zijn niet essentieel voor de sportprestatie, maar beschermen de sporter tegen externe invloeden. Daarmee is niet elk materiaal eenduidig bepaald. Sommige materialen zijn zowel enigszins instrumenteel als beschermend; denk maar aan sportschoenen en sportkleding. Bij de instrumentele materialen kunnen nog producten worden onderscheiden die de individuele sporter actief gebruikt en andere producten die min of meer passief aanwezig zijn. Daarom worden hier vier categorieën onderscheiden:

1. instrumentele materialen gebruikt door de sporters zelf; bijvoorbeeld bal, stick, racket, turntoestel;
2. overige instrumentele materialen; bijvoorbeeld doel, net, stoel van een scheidsrechter;
3. beschermende materialen; bijvoorbeeld scheenbeschermers, sporthelmen, tape, braces;
4. combinatiematerialen (instrumenteel/beschermend); bijvoorbeeld sportschoenen, kleding.

In dit artikel gaat het om de effecten van materialen op de gezondheid van de sporter. Daarbij zullen enkele categorieën buiten beschouwing blijven: vooral de eerste categorie instrumentele materialen en de beschermende materialen worden belicht. Sportkleding speelt wel een rol in relatie tot gezondheid, denk maar aan de vocht- en warmteregulering van het lichaam. Er is echter weinig bekend over de exacte rol van kleding, zodat er geen criteria geformuleerd kunnen worden waaraan kleding zou moeten voldoen met het oog op gezondheidsaspecten. Natuurlijk zijn wel meer algemene adviezen te geven met betrekking tot comfort en hygiëne (niet knellen, zweetabsorptie, wasbaarheid). De instrumentele materialen zoals doelen en netten worden niet nader beschreven omdat die vrij sterk gerelateerd zijn aan accommodaties. Natuurlijk kunnen ze bij sportblessures een rol spelen, maar de individuele sporter heeft weinig invloed op de aanschaf. In dit hoofdstuk zullen voorts de verschillende instanties worden besproken die eisen stellen aan sportproducten. Aansluitend worden de instrumentele materialen behandeld en ten slotte de beschermende materialen.

Terug naar onderwerpen

Mogelijkheden tot het stellen van eisen aan sportproducten
Aan materialen en producten in de sport worden vanuit allerlei invalshoeken eisen gesteld. Eén daarvan is natuurlijk de 'performance' (prestatievermogen) tijdens de sport: sporters verwachten dat een bal op een bepaalde manier stuitert, dat een rekstok een bepaalde doorbuiging vertoont, enzovoort. Vanuit het oogpunt van sportgezondheidszorg ligt het voor de hand vooral te kijken naar die eisen die nodig zijn om met het materiaal zo weinig mogelijk blessures te veroorzaken. Eisen aan materialen en producten worden ook op diverse niveaus gesteld. De eindgebruiker stelt, zeker als het een topsporter betreft, bepaalde eisen. Sporters worden daarbij soms geadviseerd door trainers. Sportbonden hebben voor diverse materialen nauwkeurige voorschriften die doorgaans gericht zijn op uniformiteit en vergelijkbaarheid van sportprestaties. Nationale sportbonden moeten zich daarbij houden aan internationale afspraken. Producenten formuleren voor zichzelf, en soms ook in onderling overleg, eisen waaraan ze hun producten toetsen. Die eisen kunnen vervolgens worden gepubliceerd als vrijwillige normen. In enkele gevallen worden producteisen gesteld door de overheid via wetgeving.

Terug naar onderwerpen

Instrumentele materialen
Instrumentele materialen en blessures
De rol van instrumentele materialen bij het ontstaan van sportblessures is gevarieerd. Getracht wordt deze rol op verschillende manieren in kaart te brengen: a. kwantitatief: hoe vaak is een bepaald product betrokken bij sportongevallen, als factor die bijdraagt tot letsel of juist tot bescherming? b. kwalitatief: hoe speelt het product een rol? Theoretisch kunnen kwantitatieve gegevens van belang zijn voor sporters om te weten met welke materialen ze moeten oppassen, of voor prioriteitsstelling in wetgeving en normalisatie. In de praktijk valt dat vaak lang niet mee. De individuele sporter of trainer maakt doorgaans niet voldoende sportongevallen mee in zijn omgeving om algemene conclusies te kunnen trekken. Maar ook instanties die over veel gegevens beschikken staan steeds weer voor de vraag: is dit product nu zo vaak bij sportongevallen betrokken door een specifiek gevaarlijke eigenschap, of gewoon doordat zeer veel sporters er zeer vaak mee in aanraking komen?
Kwalitatieve gegevens over de rol van sportproducten bij ongevallen zijn van belang om concrete technische eisen te kunnen stellen aan het product. In het ideale geval zou men de typerende ongevalsscenario's moeten kennen: hoe verloopt de interactie van de sporter met het product, tot welke externe belasting leidt dit en wat is het ontstaansmechanisme van het letsel? Vervolgens is dan het doel na te gaan welke producteigenschappen de kans op letsel groot of juist klein maken, en gestandaardiseerde meetmethoden voor deze eigenschappen te vinden. Dit volledige traject is echter nog maar voor weinig producten uitgevoerd. Voor de eerste stap bijvoorbeeld leveren standaard ongevalsregistraties slechts summiere informatie. Meer informatie kan wel worden verzameld, bijvoorbeeld door slachtoffers van sportongevallen nauwkeurig naar de toedracht te vragen, maar zo'n methode is helaas vrij kostbaar en tijdrovend, zodat er in de sport niet vaak gebruik van is gemaakt. Een voorbeeld van een sport waarbij het optreden van sportletsels sterk is beïnvloed door materiaaleisen is skiën. De eisen aan de skischoen, en in het bijzonder aan de bindingen, die in internationale normen zijn vastgelegd en diverse malen zijn aangescherpt, hebben grote invloed gehad op het letsel beeld. Er werd een duidelijke vermindering van het aantal enkelblessures waargenomen, maar daar staat wel tegenover dat diverse onderzoekers een toename van knieletsels hebben gemeld. De hogere schacht die gebruikelijk is geworden leidt kennelijk tot een verschuiving van de letsellokalisatie. Dit voorbeeld maakt duidelijk dat maatregelen op het gebied van materialen vaak niet de enige oplossing zijn voor een blessureprobleem. Van veel producten is, zoals eerder vermeid, over hun rol bij het ontstaan van blessures nog te weinig bekend om op veiligheid gerichte eisen te kunnen stellen. In veel gevallen blijkt het gelukkig mogelijk via analogie iets te zeggen over gevaarsaspecten van producten. Er wordt dan nagegaan hoe sporters doorgaans met het product in aanraking komen, en bij elke mogelijke interactie wordt een eis gezocht aan de hand van meer bekende producten die ongeveer dezelfde interactie kunnen vertonen. Zo kan men verwachten dat een turntoestel waaraan harde en scherpe randen zitten gemakkelijk letsel kan veroorzaken; uit onderzoek aan andere producten zijn gegevens bekend over de afrondingsstraai die nodig is om de kans op letsel te verkleinen. Ook zal duidelijk zijn dat vrij grote en zware producten tijdens het gebruik niet mogen omvallen. Deze benadering wordt gevaargericht genoemd, omdat wordt uitgegaan van de productgerelateerde gevaren. Een gevaargerichte eis kan soms vrij gemakkelijk worden geformuleerd, maar het vertalen in een objectieve testmethode levert nogal eens problemen op.

Terug naar onderwerpen

Enkele specifieke materialen en producten
Ballen
Diverse onderzoeken zijn bekend naar de relatie tussen performance en het ontwerp van de sportbal. De massa heeft bijvoorbeeld een duidelijke relatie met het lichaamsdeel dat de bal in beweging moet brengen. Gooien gaat het beste met een bal die tussen 0,1 en 0,2 kg weegt. Ook de omvang is belangrijk: bij middellijnen van meer dan 15 cm wordt het moeilijk een bal met één hand vast te houden en te gooien; de hoogste gooisnelheden (tot meer dan 40 m/s) zijn dan niet meer mogelijk, waardoor onder andere spelen op een kleiner (binnen)veld mogelijk wordt. Ballen die met de voet bewogen kunnen worden zijn doorgaans wat groter en zwaarder. De rol die de bal in veel sporten speelt maakt contact ermee onvermijdelijk. Het is daarom begrijpelijk dat in de tabel diverse soorten ballen voorkomen. De rol die ballen precies spelen in het ontstaan van letsel is maar ten dele bekend. Zo is bijvoorbeeld het risico van koppen bij voetbal onderzocht. De versnellingen die het hoofd ondergaat bleken in het algemeen onder het niveau te liggen waar vermoedelijk hersenletsel optreedt. Het is echter niet uitgesloten dat herhaaldelijk koppen toch gevolgen heeft; het letsel niveau kan ook per individu verschillen. Voorts bleek dat een bal die door vocht zwaarder is geworden wel degelijk versnellingen kan veroorzaken die risico op hersenletsel opleveren. Hoe kleiner het gewicht van de speler zelf, hoe groter het risico is. Dat men zich in de sport bewust is van de effecten van massa en omvang van de bal blijkt onder andere uit het gebruik van lichtere ballen voor junioren. Bij andere sporttakken treedt letsel dat wordt veroorzaakt door balcontact voornamelijk op aan de vingers (handbal, volleybal). Over letsel mechanismen is weinig bekend en er zijn geen aanwijzingen dat andere specificaties voor het baltype kunnen bijdragen tot het verminderen van deze letsels. Er zijn wel alternatieve typen ballen beschikbaar (o.a. foamballen), maar die worden alleen voor trainingen gebruikt. Producteigenschappen die theoretisch van invloed kunnen zijn op het optreden van ongevallen en op het letsel zijn de zichtbaarheid, de hardheid en het gewicht van de bal: over een goed zichtbare bal struikel je mogelijk minder snel, en geraakt worden door een zware en harde bal geeft meer kans op letsel. Daar zijn ook experimentele aanwijzingen voor. Volgens een schatting kan het aantal letsels door de bal in de jeugdklasse in de USA met circa 70% verminderen door met een zachter type bal te spelen. Een probleem is dat dergelijke eigenschappen vaak essentieel zijn voor de spelvorm en dus in de spelregels zijn vastgelegd. Wijziging van spelregels moet doorgaans op internationaal niveau plaatsvinden en is derhalve niet gemakkelijk. Toch verandert ook bij deze producten het ontwerp langzamerhand; zo is in het voetbal de Ieren bal geleidelijk verdrongen door synthetische varianten, waarbij tegenwoordig wordt gewerkt met lagen foam. In een dergelijke ontwikkeling zouden meer specifieke gegevens, bijvoorbeeld over hersenbeschadiging ten gevolge van het vaak koppen van de bal, uiteindelijk kunnen leiden tot nieuwe specificaties voor de bal. Voor de praktijk kan uit het bovenstaande in ieder geval worden afgeleid dat het wenselijk is bij voetballen in natte omstandigheden niet te lang door te spelen met een bal die zwaar van het vocht is.

Turntoestellen
Bij ongevallen die tijdens gymnastiek en turnen plaatsvinden worden geregeld turntoestellen genoemd. Meestal gaat het daarbij om een val van het toestel, maar in een aantal gevallen is het ongevalsmechanisme anders: mensen stoten zich bijvoorbeeld tegen een toestel of krijgen het op hun voet tijdens verplaatsen. Turntoestellen kunnen zeer goed worden beoordeeld op algemene gevaarsaspecten zoals stabiliteit, voldoende sterkte en beknelling. Voor turntoestellen bestaan al geruime tijd normen. Tot voor kort waren dit nationale normen in di- verse Europese landen. Meestal waren deze gebaseerd op de mondiale normen van de International Organization for Standardization (ISO), die op hun beurt geïnspireerd waren door de reglementen van de internationale sportbond Fédération Internationale de Gymnastique (FIG). Bij deze normen lag de nadruk sterk op de vergelijkbaarheid van sport- prestaties. Momenteel zijn echter Europese normen in voorbereiding, waarin de gevaarsaspecten systematischer zijn behandeld. De basisnorm noemt als gevaren waarmee bij het ontwerp van alle turntoestellen rekening moet worden gehouden:

  • scherpe randen en uitstekende delen,
  • openingen waarin beknelling kan plaatsvinden,
  • scharende onderdelen,
  • stabiliteit en wegglijden,
  • hoogteverstelling,
  • transport,
  • mechanische sterkte,
  • duurzaamheid


Het is nuttig toestellen geregeld op deze punten te (laten) controleren. Daarbij kunnen checklists van pas komen. Belangrijk zijn voorts materialen die de gevolgen van een val kunnen verminderen: val- en landingsmatten. Ook daarvoor zijn normen in voorbereiding. De veiligheid die matten bieden hangt uiteraard af van hun vermogen de schok van een landende persoon op te vangen. Dit betekent overigens niet dat de mat zo zacht mogelijk moet zijn; bij het landen op de voeten mag de mat niet zo ver worden ingedrukt dat de voet 'blokkeert' terwijl het lichaam verder beweegt. Dat levert juist grote kans op letsel op. Dikke zachte matten mogen alleen als valmat bij bijvoorbeeld hoogspringen worden gebruikt. Essentieel voor alle matten is verder dat ze niet gemakkelijk wegschuiven onder invloed van horizontale krachten.

Rackets 
Gezien de eigenschappen van de huidige typen rackets is het niet te verwachten dat  blessures voorkomen kunnen worden door extra materiaaleisen: de randen zijn doorgaans al behoorlijk afgerond, en het aanbrengen van schokabsorberend materiaal zou de performance te veel beïnvloeden. Diverse racketeigenschappen (materiaal, maat van de grip, strakke bespanning, gewicht, maat van het blad) zijn wel in verband gebracht met het ontstaan van een tenniselleboog. Er is echter weinig overeenstemming over de exacte rol van deze factoren. Het aantonen van een verband tussen deze producteigenschappen en de blessure is waarschijnlijk des te moeilijker omdat het een overbelastingsblessure betreft, die de sporter dus niet meteen voelt. Een advies dat vaak wordt gegeven is om bij beginnende klachten een 'niet te strakke' bespanning en een 'wat kleinere' grip te gebruiken. Tot nu toe zijn er echter nog geen kwantitatieve eisen vastgesteld voor deze eigenschappen. Bij andere tennisblessures, zoals aan schouders, pols/hand of wervelkolom, is er nauwelijks een relatie met materialen en producten aantoonbaar. De speeltechniek lijkt voor deze blessures een belangrijker factor.

Hockeysticks
Bij hockey worden de spelers regelmatig geraakt door een stick. Het lijkt nauwelijks mogelijk dit type letsel te voorkomen door meer eisen te stellen aan het product: volgens de spelregels mag de haak van de stick geen scherpe kanten of splinters vertonen. Preventie zal eerder moeten komen van het gedrag van de sporters (eventueel afgedwongen door spelregels en het handhaven daarvan) en van het gebruik van beschermende materialen. Natuurlijk is het wel van belang de stick gere- geld te controleren op beschadigingen waardoor bij contact met een speler ernstiger letsel kan ontstaan.

Terug naar onderwerpen

Conclusies
Instrumentele sportmaterialen spelen een rol bij het ontstaan van een deel van de acute sportblessures. Daarnaast zijn er aanwijzingen dat overbelastingsblessures zoals een tenniselleboog te maken kunnen hebben met een verkeerde materiaalkeuze. Toch zijn in de meeste gevallen (nog) geen eisen voor deze producten bekend die gericht zijn op het verminderen van het blessurerisico.

Terug naar onderwerpen

Beschermende materialen
Allereerst wordt de rol van beschermende materialen in de sport in algemene zin besproken. Daarna wordt ingegaan op de werking en de manier waarop eisen aan deze materialen kunnen worden gesteld en worden de eisen die vastgelegd zijn in wetgeving of normen globaal beschreven. Vervolgens worden eisen per product behandeld en ten slotte worden beschermende materialen voor specifieke sporttakken beschreven.

Terug naar onderwerpen

Algemene rol van beschermende materialen
Beschermende materialen spelen vooral een rol bij de preventie van acute blessures. In de sport zijn deze materialen van bijzonder belang. Zoals al is aangegeven zijn eisen aan instrumentele materialen zoals hockeysticks soms niet haalbaar gezien de rol die ze in de sport moeten spelen. De bescherming van de persoon is dan vaak een preventieve maatregel die perspectieven biedt. Enkele kanttekeningen daarbij zijn ech- ter wel op hun plaats. Allereerst kan een beschermingsmiddel alleen werken als het gedragen wordt. Dit lijkt een open deur, maar het geeft een duidelijk verschil aan met instrumentele materialen, die onmisbaar zijn om een sport te kunnen beoefenen. Om een beschermingsmiddel te dragen is telkens een actieve beslissing van de sporter nodig. Zo'n product is immers niet essentieel voor de sportprestatie, integendeel, het kan de prestatie zelfs nadelig beïnvloeden. Comfort is dan ook een belangrijke eigenschap, omdat sporters een ongemakkelijk product zeker niet langdurig zullen gebruiken. Voorlichting over het blessurerisico kan een rol spelen bij de beslissing om beschermingsmiddelen te gebruiken. Ook een sportbond, een vereniging, of een organisator van een evenement kan het gebruik van deze materialen stimuleren of eventueel verplicht stellen. Dat dit niet altijd van een leien dakje gaat blijkt onder andere uit de grote weerstand die bij profwielrenners bestaat tegen het dragen van een wiel ren helm, ondanks de kans op gevaarlijke valpartijen. Daarnaast hangt de beschermende werking af van de kwaliteit van het product zelf. Er bestaan echter nog maar voor weinig beschermingsmiddelen objectieve criteria voor het beoordelen van de kwaliteit. Helmen vormen hierop een uitzondering. Verder in deze paragraaf wordt nader ingegaan op de criteria voor het beoordelen van de beschermende werking van verschillende beschermingsmiddelen. Ten slotte is er het probleem dat sporters door het gebruik van beschermingsmiddelen anders tegen de risico's aankijken. De drager van een beschermingsmiddel kan zich zo veilig voelen dat het sportgedrag verandert, bewust of onbewust. Zo is bekend dat de invoering van helmen in het American Football in eerste instantie, heeft geleid tot toename van nekletsels: de spelers gingen hun hoofd als stormram gebruiken. Pas na een spelregelaanpassing werd het oorspronkelijke doel (minder hoofdletsel) bereikt zonder het ongewenste neveneffect. Zo kan ook worden verondersteld dat voetballers harder op hun tegenstanders zullen ingaan als ze scheenbeschermers dragen, of dat skiërs meer risico's nemen als ze weten dat hun bindingen bij een val toch wel losgaan. Bovenstaande opmerkingen maken duidelijk dat er doorgaans een combinatie van maatregelen nodig is om de inzet van beschermende materialen tot een succes te maken. Producenten moeten zorgen dat er adequate materialen zijn, sporters moeten ervan worden overtuigd dat ze deze moeten gebruiken (of moeten daartoe door spelregels worden verplicht), en ongewenste neveneffecten moeten worden voorkomen.

Terug naar onderwerpen

Werking van beschermende materialen en ontwikkeling van eisen
Beschermende materialen zijn bedoeld om invloeden van buitenaf op het lichaam die de gezondheid bedreigen, tegen te gaan. Dit geldt zowel voor beschermingsmiddelen in de industrie (stoffilters, gehoorbescherming, veiligheidsbrillen) als voor materialen in de sport. Een verschil is de aard van de invloeden: in de sport komen vrijwel uitsluitend mechanische gevaren voor, terwijl werknemers in de industrie te maken kunnen hebben met chemische gevaren, hitte, straling, stof, enzovoort. In de sport gaat het dus om de belastbaarheid van lichaamsdelen ten opzichte van (meestal acute) mechanische belastingen. Onze kennis over deze belastbaarheid berust voornamelijk op biomechanisch onderzoek dat vooral in de verkeerssector sterk.ontwikkeld is. Op grond van dit soort onderzoek wordt de werking van beschermingsmiddelen vaak beschreven met een belastingtolerantiemodel: een belasting die wordt uitgeoefend op een lichaamsdeel zal geen letsel veroorzaken zo lang die belasting lager is dan een bepaalde waarde, de tolerantie ten opzichte van deze belasting. Als de belasting groter wordt, zullen zowel de kans op eert letsel als de verwachte ernst van het letsel groter worden. Het doel van een beschermingsmiddel is de belasting terug te brengen tot een niveau dat beneden de tolerantiegrens ligt. Natuurlijk is dit een sterk vereenvoudigd model. Eén kritische gebeurtenis kan aanleiding zijn tot diverse soorten belastingen, bij een val is er bijvoorbeeld sprake van een botsbelasting, maar ook van schuren over de bodem. En een botsing op zichzelf kan weer aanleiding geven tot verschillende letsels, zoals een blauwe plek (spier en onderhuids vet), een botbreuk (skelet) of een hersenschudding (zenuwstelsel). Om na te gaan of een beschermingsmiddel effectief is, zal men dit moeten testen. Vaak zijn verschillende methoden nodig voor het testen van verschillende eigenschappen, bijvoorbeeld omdat het product moet beschermen tegen diverse belastingen. Iedere test bestaat in principe uit het simuleren van een belasting zoals die in de sport optreedt. Het criterium aan de hand waarvan wordt vastgesteld of het materiaal effectief is kan zijn dat het beschermingsmiddel intact blijft, of dat de belasting die ondanks het beschermingsmiddel toch nog op het lichaamsdeel wordt uitgeoefend onder een bepaald niveau blijft. Wat betekent dit in de praktijk, bijvoorbeeld bij een helm voor wielrenners? Bij een val van een racefiets ontstaat een letsel omdat het hoofd met flinke snelheid de grond raakt. Een belangrijke test is dan ook dat men de helm, geplaatst op een kunstmatig proefhoofd van bijvoorbeeld hout, op een stevige ondergrond laat vallen. In dit geval is een betrouwbaar criterium bekend dankzij uitgebreid onderzoek in de verkeerssector: als de versnelling die het hoofd tijdens de botsing ondergaat, in combinatie met de tijdsduur waarin die versnelling optreedt, beneden bepaalde waarden blijft is de kans op (hersen)letsel acceptabel. De versnelling tijdens de botsing is met speciale meetapparatuur, ingebouwd in het proefhoofd, te meten en met behulp van een computer wordt de gewenste berekening gemaakt. Helaas is de gedetailleerde informatie die beschikbaar is over hoofdletsel een uitzondering. Over de meeste typen ongevallen is veel minder informatie beschikbaar. De belastingen die in een bepaalde sport kunnen optreden zijn bijvoorbeeld lang niet altijd bekend: hoe hard kan iemand worden geraakt bij een tackle, door een hockeybal, enzovoort? Ook de kennis over de tolerantiegrenzen bij de mens is beperkt: bij welke botsing wordt een tand beschadigd of gaat hij los zitten? Wanneer breekt een scheenbeen of ontstaat een diepe vleeswond? Zonder goede informatie hierover zal een objectieve vergelijking van verschillende producten moeilijk blijven. De sporter zal moeten afgaan op de productinformatie, op tips van anderen en op de eigen ervaring.

Terug naar onderwerpen

Wetgeving en normen
Ondanks de gebrekkige theoretische kennis wordt toch geprobeerd voor beschermende materialen objectieve eisen en meetmethoden te formuleren. Een belangrijke drijfveer daarvoor is de Europese regelgeving die reeds is besproken. Op sportproducten met een beschermende werking is de Richtlijn Persoonlijke Beschermingsmiddelen (PBM) van toepassing. Het is dus van belang te weten welke eisen in deze wetgeving aan beschermende materialen worden gesteld, ondanks het gedeeltelijk ontbreken van meetmethoden. Als basisprincipe voor het ontwerp van beschermingsmiddelen noemt de Richtlijn PBM: het product moet adequate bescherming bieden tegen alle risico's waaraan de drager is blootgesteld. Voorts is er een ergonomie-eis: de gebruiker moet de activiteit waaraan risico is verbonden normaal kunnen uitoefenen, terwijl passende bescherming wordt geboden op het hoogst mogelijke niveau. Dit niveau wordt omschreven als dat waarboven het dragen van het beschermingsmiddel beperkend wordt voor het effectieve gebruik, dan wel voor het normaal uitvoeren van de activiteit. Een beschermingsmiddel moet niet alleen beschermen tegen bestaande risico's, het mag ook geen nieuwe risico's introduceren. Zo moet ieder beschermingsmiddel dat met de huid in contact komt glad afgewerkt zijn en mogen geen materialen worden gebruikt die irritatie kunnen opleveren. Verder moet de pasvorm van het product aan te passen zijn aan de gebruiker, en het product moet zo licht mogelijk zijn. Deze algemene eisen zijn zeer globaal; aanvullende eisen hebben bijvoorbeeld betrekking op beschermingsmiddelen die een lichaamsdeel omsluiten (voldoende ventilerend, dan wel absorberend), en op beschermingsmiddelen voor gezicht, ogen en ademwegen (zo weinig mogelijk beperking van het gezichtsveld, eventueel moet dragen van bril of contactlenzen mogelijk zijn). Bovendien worden eisen gesteld die specifiek zijn voor bepaalde gevaren: mechanische schokken, vallen, hitte, koude, enzovoort. Voor sportbeschermingsmiddelen komt het er meestal op neer dat goede schokabsorptie nodig is, gecombineerd met een zo licht mogelijke constructie en in veel gevallen met goede ventilatiemogelijkheden. Vooral aan de eis dat de gebruiker de risicovolle activiteit normaal moet kunnen uitoefenen is niet gemakkelijk te voldoen. Zoals al is opgemerkt wil een sporter bij voorkeur geen enkele belemmering ten aanzien van het persoonlijke prestatieniveau. Hoe kan een gebruiker zien dat een product aan de wettelijke eisen voldoet? In principe is dat gemakkelijk omdat de producent het zogenaamde CE-merkteken op het product moet aanbrengen als het aan de wet voldoet. Nu zegt dat merkteken wel iets als er normen bestaan voor het product, want dan is het doorgaans volgens die normen geproduceerd. Zo lang er echter geen normen bestaan kan de producent op basis van de globale eisen producttests (laten) uitvoeren en vervolgens het merkteken aanbrengen. Een onafhankelijke keuring door instituten als het TNO in Nederland of het TÜV (Technische Überwachungs Verein) in Duitsland is in het algemeen niet verplicht; dit is alleen vereist bij producten die moeten beschermen tegen zeer ernstige gevaren. Op het gebied van de sport geldt dat bijvoorbeeld voor uitrustingen voor duiken en voor sportklimmen.

Terug naar onderwerpen

Specifieke eisen per product
Helmen
Voor sporthelmen zijn de eisen en testmethoden beter vastgelegd dan voor veel andere sportproducten. Dit is te danken aan de kennis over het ontstaan van hoofd letsels, afkomstig uit onderzoek naar verkeersveiligheid. Eerder is de helm al als voorbeeld genoemd. Er zijn of worden Europese normen ontwikkeld voor helmen voor sporten als fietsen/wielrennen, skiën, ijshockey, paardrijden, bergbeklimmen en diverse luchtsporten. De helmen voor gemotoriseerde sporten zijn praktisch gelijk aan de helmen die in het verkeer worden gebruikt. Bij boksen worden ook hoofdbeschermers gebruikt, waardoor oppervlakkige huidletsels en mogelijk ook kaakfracturen en hersenletsel voorkomen kunnen worden. De belangrijkste eisen die aan een helm worden gesteld:

  • schokdemping binnen het te beschermen gebied op het hoofd;
  • sterkte van het bevestigingssysteem: bij een ruk aan de kinband mag er niet te veel rek optreden;
  • effectiviteit van het bevestigingssysteem: de helm mag niet afrollen;
  • de sluiting moet met één hand te openen zijn, ook als er aan het bevestigingssysteem wordt getrokken;
  • er moet voldoende gezichtsveld zijn naar boven, onder en opzij;
  • de kinband moet ten minste 15 mm breed zijn;
  • de helm moet goed ventileren;
  • de helm moet goed passend te maken zijn en instructies daarvoor moeten worden meegeleverd.

Verwacht mag worden dat de producenten na aanvaarding van de normen snel aan deze eisen tegemoet zullen komen. Bij aankoop hoeft een sporter er dan alleen nog op te letten of het product aan de norm voldoet. Alleen voor ventilatie zijn in de normen nog geen concrete eisen vastgelegd omdat een goede meetmethode ontbreekt. Op dit punt zullen er dan ook verschillen tussen helmen mogelijk zijn, zodat de persoonlijke voorkeur van de sporter bij de aanschaf een rol kan spelen.

Gebitsbeschermers
Op basis van de algemene eisen uit de Richtlijn PBM is geprobeerd kwaliteitscriteria en bijbehorende testmethoden voor gebitsbeschermers te ontwikkelen. Daarbij doen zich twee problemen voor: over letselmechanismen aan tanden is weinig bekend, ondanks onderzoek, en het product heeft een sterk individueel karakter. Wat de letselmechanismen betreft lijkt het duidelijk dat de bescherming bij bijvoorbeeld boksen een andere functie heeft (fixatie van de onderkaak) dan bij hockey (schokabsorptie voor de tanden). Het individuele karakter blijkt uit het feit dat alleen op maat gemaakte producten als zeer comfortabel worden ervaren. Beschermers die de sporter zelf nog kan vervormen scoren ook redelijk, maar typen die in serie zijn geproduceerd voldoen in dit opzicht niet. Dat betekent dat de op maat gemaakte producten getest zouden moeten worden, hetgeen veel lastiger is dan bij serieproductie. Uit een serie kan voor een keuring een steekproef worden genomen, bij unieke producten kan dat natuurlijk niet. Desondanks zijn er algemene richtlijnen te geven voor de kwaliteit. Recent is een vergelijkend onderzoek uitgevoerd naar de beschermende werking van verschillende typen op maat gemaakte gebitsbeschermers. Alle geteste gebitsbeschermers hadden verschillende lagen (een zachte laag tegen de tanden en een hardere laag aan de buitenkant) en ze kunnen met niet al te gecompliceerde apparatuur door tandartsen worden gemaakt. De test hield in dat de onderzoekers een model van een ijshockeypuck op de gebitsbeschermer lieten vallen, die op een gipsmodel van een gebit was ge- plaatst. Ter vergelijking werd de botsenergie bepaald waarbij een tand van het gipsmodel afbrak. De onderzoekers relativeren zelf hun aanpak: de hoogte waarvan de 'puck' viel leverde geen grote botsenergie op (ca. 5 Joule) en het is niet aangetoond dat het gipsmodel op dezelfde manier reageert als een echt gebit. Toch leverde het onderzoek een interessante vergelijking op met als conclusies:

  • variaties in de dikte van de zachte binnenlaag hadden meer invloed op het resultaat dan variaties in de harde buitenlaag;
  • als materiaal voor de buitenlaag voldeed 2 mm dik plaatmateriaal bestaande uit polyurethaan-dimethacrylaat het beste.
    Plaatmateriaal met als buitenlaag styreen-butadieen-copolymeer voldeed ook goed, mits de plaatdikte (inclusief de binnenlaag) ten minste 4,5 mm was. Voor het comfort (vermijden van braakreflexen) is het voorts belangrijk dat de gebitsbeschermer niet verder naar achter doorloopt dan tot en met de eerste molaar (ware kies). De beschermer moet aan de buitenkant het gehele tandvlees bedekken en aan de binnenkant tot een paar mm voorbij de tandhals.

Oorbeschermers
Oorbeschermers kunnen verschillende functies hebben:

  • bescherming tegen lawaai (schietsport, gemotoriseerde sporten);
  • bescherming tegen mechanische beschadiging van de oorschelp (contactsporten, bijvoorbeeld rugby, boksen).

Voor beschermers van het eerste type kunnen in principe producten worden gebruikt die bestemd zijn voor de industrie. Er bestaan zowel modellen die in de gehoorgang worden gedragen als uitwendige modellen ('koptelefoons').
Motorhelmen schermen eveneens een deel van het lawaai af, maar moeten ook communicatie mogelijk maken. Voor het tweede type oorbeschermers is nog geen begin gemaakt met het opstellen van functionele eisen. De bestaande typen lijken redelijk te voldoen. In een van de weinige artikelen over oorbescherming in de sport ligt de nadruk op de behandeling van letsels.

Gezichts- en oogbeschermers
In de literatuur wordt regelmatig aanbevolen bij racketsporten in het dubbelspel een veiligheidsbril te dragen. Men noemt vijf risiconiveaus voor oogletsel in de sport:

  • onacceptabel (boksen);
  • zeer hoog (ijshockey, squash, badminton, basketbal, lacrosse);
  • hoog (raquetball, honkbal, cricket, veldhockey, rugby, voetbal, waterpolo, schietsport);
  • matig (tennis, American football);
  • laag (o.a. golf, volleybal, skiën).

Mensen die al een bril dragen moeten een speciale sportuitvoering met kunststoflenzen (polycarbonaat) gebruiken. Oogbeschermers die geen lens bevatten worden afgeraden, omdat bijvoorbeeld een squashbal zich voor een deel door de opening heen kan persen. In Australië is een norm voorgesteld waarin eisen voor oogbeschermers zijn vastgelegd. Als belangrijke eigenschappen worden daarin genoemd:

  • de oogbeschermer moet een voldoende groot gebied van het gezicht afschermen;
  • de doorzichtigheid moet voldoende zijn. Deze wordt bepaald aan de hand van de lichtbrekingseigenschappen, transmissiemeting e.d.;
  • het gezichtsveld moet voldoende groot zijn: naar opzij/buitenkant 80°, richting neus 45°, omhoog 45° en omlaag 60°;
  • de slagsterkte moet voldoende zijn: Deze wordt gemeten door de beschermer te 'beschieten' met squashballen;
  • ook thermische stabiliteit is nodig.

Ook Europese normen voor de kwaliteit van oogbeschermers zijn in voorbereiding, maar deze zijn geheel gericht op industriële toepassingen.

Kleding en padding
Doelverdedigers bij voetbal wordt geadviseerd gepolsterde kleding en handschoenen te dragen. Padding is een verzamelnaam voor materialen die worden gebruikt om lichaamsdelen te beschermen tegen botsingen met andere spelers of met een bal. Bekend zijn de paddings van hockeykeepers en catchers bij honkbal. Er zijn geen normen of testmethoden beschikbaar of in voorbereiding.

Knie- en elleboogbeschermers
Knie- en elleboog beschermers kunnen worden gezien als een speciale vorm van padding. Kniebeschermers worden veel gedragen. De huidige typen lijken redelijk te voldoen; ze bevatten een laag schuimrubber of soortgelijk materiaal. Voor de effectiviteit van deze beschermers zijn geen objectieve testmethoden beschikbaar. Wat het comfort betreft is de pasvorm belangrijk: de band moet vast genoeg zitten om niet te verschuiven, maar mag natuurlijk ook niet knellen. Een open achterkant verhoogt het comfort bij het buigen van de knie of elleboog. Overigens functioneren kniebeschermers alleen bij directe krachtinwerking (duiken/vallen); distorsies als gevolg van een verkeerde landing na een sprong worden er niet mee voorkomen.

Vanghandschoenen
Ook vang handschoenen zijn een vorm van padding. De spelregels bij honkbal schrijven voornamelijk de maten voor. Een testmethode voor de effectiviteit van handschoenen ontbreekt. In verband met de balcontrole is het belangrijk dat de handschoen goed past en goed kan worden vastgezet.

Scheenbeschermers
Aanbevolen wordt scheenbeschermers te gebruiken die 'voldoende bescherming' bieden. Onderzoek heeft aangetoond dat een aantal typen niet aan de eisen voldoen. Die eisen zijn echter nog niet vastgelegd, omdat er nog onvoldoende kennis over het letselmechanisme bestaat. Op het gebied van de verkeersveiligheid is wel onderzoek uitgevoerd, waarbij de voorkant van auto's bijvoorbeeld zodanig wordt vormgegeven dat een voetganger bij een aanrijding zo weinig mogelijk letsel oploopt. Het is echter niet goed mogelijk voor de individuele sporter de mate van bescherming te beoordelen. Scheenbeschermers moeten goed passen. Ze mogen niet knellen maar tijdens het dragen ook niet verschuiven. Het is dan ook belangrijk dat ze bij het aanschaffen goed worden gepast.

Braces en tape
Braces en tape nemen een speciale plaats in. Deze materialen worden vaak gebruikt als een gewricht (meestal de enkel) na een blessure al wat minder stabiel is. Bij frequent voorkomende enkelblessures wordt vaak hoog schoeisel en/of taping/bracing aanbevolen. Er is nogal wat onderzoek gedaan naar de effecten, met wisselend resultaat: enkelbraces lijken tamelijk effectief, terwijl bij kniebraces de resultaten elkaar tegenspreken. Andere beschermers van gewrichten zijn ook bekend. Zo worden bijvoorbeeld bij volleybal of zaalhandbal elastische bandjes tussen duim en wijswinger gebruikt om letsels aan het duimgewricht te voorkomen. Ook de vingers worden bij deze sporten wel ingetapet.

Terug naar onderwerpen

Sporttakken en te gebruiken beschermingsmiddelen
Hier wordt voor een aantal sporten aangegeven welke beschermingsmiddelen in het algemeen worden aanbevolen. Zoals uit het voorgaande duidelijk is geworden zijn voor de meeste beschermingsmiddelen nog geen objectieve functionele eisen beschikbaar. Mede daardoor is de schriftelijke informatie die bij aankoop wordt gegeven vaak minimaal. Bij de keuze van bepaalde producten moet de sporter dan ook vrijwel uitsluitend op eigen ervaring, ervaring van kennissen, trainers enzovoort, of uitleg van een verkoper afgaan. In onderstaande tabel zijn voor achttien sporttakken de mogelijke beschermingsmiddelen genoemd, waarbij zoveel mogelijk is vermeid of deze volgens de spelregels verplicht zijn.

tak van sport

beschermingsmiddel

opmerkingen

verplicht

badminton

oogbeschermers

 

nee

basketbal

gebitsbeschermers
oogbeschermersoogbeschermers
kniebeschermers

i.v.m. contact met ellebogen onder basket

nee
nee
nee

hockey

gebitsbeschermers
scheenbeschermer
Iegguards
handschoenen
tok
bodyprotector
masker
broek met padding



keeper
keeper
keeper
keeper
keeper
keeper

nee
nee
ja
ja
ja
ja
ja
ja

motorsport

helm
kleding

 

ja
ja

paardrijden

helm
handschoenen
bescherming wervelkolom

 

?
nee
?

rugby

gebitsbeschermer
scheenbeschermer

 

?
?

schietsport

oorbeschermer
arm beschermer


handboogschieten

?
nee

squash

oogbeschermers

 

nee

tennis

oogbeschermers

 

nee

turnen

turnleertjes
valbeveiliging

handbeschermers, bij rekstok en ringen

nee
nee

veldvoetbal

scheenbeschermers
handschoenen
padding


keeper
keeper

ja*
nee
nee

volleybal

kniebeschermers

 

nee

wielrennen

helm

 

nee

ijshockey

helm
gezichtsbescherming
tok
padding
handschoenen

 

ja
ja
nee
ja
ja

zaalhandbal

kniebeschermers
elleboog beschermers
handschoenen
tok
tape enz


ook ter preventie van overbelastingsletsels
keeper
keeper
vingers

Nee
Nee
ja
nee
nee

zaalvoetbal

scheenbeschermers

 

nee

 


Terug naar onderwerpen


Heeft u vragen of opmerkingen over deze site? Mail ons: info@sportzorg.nl
SitemapStuur deze pagina naar een vriend   Print deze pagina
 
header_left Zoeker header_right

Helaas, u heeft de nieuwste flashplayer nodig om deze website te kunnen bezoeken. U kunt de player hier downloaden.


header_left Vragenlijst header_right

Ticker check
header_left Nieuwsbrief header_right

Ontvang onze gratis nieuwsbrief
Aanmelden voor de Sportzorg nieuwsbrief