Net zoals een auto elk jaar een APK dient te ondergaan is het belangrijk uw lichaam te checken voordat u het serieus gaat belasten. Dit kunt u doen door een sportmedisch onderzoek door een sportarts, werkzaam in een sportmedische instelling, uit te laten voeren. Sportmedische onderzoeken zijn er in verschillende soorten en maten en u kunt het zo uitgebreid maken als u wilt. Van een vragenlijst gecombineerd met kort lichamelijk onderzoek tot een inspanningstest met of zonder ademgasanalyse en hartfilmpje. Een inspanningstest is niet alleen nuttig om de gezondheid te controleren. Op basis van waarden uit deze test kunnen ook de persoonlijke trainingszones berekend worden die direct gebruikt kunnen worden voor het trainingsschema. De meest precieze trainingszones worden verkregen indien u een inspanningstest met hartfilmpje en ademgasanalyse laat verrichten.
Loop ik een risico?
In Nederland overlijden jaarlijks tussen de 150 en 200 mensen tijdens of direct na het sporten aan plotse hartdood. Bij mensen tot 35 jaar, is een aangeboren hartafwijking meestal de oorzaak, terwijl bij mensen boven de 35 jaar onontdekte problemen als een slecht functionerende hartklep en een dichtgeslibde ader vaak de oorzaak zijn. Duizeligheid tijdens of direct na het sporten is dan ook een signaal dat je altijd serieus moet nemen. Net als het feit of er in de familie hart- en vaatziekten voor komen.
Iemand die 80 kilometer per week fietst, vermindert de kans op een hartinfarct met 50 procent. De trend is wel een beetje dat mensen zich blindstaren op hoge sportdoelen. Gewoon een rondje fietsen of joggen is vaak niet meer genoeg. Recreatieve sporters willen per se die ene berg beklimmen of een marathon lopen binnen vier uur. Niet zonder meer verkeerd hoor. Maar: Alpe d’HuZes is wél steil en een marathon is echt ver. Bij zo’n inspanning moet u dus extra opletten, zeker als u boven de 35 bent en jaren achter elkaar ongezond en inactief hebt geleefd. De meeste risicogevallen worden er met een sportmedisch onderzoek uitgepikt. Maar 100 procent zekerheid heb je nooit. Als u boven de 35 bent en begint met sporten, wordt een sportmedisch onderzoek aangeraden. Zeker als u na jaren amper sporten een ambitieus doel hebt. Bang om ‘afgekeurd’ te worden, hoeft niemand te zijn. Een sportmedisch onderzoek is niet te vergelijken met de ouderwetse sportkeuring. ‘Keuring’ is ook een verkeerde term, we praten liever over sportmedisch onderzoek. Er worden niet alleen gezondheidsrisico’s ingeschat, maar er wordt ook een juist inzicht in conditie en een hierbij passend, gericht trainingsadvies gegeven. Vroeger moesten mensen wat kniebuigingen doen en werd vooral gekeken naar wat ze níet konden. Nu wordt er gefocust op wat mensen wél kunnen en hoe je gezondheidsklachten kunt verbeteren door sport.
Inhoud sportmedisch onderzoek
Sportmedische onderzoeken zijn er in verschillende soorten en maten en u kunt het zo uitgebreid maken als u wilt. Iedere sporter is natuurlijk anders. Een sportmedisch onderzoek verloopt altijd volgens een vast stramien, maar daarbij houdt men altijd rekening met persoonlijke omstandigheden. Voor het onderzoek wordt een uitgebreide vragenlijst doorgenomen. In de vragenlijst worden verschillende thema’s aangeroerd. Het is belangrijk om een indruk te krijgen over hoe iemand zijn sport beoefent; om welke sporten gaat het? Hoe lang sport iemand al? Op welk niveau wordt er gesport? Worden er wedstrijden gereden, zware toertochten of wil men gewoon fit blijven? Hoeveel uur wordt er aan de hobby besteed en hoe ziet het weekprogramma er uit?
Ook oude sportblessures worden in kaart gebracht. Na het invullen van vragenlijst is het bijna tijd voor het ‘echte werk’ tijdens de inspanningstest, maar eerst worden nog wat routinehandelingen afgerond. Er wordt bloed geprikt, zodat een extern laboratorium kan uitzoeken of het bloedbeeld in orde is. Daarbij let men goed op hemoglobine (het eiwit dat zorgt voor het transport van zuurstof en kooldioxide) en cholesterol (een vetachtige stof die het lichaam nodig heeft als bouwstof voor lichaamscellen en hormonen). Zonder cholesterol kan het lichaam niet functioneren. Maar een verhoogd cholesterolgehalte kan op den duur het dichtslibben van de (slag)aders veroorzaken. Een hartinfarct, beroerte of een andere vaatziekte kunnen dan de gevolgen zijn. Als de informatie uit de vragenlijst hiertoe aanleiding geeft, worden bijkomende testen uitgevoerd, waarbij vooral wordt gelet op het functioneren van de nieren en lever. Ook wordt het houding- en bewegingsapparaat onderzocht en is er een visus-test.
Vervolgens vindt de inspanningstest op de fietsergometer plaats. Op vastgestelde plekken op het lichaam worden kleine sensoren geplakt, zodat een hartfilmpje gemaakt kan worden. Op de beeldschermen verschijnen verschillende grafieken en cijfers over de hartslag, maximale zuurstofopname en koolstofdioxide (CO2) productie. Langzaam wordt de weerstand opgevoerd.
Bij het meest uitgebreide sportmedische onderzoek zit een inspanningstest met oxymetrie. Aan de hand van de zuurstofopname en uitgeademde hoeveelheid koolstofdioxide wordt de zogenaamde anaerobe drempel (AD) nauwkeurig bepaald; het punt waar voorbij het lichaam tijdens de inspanning een zuurstofschuld gaat opbouwen. Ook wel omslagpunt genoemd. Stofwisselingsprocessen zullen door dit gebrek aan zuurstof anders verlopen. Gevolg: de benen protesteren en lopen langzaam vol. Zowel de hartslag als het geleverde vermogen worden nauwkeurig in de gaten gehouden. Met alle gegevens kan de sportarts een persoonlijk schema met trainingszones opstellen. Bij inspanningstesten zonder oxymetrie wordt de anaerobe drempel (AD) geschat en wordt een globaal trainingsadvies gegeven.




