Het ellebooggewricht bestaat uit de kop van de bovenarm, en een kom gevormd door de koppen van de ellepijp en het spaakbeen. Wanneer hier een breuk optreedt door een valpartij, betreft dit meestal de kop van de ellepijp.
Alle spieren van de onderarm hechten aan op de botstructuren in de elleboog, met name de kop van de bovenarm. Er kunnen, vaak door overbelasting, irritaties ontstaan aan deze aanhechtingen. Wanneer deze ontstaan aan de spieren die op de buitenzijde van de elleboog aanhechten, wordt dit een tenniselleboog genoemd. Wanneer irritatie ontstaat aan de binnenzijde, heet dit een golfelleboog
De golfelleboog
Deze blessure is reeds langer bekend en komt vooral voor bij golfspelers of honkbal pitchers, maar ook bij tennissers. De klachten komen niet alleen bij sport voor maar ook bij ramen zemen, strijken of typen. De klachten bestaan uit pijn aan de binnenzijde van de elleboog, soms met uitstraling naar de schouder, pols of vingers. De oorzaak is een overbelasting van de spierpeesaanhechting van de polsbuigers, die met name bij een harde forehand, service of werpbeweging de pols in een gestrekte houding moet fixeren. Deze blessure valt niet op een röntgenfoto te zien; er moet namelijk een zeer specifiek onderzoek zoals een MRI (magneet scan) voor gedaan worden om deze peesblessure in beeld te brengen.
De behandeling bestaat uit het tijdelijk verminderen van de (sport)activiteiten en het verbeteren van de techniek. Als extra behandelingen kunnen diverse braces ervoor zorgen, dat er niet te veel krachten op de aanhechting terecht komen. Bij hevige pijn valt fysiotherapie aan te bevelen, waarbij m.b.v. ultrageluid, fricties en spiertraining de doorbloeding verbeterd wordt. De genezing kan soms lang duren tot ongeveer één jaar. Maar ... het gaat vrijwel altijd over. Soms wordt er bij een dergelijk lang beloop behandeld met ontstekingsremmende middelen, die op de pijnlijke plaats geïnjecteerd worden. Zeer zelden wordt er een operatie uitgevoerd, waarbij dan de pijnlijke spierpeesovergang losgesneden wordt van de aanhechtingsplaats.
Ter preventie een aantal tips: zorg voor een adequate warming-up (bijvoorbeeld op de fiets naar desportbaan), doe rekoefeningen, zorg voor een goede techniek, raadpleeg evt. een trainer, gebruik goed materiaal en laat U hierbij deskundig adviseren bij een goede sportzaak.
Bron: D. de Winter, sportarts