De schouder
Een gebroken sleutelbeen
Schouder uit de kom/ontwrichtingen
Chronisch spier/peesletsel en ontstekingen
Slijmbeursirritatie
Preventie
Oefeningen
De schouder
De schouder is een veel voorkomend probleemgebied in de sport. De gewrichtskom omvat de gewrichtskop slechts beperkt, waardoor de schouder een erg mobiel gewricht is. Alle stabiliteit wordt gegeven door het gewrichtskapsel en de spieren van de schoudergordel. Bij frequente bewegingen van de schouder boven het hoofd kan dit systeem dan ook chronisch overbelast raken en kunnen er blessures ontstaan.

Terug naar boven
Een gebroken sleutelbeen
Een gebroken sleutelbeen (clavicula) is vaak het gevolg van een val op de schouder of het sleutelbeen. Er ontstaat direct pijn met een vreemde stand van het sleutelbeen. De behandeling bestaat uit het nemen van rust door de aangedane arm enige tijd in een mitella te dragen.
Column sportarts
Wielrennen is een mooie sport, zowel om naar te kijken als om te beoefenen, althans dat vind ik. Genoeg mensen die het een dodelijk saai gebeuren vinden zo’n groep mensen die achter elkaar aanrijdt gedurende 250 km en dan op het laatst gaat sprinten voor de overwinning: waarom dan die eerste 249 km? Sommige zaken zijn niet uit te leggen, maar moet je voelen.
Een keerzijde van het wielrennen zijn de vervelende en soms ook gevaarlijke valpartijen. Hoofd- en nekverwondingen zijn berucht, veel vaker voorkomend zijn letsels van het sleutelbeen. Afgelopen week werd ik bij twee patiënten geconfronteerd met een letsel van het sleutelbeen, niet een breuk maar een luxatie van het AC-gewricht. Bij de een had de val al een jaar geleden plaatsgevonden, bij de ander twee dagen ervoor.
Een luxatie van het AC (=acromion-claviculair (clavicula=sleutelbeen)) gewricht is een losschieten van het uiteinde van het sleutelbeen ter hoogte van het schoudergewricht. Bij het acromion zit het sleutelbeen vast middels diverse stevige banden om het omlaag te trekken. Bij een val op de schouder of arm kan het sleutelbeen breken, maar ook kunnen de bandjes afscheuren. Het gevolg van het scheuren is dat het uiteinde van het sleutelbeen omhoog komt te staan. Je kan het weer terugduwen, maar het schiet direct weer omhoog: het zogenaamde pianotoets-fenomeen. Ik herinner mij uit mijn studie tijd dat dergelijke letsels werden geopereerd; tegenwoordig is men veel terughoudender met opereren en krijgt de patiënt een mitella ter ondersteuning. Ook kan een tapebandage over het AC-gewricht stevigheid en pijnverlichting geven. Na een zestal weken kunnen voorzichtig aan weer de normale activiteiten worden ondernomen. Er blijft afhankelijk van de ernst van de luxatie een “knobbel”op de schouder over. Dit kan vooral voor vrouwen esthetisch gezien wel een probleem vormen. Bij zo’n luxatie van het AC-gewricht blijft de schouderfunctie volledig intact. De patiënt die vorig jaar zijn AC-gewricht blesseerde kon zonder problemen weer fietsen, hij heeft geen last van zijn schouder. Wel heeft hij nu klachten van de omringende spieren omdat de verhoudingen rond die schouder zijn veranderd. De spieren worden op een andere manier belast en er kunnen spanningen in die spieren ontstaan.
Andere problemen die aan het AC-gewricht kunnen ontstaan zijn slijtage en kneuzingen. Waar de val bij een wielrenner vaak een heel forse is, is die bij b.v een judoka veel minder zwaar. Maar deze vallen kun wel degelijk bij verkeerd terecht komen ook pijnklachten geven over het AC-gewricht. Er scheuren dan geen bandjes, maar de gewrichtsuiteinden slaan tegen elkaar, met als gevolg een kneuzing van het gewricht. Als dit vaak gebeurt zal dit kunnen leiden tot vroegtijdige slijtage van het gewricht.
Zo’n klein gewrichtje kan veel irritatie en pijn geven, vooral in zijligging. Een lokale injectie in het gewricht helpt vaak; bij hardnekkige klachten zal gedacht moeten worden aan een operatie.
Bovenstaande overwegende komt bij mij de vraag naar boven: als ik moest, wat zou ik dan kiezen, een harde of een zachte val?
Terug naar boven
Schouder uit de kom/ontwrichting
Het uit de kom schieten is serieuze en pijnlijke aangelegenheid en komt vaak door valpartijen op de schouder bij bijvoorbeeld judo. Er kan een beschadiging van een pees, spier of zenuw ontstaan en het gewrichtskapsel wordt opgerekt, waardoor chronische instabiliteit van de schouder kan ontstaan. Het is belangrijk de schouder zo snel mogelijk weer te laten zetten, meestal gebeurt dit in het ziekenhuis m.b.v. pijnbestrijding. Het is belangrijk dat er goed gekeken wordt naar de bloedvoorziening van je arm en de functie van de armzenuwen, omdat deze structuren zich dicht bij het beschadigde schoudergewricht bevinden.
Voorkómen van schouderontwrichtingen
Schouderontwrichtingen worden meestal door vallen of door een draai-hefbeweging veroorzaakt. Vooral werpbewegingen, of het naar achter gooien van je bovenarm zijn berucht. Een verbetering van gooitechniek en beperkingen in bewegingen kan de kans op dit soort letsels verminderen. Vooral een voorzichtige opbouw van je schouderspierkracht (rotatoren) is belangrijk (zie oefeningen schouderspieren).
Wanneer je schouder herhaaldelijk uit de kom raakt, vermindert de pijn bij de ontwrichting en wordt het gemakkelijker de bovenarm weer in de schouderkom te krijgen. Een lange rustperiode na een herhaalde ontwrichting heeft geen zin meer. Je kunt beter de bewegingen die tot de ontwrichting leiden voorkomen, of je schouder laten opereren. Deze operatie versterkt het kapsel, maar geeft vaak wel enige beperking in de eindbewegingen van de schouder (heffen, naar achteren bewegen en naar buiten draaien van de bovenarm). Ook na deze operatie heb je tijd nodig voor de genezing en de opbouw van de kracht en beweeglijkheid van je schouder.
Terug naar boven
Chronisch spier/peesletsel en ontstekingen
Chronisch spier/pees letsel is het meestvoorkomende schouderletsel door sport. Het onstaat voornamelijk door het veelvuldig maken van een bovenhandse beweging. Racketsporten en werpsporten worden hier veel mee geassocieerd, maar ook zwemmers kampen veel met schouderblessures, met name bij de onderdelen vrije slag en vlinderslag. Een schouderontsteking kan ook nog wel eens ontstaan als je op je arm valt. Als het kapsel en de banden van je schoudergewricht opgerekt worden, kan een instabiele schouder ontstaan, met als mogelijk gevolg een schouderpeesontsteking. Met name voor keepers is dit een mogelijk scenario.
De bovendoorn spier (supraspinatus) is met name de spier die de arm opheft en draait. Deze spier raakt bij deze regelmatig terugkerende bewegingen snel geïrriteerd. Omdat de bovendoorn spier echter door de vorm van het schoudergewricht niet veel ruimte heeft, zal deze klem komen te zitten. Kenmerkend voor deze blessure is een pijnlijk traject tijdens het heffen. Deze klachten zijn vaak hardnekkig, omdat de pijnlijke spier in het dagelijks gebruik steeds weer geïrriteerd wordt. Daarom is het zeker nodig om tijdelijk de sportactiviteiten te staken en ook de irriterende bewegingen (zoals boven het hoofd werken) zoveel mogelijk te vermijden. Naast het nemen van rust kan ook de fysiotherapeut oefeningen doen of een aantal technieken toepassen om de klachten te verhelpen. In een enkel geval is het nodig om een ontstekingsremmende injectie toe te dienen in de schouder.
Peesontstekingpijn delen we in naar toenemende ernst:
Fase 1: Alleen pijn na het sporten.
Fase 2: Ook pijn als je begint met sporten.
Fase 3: Ook pijn tijdens het sporten.
Fase 4: Zelfs pijn in rust.
Oorzaken
Een peesontsteking in je bovendoornspier (supraspinatus) ontstaat als gevolg van bovenhandse bewegingen, zoals borstcrawl en smashen bij racketsporten en volleybal.
De pees van deze spier wordt gemangeld tussen het schouderblad en de kop van de bovenarm, waardoor hij dikker wordt. Hierdoor neemt de ruimte voor de pees nog verder af, en ontstaat vooral bij zijdelingse hefbewegingen pijn en onmacht om deze bewegingen uit te kunnen voeren. Het begin van de hefbeweging is nog wel mogelijk, omdat dit door de monnikskapspier (deltoideus) wordt gedaan.
Op oudere leeftijd komt deze peesontsteking vaker voor omdat door de veroudering en het gebruik de pees slechter van kwaliteit wordt. Een matige slagtechniek of juist intensiever trainen en met meer kracht slaan, maken de kans op een peesontsteking groter.
Ook ontstekingen van de bicepspees, aan de voorzijde van je schoudergewricht of de infraspinatuspees, aan de achterzijde van de bovenarmkop komen bij sporters voor. Overbelasting van deze spieren, door smashen en werpen, zijn ook hierbij de oorzaak van de ontstekingsreactie van de pezen.
Voorkómen
• Goede slagtechniek, goede conditie en een rustige opbouw van de trainingsintensiteit zijn belangrijk om nieuwe klachten te voorkomen.
• Ook is het belangrijk om een warming up voor de training of wedstrijd en een cooling down na de training of wedstrijd te doen. Kijk op www.voorkomblessures.nl voor een goede warming up.
• Ook als je geen blessure hebt, is het soms prettig om bepaalde spieren of spiergroepen te versterken. In een trainingsprogramma met als einddoel de spieren te versterken, mag de belasting tijdens de oefeningen hoger zijn dan wanneer je een herstelprogramma doet.
Terug naar boven
Slijmbeursirritatie
Er zijn veel sporters, die een ontsteking oplopen door het inklemmen van de slijmbeurs onder het afdakje (acromion) van het schouderblad en de kop van de schouder; soms na een val, soms na statische belastingen (computer) en bij sporters tussen de 20 en 50 jaar vaak door een te ruime beweeglijkheid van het schoudergewricht met onvoldoende schoudercontrole.
De inklemming van de slijmbeurs vindt plaats door het 'rijden' van de schouderkop tegen het afdakje door een te grote niet gecontroleerde speling in het gewricht. Pijnstillers en injecties zijn soms een verademing voor de pijn of om weer te kunnen slapen. Oplossen van de oorzaak is echter het stabiliseren van de schouder door gerichte oefentherapie. In sommige gevallen zal de behandelaar zelfs vanaf de basis moeten beginnen.
Terug naar boven
Preventie
Bij zwemmen, racket-, gooi-, en slagsporten is een schouder warming-up met bijvoorbeeld een klein gewichtje of een oefenelastiek een goede preventieve maatregel om blessureleed te voorkomen.
Terug naar boven
Oefeningen
1. De bovendoornspier
Ga rechtop staan of ga op een kruk zitten. Draai je arm aan de kant van de geblesseerde schouder zo naar binnen dat je handrug naar je lichaam is toegedraaid (maximale endorotatie). Leg je arm achter je rug, zodat de bovenzijde van je onderarm dwars tegen de rug aanligt. Pak met de hand van je gezonde arm de geblesseerde arm vast onder de elleboog en trek de geblesseerde kant achter je rug naar de gezonde kant toe (adductie). Zie ook de afbeelding hieronder.

2. Mobilisatie gewricht
Buig voorover zodat de arm van je geblesseerde schouder verticaal hangt. Zoek met de andere arm steun op een tafel; beweeg vanuit de schouder soepel, langzaam en binnen de pijngrens met de gestrekte geblesseerde arm naar voren en achteren tot maximaal horizontaal; daarna voorzichtig met de gestrekt afhangende arm ontspannen cirkeltjes draaien vanuit de schouder, zowel links- als rechtsom. Zie ook de afbeelding hieronder.

3. Mobilisatie van je schoudergordel
Ga in een lichte spreidstand staan. Je armen hangen langs je lichaam. Maak (binnen de pijngrens) met één of met beide schouders tegelijk een zo groot mogelijke draaibeweging naar achteren en naar voren, zoals op de tekening.

4. Mobilisatie en coördinatie van je schoudergordel
Ga op een kruk zitten en leg je handen op je schouders. Draai met je ellebogen eerst kleine en vervolgens steeds groter wordende cirkels, voor- en achteruit. Voer de oefening langzaam en precies uit. Zie ook de afbeelding hieronder.

5. Mobilisatie van je schoudergordel
Deze mag alleen als de schouderfuncties in alle richtingen pijnvrij zijn. Ga in lichte spreidstand staan of op een kruk zitten. Leg de handrug van je linkerhand zo hoog mogelijk op je rug (endorotatie). Houd met je linkerhand de onderkant van een stok vast en breng de handpalm van je rechterhand achter je hoofd (exorotatie). Houd de stok met je rechterhand zo laag mogelijk vast. Probeer de stok met een zaagbeweging zo ver mogelijk langs je ruggengraat heen en weer te bewegen. Na 10x, handen wisselen. Zie ook de afbeelding hieronder.

6. Versterken van je bovendoornspier
Ook deze mag alleen als de schouderfuncties in alle richtingen pijnvrij zijn. Ga in een lichte spreidstand staan. Je armen hangen langs je lichaam en de duimen van je handen wijzen naar je benen (endorotatie). Breng je armen zijwaarts omhoog tot horizontaal, terwijl je duimen naar beneden blijven wijzen. Je armen mogen iets naar voren wijzen (30 graden anteflexie). Laat je armen na 6 seconden weer zakken tot de uitgangspositie. Zie ook de afbeelding hieronder.
Variatietip: hef je armen een klein stukje. Draai ze daarna zo, dat je duimen naar boven en je handpalmen naar voren wijzen (exorotatie). Til je armen verder opzij op tot horizontaal. Laat je armen na 6 seconden weer zakken tot de uitgangspositie.

7. Oefenen van je coördinatie en het versterken van je bovendoornspier
Ook deze mag alleen als de schouderfuncties in alle richtingen pijnvrij zijn. Ga rechtop staan in een lichte spreidstand. Houd je bovenarmen losjes tegen en je onderarmen ongeveer horizontaal voor je lichaam. Neem een tennisbal in één hand, breng de arm met de bal boven je hoofd en pak de bal daar over in de andere hand. Breng de hand met de bal achterlangs naar beneden en pak met je andere hand de bal over. Vanaf dit punt kun je de oefening herhalen. Laat de bal na 10x de andere kant op gaan. Zie ook de afbeelding hieronder.

Terug naar boven