Onderbeen

Introductie onderbeen

Het onderbeen bestaat uit 2 botten, het scheenbeen en het kuitbeen. Bij plotselinge langdurige overbelasting van de benen, bijvoorbeeld bij beginnende hardlopers, kan een vermoeidheidsfractuur of een stressfractuur ontstaan van het scheenbeen. Een breuk van de botten van het onderbeen kan natuurlijk ook door een ongeval tijdens het sporten ontstaan.
Overbelasting van het onderbeen kan een irritatie geven van de binnenzijde van het scheenbeen en de spieren die daar aanhechten, dit wordt ook wel ‘shin splints’ genoemd.

De spieren van het onderbeen zijn door bindweefselschotten in een aantal compartimenten verdeeld. Een blessure van een van deze spieren welke gepaard gaat met zwelling kan dus ook druk uitoefenen op andere spieren van hetzelfde compartiment. Soms kan deze druk zelfs zo hoog oplopen dat het bindweefselschot door een chirurg moet worden gekliefd om de druk op te heffen.

De achillespees kan overbelast raken, maar ook andere pezen kunnen in hun peesloge overbelastingsverschijnselen vertonen.

Wat is het Logesyndroom?

Een blessure die heel geleidelijk ontstaat, maar voor veel ongerief zorgt is het chronische logesyndroom van het onderbeen. Deze blessure komt vooral voor bij schaatsers en skeeleraars. Het betreft een pijn aan de voorzijde van het onderbeen, meer aan de buitenzijde, welke meestal pas ontstaat na enige tijd schaatsen/skeeleren of intensiever schaatsen/skeeleren. Door de irritatie kan de coördinatie verminderen met daardoor meer kans op valpartijen. De pijn kan in verschillende gradaties aanwezig zijn; van heel lichte klachten (als een soort spierpijn) tot verlammende kramp. In de heviger gevallen is doorsporten onmogelijk. Het opvallende van deze blessure is dat de pijn (redelijk) snel verdwijnt na het stoppen. Na het hervatten komen de klachten snel weer terug. Vaak worden de klachten minder na enige training, in de minderheid van de gevallen verergeren de klachten.

De pijn wordt veroorzaakt doordat de spierfascie (omhulsel van de spier) te strak is voor de spier. Als een spier intensiever wordt gebruikt zoals de scheenbeenspier bij schaatsen (om goed evenwicht te kunnen bewaren) dan gaat er meer bloed naar de spier waardoor deze opzwelt. Doordat de fascie te strak zit kan de spier onvoldoende opzwellen en ontstaat er een tekort aan bloed en dus zuurstof in de spier. Dit geeft dan de pijnlijke sensatie. In bijna elke spier kan een dergelijk probleem zich voordoen, maar het meest wordt de klacht toch gezien in het onderbeen, soms in de onderarmen.
Bij ongevallen kan er een bloeding ontstaan in de spier waardoor de druk in spier (te) hoog wordt: er kan helemaal geen bloed meer de spier in. In dergelijke acute situaties moet direct operatief ingegrepen worden, anders sterft het spierweefsel. In het geval van de chronische logesyndroom is meestal geen operatie nodig. Middels oefeningen (rekkings- en spierversterkende oefeningen) eventueel aangevuld met massage kan de sporter met een aangepast trainingsprogramma veelal na enige weken weer voluit trainen. Uiteraard dienen achterliggende oorzaken als b.v. standsafwijkingen en verkeerde techniek meegenomen te worden in de behandeling en het voorkomen van de klachten.

Wat is een Zweepslag?

“Au, welke …. slaat er tegen mijn kuit?” De tennisser draait zich om, maar ziet in geen velde of wegen iemand die daar voor verantwoordelijk zou kunnen zijn. Vervolgens wordt de kuit onderzocht en gevoeld waar de pijn vandaan komt; er is niet veel te ontdekken, maar het aanzetten lukt niet meer en vanwege de pijn moet de tennisser stoppen.

Dit is het klassieke scenario van de zweepslag, coup de fouet, ook tennisbeen genoemd. De oorzaak van de pijn is een spierscheuring in een (of meer) van de kuitspieren. Een dergelijke spierscheuring wordt ook wel gezien in het bovenbeen (zowel aan de voorzijde de quadricepsspier als aan de achterzijde de hamstrings), als ook in de biceps van de bovenarm.

Er is dus een acuut moment waarbij er een scheuring van de spier optreedt; dat kan (bijna) de hele spier zijn, maar kunnen ook enkele vezels zijn, onderdelen waaruit de hele spier is opgebouwd. Vaak is de scheur ter hoogte van de spierpeesovergang aan de binnenzijde van de kuit. Er bestaat vervolgens een onvermogen om op de tenen te kunnen lopen of slechts met veel pijn: de sporter strompelt van de baan af. Er kan een bloeduitstorting zichtbaar worden, en bij grotere scheuringen is een “deuk” in de kuit voelbaar.

Het advies is om direct met ijs te koelen en om daarna een drukverband aan te leggen, vervolgens het been hoog leggen (dat is hoger dan het niveau van de heup). Bij grotere spierscheuren is het raadzaam om de kuit te bandageren en te tapen, en ter ontlasting van de spier een hakverhoging onder het aangedane been te plaatsen. In zeldzame gevallen zal operatief ingrijpen noodzakelijk zijn. Om de schade goed in beeld te brengen kan een echo van de kuit worden gemaakt.

Een duidelijk onderscheid dient gemaakt te worden met een achillespeesruptuur: er bestaat dan een volledig onvermogen op de tenen te lopen. Operatief ingrijpen dan wel gipsbehandeling is bij een gescheurde achillespees onvermijdelijk.

De oorzaak van een zweepslag ligt meestal in een onvoldoende voorbereiding van de sporter: een slechte warming-up, onvoldoende getraindheid, oververmoeidheid, etc. Dit in combinatie met een heftige kracht op de betreffende kuitspier.

Tijdelijke vermindering van de belasting en specifieke oefeningen als rekkingsoefeningen en spierversterkende oefeningen vormen de basis van het herstel. Te vroeg beginnen na een spierkwetsuur rolt je vaak in een volgende (kuit)blessure. Op het moment dat de pijn is verdwenen, is de blessure nog niet over! De belastbaarheid van het aangedane weefsel, in dit geval de spier, is afgenomen door de blessure. Er moet eerst getraind worden om de spier op het oude niveau te brengen. Een revalidatie van enkele weken is zeker geboden: liever een week later begonnen, dan een dag te vroeg!

Wat te doen bij Scheenbeenirritatie?

Scheenbeenirritatie (of “shin-splints", “beenvliesontsteking”, “springschenen” of “tibiaal stress syndroom”) is een veel voorkomende overbelastingsblessure. Het is een irritatie van de botvlies-peesovergang van de voetbuigspieren die zich kenmerkt door pijn en stijfheid. De pijn is te voelen aan de binnenkant van het onderbeen op de achterrand van het scheenbeen.

De pijnklachten kunnen worden ingedeeld in 5 stadia:

  1. Lichte pijn en stijfheid na sportbelasting.
  2. Startpijn bij sportbelasting, verdwijnt tijdens de warming-up. Na het sporten keren pijn en stijfheid weer terug en blijven langer aanwezig. Ook de volgende ochtend nog last van stijfheid.
  3. Pijn tijdens de sportbelasting, maar ook erna en 's nachts. Pas na langdurige rust verdwijnt de pijn.
  4. Dezelfde pijn als in stadium 3, de pijn heeft in dit stadium een negatieve invloed op de prestatie.
  5. Continue pijn. De pijn verdwijnt niet, ook niet na langdurige rust.

Scheenbeenirritatie gaat vaak samen met een zwelling die een 'putje' achterlaat in de huid als je er een paar tellen op duwt.

Oorzaken
Scheenbeenirritatie wordt veroorzaakt door een overbelasting van de buigspieren van voet en tenen. Deze spieren spelen een belangrijke rol bij de balans van het lichaam op de voeten. De overbelasting wordt meestal veroorzaakt door een aantal factoren tegelijk:

  • In een korte tijd te veel, te vaak en te snel lopen en springen. Oppassen dus aan het begin van het seizoen of na een blessureperiode. Bouw de intensiteit van de sportinspanning rustig op.
  • Lopen op een hard kunstgrasveld in combinatie met slecht schokabsorberend en ondersteunend schoeisel.
  • Aanleg, bijvoorbeeld beenlengteverschil, (kleine) standafwijkingen van de voeten (knikplatvoeten, holvoeten). Gelukkig kunnen deze vaak gecorrigeerd worden door goede schoenen en/of inlegzolen.
  • Een onevenwichtige spieropbouw, disbalans tussen de buig- en de strekspieren van de voet.
  • Spierverkortingen, vooral van de kuitspieren.

Preventieve maatregelen

  • Een goede getraindheid en een uitgebreide warming-up verkleinen de kans op scheenbeenirritatie. Je bereidt je spieren en de rest van je lichaam voor op wat er gaat komen. Wil je weten hoe een goede warming-up eruit ziet, kijk dan op www.voorkomblessures.nl voor voorbeeld oefeningen van een warming-up. Je sluit het sporten vanzelfsprekend af met een cooling-down.
  • Geschikte sportschoenen verkleinen de kans op scheenbeenirritatie. Wil je weten waar je op moet letten bij de aanschaf van sportschoenen? Kijk dan ook op www.voorkomblessures.nl.
  • Soms heeft je lichaam bepaalde tekortkomingen (denk aan beenlengteverschil) die een blessure kunnen veroorzaken. Zorg dat je tijdig deze tekortkomingen corrigeert, dan bespaar je jezelf onnodig leed.
Share deze pagina: