Milieu en sport

Het milieu is onlosmakelijk verbonden met alle facetten van de maatschappij. Iedereen krijgt ermee te maken. Zowel bedrijven en industrieën als particulieren hebben te maken met milieu of worden ermee geconfronteerd via bijvoorbeeld de media. Denk maar aan gescheiden afval, milieuvriendelijke producten, milieuheffingen, geluidsoverlast, katalysatoren in auto's, loodvrije benzine, milieurampen op televisie, enzovoort.

Ook de sport kan tegenwoordig niet meer los gezien worden van het milieu. Sporters kunnen tijdens sportbeoefening te maken krijgen met milieuverontreinigingen die hun gezondheid in gevaar kunnen brengen. Denk bijvoorbeeld aan smog bij een marathon, waterverontreiniging bij triatlon, te veel chloor in zwembaden en lawaai bij schiet- en motorsport dat het gehoor kan aantasten. Regelmatig wordt er onderzoek gedaan naar de gevolgen van milieuverontreiniging voor de gezondheid van sporters.

Andersom kan de sport ook het milieu beïnvloeden. Zo kan men denken aan bodemverontreiniging door loden kogels bij schietsporten en lood van sportvissers, geluidsoverlast bij motorsporten en (buiten)sportaccommodaties, verstoring van de natuur door ATB-fietsen, motorcrossen, skiën en snelvaren of aantasting van natuurwaarden door de aanleg van golfterreinen en skipistes. Gelukkig wordt er ook voorlichting gegeven door sportbonden, -federaties, -verenigingen en in sportbladen om het milieubewustzijn van de sporter te vergroten. Er zijn richtlijnen gemaakt ten aanzien van het milieu bij bijvoorbeeld motorsporten en er worden afspraken gemaakt tussen sporters en beheerders van natuurgebieden over bijvoorbeeld ATB-parcoursen. Daarnaast hebben sportverenigingen ook te maken met algemene milieuregels (bijv. de ecotax). Dit alles om het milieu te ontzien. Sport en milieu hebben dus veel met elkaar te maken. De sport is gediend met een schoon milieu en het milieu met een schone sportbeoefening.

Hier wordt besproken wat de (schadelijke) gevolgen kunnen zijn van sport op het milieu. Negatieve beïnvloeding van het milieu door sport kan op allerlei manieren plaatsvinden: verstoring en aantasting van de natuur door sporten in de vrije natuur, geluidshinder door motor- en schietsporten en geluids- en lichthinder van sportcomplexen en vervuiling door lood van bodem en water door kleiduifschieten en sportvissers. 
Verder kunnen de natuur en het milieu aangetast worden door grote complexen, zoals golfbanen en skipistes en verkeer dat naar grote sportevenementen gaat. Tevens zal aan bod komen in hoeverre er bij sport(evenementen) rekening wordt gehouden met het milieu.

Natuurverstoring door sport
Verstoring of aantasting van de natuur door sport in en nabij de vrije natuur kan ontstaan door onder meer geluid, vernieling en aanwezigheid. 

De directe nadelen van natuursportbeoefening voor het milieu kunnen als volgt worden samengevat:

  • bodembetreding met verdichting en/of erosie van de bodem met schadelijke gevolgen voor fauna en flora en een verlies aan natuurwaarde;
  • rustverstoring met nadelige gevolgen voor de fauna;
  • vervuiling met kwaliteitsverlies voor de omgeving;
  • inbeslagname van ruimte door infrastructuur en accommodatie met als gevolg een afname van de oppervlakte en een toename van de toegankelijkheid van natuurregio's.

De toenemende populariteit van natuursporten heeft ook een aantal indirecte nadelige gevolgen voor het leefmilieu zoals:

  • toegenomen concentraties van recreanten op dezelfde tijd en plaats, met als gevolg een verhoogde druk op de omgeving;
  • toegenomen energieverbruik en vervuiling door transport van recreanten en toelevering van goederen en diensten ten behoeve van de recreant;
  • disharmonie tussen recreanten en lokale bevolking en tussen verschillende typen recreanten onderling.

Bij de belangrijkste geluidproducerende recreatievormen en sporten kan men onderscheid maken tussen gemotoriseerde en niet-gemotoriseerde vormen. De gemotoriseerde vormen zijn:

  • autosport (autorensport, rallysport, rallycross, autocross, karting, oval- en speedwaysport, terreinsport, oriënterings- en puzzelritten)
  • motorsport (motorcross, wegraces, bromfietsraces, terreincross, speedway, ijsraces, grasbaanraces,
  • trials, sprint, enduro, toerritten, oriënterings- en puzzelritten);
  • snelle watersport (varen met snelle motorkruisers, snelle sportvisboten, snelle sportboten, waterscooters, raceboten; waterskiën);
  • luchtsport (ULV-vliegen, sportvliegen en modelvliegen);
  • recreatief verkeer (met de auto, motor of bromfiets, ook naar sportevenementen);
  • recreatie(toer)vaart met (kajuit)motorboten.

De niet-gemotoriseerde vormen zijn:

  • schietsport (o.a. kleiduifschieten);
  • ballonvaren;
  • grote evenementen (bezoek van wedstrijden en dergelijke);
  • hondentraining.

Door indirecte effecten kan ook de flora beïnvloed worden. De effecten van geluid op de natuur zullen echter met name effecten op de fauna zijn. Veel diersoorten zijn afhankelijk van een rustige omgeving, bijvoorbeeld vogels in het broedseizoen. Bij elke diersoort ligt de gevoeligheid door verstoring van geluid anders. Zo kan het zijn dat vogels of wild zich niet storen aan motor- of schietgeluid maar dat ze voor een brekend takje vluchten. Ook kan er gewenning optreden bij sommige diersoorten, maar er zullen ook diersoorten zijn die een bepaald gebied gaan mijden vanwege geluid of de aanwezigheid van de mens. 
Het is dus niet zozeer de omvang van het geluid dat de oorzaak van verstoring is maar de context waarin deze wordt geplaatst, als het wordt geassocieerd met onraad. 
Een ander effect dat zich met name bij ULV-vliegen zou kunnen voordoen is het zogenaamde silhouet- of roofvogel effect van een vliegtuig waardoor vogels en wild opschrikken. Uit buitenlands onderzoek blijkt dat roofvogels niet of nauwelijks door zweefvliegtuigen worden gestoord en dat marmotten en gemzen zich nauwelijks storen aan passerende deltavliegers respectievelijk parasailing. Sterker nog, het blijkt dat roofvogels (zoals buizerds) naar de zweefvliegtuigen en deltavliegers toe gaan, omdat daarbij vaak een thermiekbel zit waarop ze omhoog kunnen zweven. 
Naast geluidshinder vinden er vaak ook andere vormen van verstoring of aantasting plaats. Zo zorgt snelle watersport niet alleen voor verstoring door geluid maar ook voor verstoring door golfslag, oeverafslag, vernieling van waterplanten en vertroebeling van het water. Ook kan door bodembetreding erosie ontstaan door vernieling van flora. 
Andere sporten die regelmatig in verband worden gebracht met verstoring en vernieling van paden en (water- en oever-)planten, naast auto- en motorsport, zijn:

  • ATB of mountainbike;
  • paardrijden;
  • wildwatervaren (kajakken, kanoën en raften);
  • wintersport;
  • kletteren;
  • duiken.

Duiken wordt hier ook genoemd, omdat gebleken is dat op plaatsen waar veel gedoken wordt vernieling van koraalriffen plaatsvindt. Met name de auto- en motorsport, ATB of mountainbike, paardrijden en in mindere mate kajakken of kanoën spelen een rol bij verstoring of aantasting van de natuur in Nederland. Voor bijna al deze takken van sport zijn tegenwoordig terreinen, parcoursen en snelvaarzones aangelegd waardoor de natuur en recreanten nauwelijks of niet gehinderd of gestoord worden. Het grootste probleem bij de verstoring en vernieling van de natuur zijn illegale activiteiten van met name motoren, snelle watersport en mountainbikes en niet de georganiseerde vormen op de daartoe bestemde terreinen en parcoursen. De andere genoemde takken van sport zoals wildwatervaren, kletteren, bergbeklimmen, parasailen, deltavliegen en wintersport komen in Nederland nauwelijks of niet voor.

terug naar boven

Golfterreinen
Bij de aanleg van golfbanen is het nog maar de vraag of men kan spreken van aantasting van de natuur en het milieu dan wel van een verrijking van de natuur en het milieu. De golfsport botst steeds vaker met milieubelangen. Veel belangengroepen voor natuur en milieu zien de aanleg van golfbanen als bedreiging voor de natuur, met name het oppervlakteverlies door de aanleg van de banen. Omdat het om grote oppervlakken gaat, is het in het drukbevolkte Nederland moeilijk om een geschikte plaats te vinden waarbij men geen natuur(gebieden) aantast. Vanwege het ruime karakter moet er dan ook een milieu-effectrapportage (MER) worden gemaakt, die getoetst wordt door de overheid, alvorens men overgaat tot de aanleg van een golfterrein.

Tegenwoordig kunnen eigenlijk alleen nog maar aan de rand van stedelijke gebieden golfterreinen worden aangelegd. De golfterreinen dienen dan als buffer tussen het stedelijke en landelijke gebied en kunnen dus zelfs een landschappelijke waarde krijgen. Toch probeert men bij de aanleg van golfbanen (buiten een stedelijk gebied) zoveel mogelijk rekening te houden met de handhaving van de natuurwaarde in een gebied. Een aantal golfterreinen wordt op oude vuilstortplaatsen gebouwd, waardoor ze juist een landschappelijke waarde kunnen krijgen.. Een nadeel hiervan is dat er verontreiniging in de grond kan zitten die een gevaar zou kunnen opleveren voor de volksgezondheid met als gevolg dat de grond gesaneerd moet worden. 
Het is dus van belang dat men bij de aanleg van een golfterrein, maar ook van andere sportterreinen, van tevoren weet dat de grond, waarop men gaat bouwen, niet vervuild is. Dit voorkomt problemen en rompslomp achteraf.

terug naar boven

Wintersport
Bij wintersport komen naast verstoring en aantasting van de natuur door te (heli)skiën, snowboarden en langlaufen op niet afgebakende pistes ook nog andere vormen van milieubelasting voor. Door het steeds groter wordend aantal wintersporters is ook het aantal skigebieden toegenomen ten koste van het bergmilieu. Voor de aanleg van skihellingen worden grote oppervlakken bos gekapt. 

De hellingshoek wordt aangepast met behulp van bulldozers en dynamiet en er worden skiliften, uitgestrekte parkeerplaatsen, hotelcomplexen, appartementen en vakantiehuisjes aangelegd. De nieuwe ontwikkeling van skigebieden en de bouw van skiliften wordt, tegenwoordig in de Alpen niet meer toegestaan. Op plaatsen waar veel geskied wordt verijst de sneeuw waardoor de vegetatie eronder verstikt en verslechtert en door de korte groei- en bloeiperiode kan de vegetatie zich nauwelijks herstellen. Het gevolg hiervan is erosie en meer kans op lawines en grondverschuivingen. Om erosie tegen te gaan wordt er in de zomermaanden gezorgd voor herbegroeiing van de pistes. 
Een vorm van wintersport die veel onrust baart bij natuurbeschermers is het heliskiën: hierbij wordt een skiër door middel van een helikopter op een helling afgezet. De vluchten verstoren de rustgebieden en skiërs worden op hellingen afgezet waar normaal nooit iemand komt, wat de flora en fauna kan aantasten of verstoren. In de meeste wintersportgebieden (behalve in Frankrijk) is heliskiën al verboden of aan banden gelegd door strenge regels. 
Door de grote stroom toeristen tijdens de wintersport, die voornamelijk met de auto komen is er een enorme verkeersdrukte in de Alpen. Deze grote verkeersdrukte heeft onder andere als gevolg dat er grote parkeergelegenheden worden gemaakt ten koste van het Alpenmilieu en dat er veelluchtverontreiniging is (zure regen), iets waar het Alpengebied uiterst gevoelig voor is. Het zou beter zijn als toeristen meer met de bus of trein zouden reizen. 
Omdat er op skipistes vaak niet genoeg sneeuw ligt, wordt er soms gebruikgemaakt van sneeuwkanonnen. Een sneeuwkanon zet bij temperaturen rond het vriespunt water onder hoge druk om in sneeuwkristallen, die op de skipistes worden gespoten. Het grootste probleem is het energieverbruik van een sneeuwkanon. Een groot sneeuwkanon verbruikt in een halve nacht evenveel energie als een gemiddeld vierpersoonshuishouden in een heel jaar.

Het is van belang dat mensen die veel in de natuur sporten er rekening mee houden dat ze niet van de voor hen bestemde routes of gebieden afwijken, dat ze zich aan (eventuele) gedragscodes houden, dat ze geen vuilnis of andere milieuvervuilende stoffen achterlaten en dat ze zoveel mogelijk met het openbaar vervoer of andere milieuvriendelijke vervoermiddelen verplaatsen.

terug naar boven

Hinder kan ontstaan door een aantal factoren. Een van de bekendste is geluidshinder. Geluidshinder is een gevoel van afkeer, boosheid, onbehagen, onvoldaanheid of gekwetstheid, dat optreedt wanneer geluid iemands gedachten, gevoelens of activiteiten beïnvloedt. De mate waarin een gegeven geluid hinder kan veroorzaken hangt af van een aantal factoren:

  • de sterkte van het geluid (dB)
  • de gehoorgevoeligheid van het individu voor toonhoogten waaruit het geluid bestaat;
  • de structuur (combinatie van toonhoogte, toonsterkte en tijdsduur) van het geluid;
  • de associaties die het geluid oproept (negatieve of positieve ervaring van het geluid);
  • de aanwezigheid van andere geluiden (achtergrondgeluid);
  • het moment (de tijd) waarop het geluid aanwezig is.

Bij verdergaande aanscherping van het natuur- en milieubeleid kan een groot aantallocaties in de problemen komen. Dit kan als gevolg hebben dat de illegale activiteiten toenemen en daardoor ook de hinder en verstoring. 
Niet alleen de motorsporten zorgen voor geluidshinder. Ook omwonenden van voetbal-, hockey- en tenniscomplexen ondervinden vaak geluidhinder en ook lichthinder van lichtmasten. Veel buitensportaccommodaties liggen aan de rand van of buiten de bebouwde kom. Maar omdat veel steden en dorpen hun woongebied uitbreiden, dreigen veel van deze accommodaties ingesloten te worden door bebouwing. Hierdoor neemt de hinder door buitensporten steeds meer toe, waardoor verplaatsing of sluiting van sportterreinen dreigt. Een andere vorm van hinder is lichthinder. Volgens de Wet milieubeheer mag een sportaccommodatie geen geluids-, maar ook geen lichthinder veroorzaken.

terug naar boven

Zonnestraling
Zonlicht is goed voor de mens en is zelfs een levensvoorwaarde, maar te veel zonlicht kan schadelijk zijn. De schadelijkheid van het zonlicht voor de mens wordt veroorzaakt door de ultraviolette straling (UV-straling). UV-straling kan worden onderverdeeld in UV-A- en UV-B- en UV-C-straling. UV-C-straling is gevaarlijk, maar gelukkig wordt deze grotendeels door de dampkring (de ozonlaag) tegengehouden. 

UV-B-straling is daarna de gevaarlijkste en kan in te hoge doseringen zonnebrand en andere schade veroorzaken. UV-A straling wordt door de atmosfeer het meest doorgelaten en is het minst schadelijk voor de mens (deze straling veroorzaakt vooral veroudering van de huid). 
Behalve een 'verbrande' huid kan zonnebrand de volgende schadelijke gezondheidseffecten veroorzaken:

  • huidveroudering;
  • huidkanker;
  • sneeuwblindheid;
  • vertroebeling van de ooglens (cataract of staar);
  • schadelijke effecten op het immuunsysteem (verminderde activiteit van T cellen) waardoor er
  • vermindering optreedt van de afweer tegen infectieziekten.

Naast de hoogte van de dosis UV-straling spelen de dikte van de ozonlaag, de plaats op aarde (hoe dichter bij de evenaar en hoe hoger, des te sterker is de zon), het seizoen, het tijdstip op de dag, de weersgesteldheid (bewolkt, onbewolkt) en het huidtype een rol. 
Doordat de ozonlaag (de laag die veel schadelijke UV-straling wegfiltert, zodat die de aarde niet bereikt) in de atmosfeer dunner wordt, neemt het risico van de schadelijke gevolgen door zonnestraling nog eens toe. Volgens schattingen zal een afname van één procent van de ozonlaag leiden tot een toename van ongeveer twee procent UV-straling op aarde. 's Winters is het ozongat op het noordelijk halfrond het grootst en 's zomers het kleinst. 's Zomers hoeft men dus minder rekening te houden met het ozongat in Nederland, al is het geen te verwaarlozen factor. Het huidtype speelt voornamelijk een rol bij het krijgen van zonnebrand en huidkanker. Hoe lichter de huidkleur hoe groter de kans op zonnebrand en hoe groter het risico om huidkanker te krijgen. Dat wil echter niet zeggen dat zonnestraling slecht is en dat men helemaal niet meer van de zon mag genieten, maar het is toch verstandig om er rekening mee te houden. Ook sporters moeten er rekening mee houden, met name sporters die langdurig in de buitenlucht verblijven zoals zeilers, wielrenners, windsurfers en roeiers. 
Naast zonnebrand en koorts met napijn veroorzaakt de zon, in combinatie met inspanning, temperatuurverhoging van de huid wat een extra belasting voor het lichaam is. Warmtestuwing en een grotere belasting van het hart- en vaatsysteem zijn het gevolg. Vooral kinderen en ouderen vormen een risicogroep, omdat de warmteregulatie bij hen minder is dan bij (jong)volwassenen. Als men 's zomers veel buiten sport, kan men zich het best tegen de zon beschermen door kleding, hoofd bescherming, zonnebril en goede zonnebrandcrème (het liefst waterproof). Wat zonnebrandcrème betreft wordt aangeraden om in Nederland factor 10 tot 12 te gebruiken. Kleding heeft de voorkeur boven zonnebrandcrème. 's Zomers staat de zon het hoogst tussen 12 en 3 uur en is er meer UV-straling. Het is dus het beste om 's morgens of in de vooravond te sporten. 
's Winters moeten vooral wintersporters uitkijken met de zon, omdat men door de hoogte waar men verblijft en de weerkaatsing van UV-straling door de sneeuw, sneller verbrandt. 
Zij moeten zich dus ook extra beschermen tegen de zon. Verder moeten reizigers in gebieden dicht bij de evenaar of in Australië zitten er rekening mee houden dat de zonnestraling daar intensiever is dan in Nederland. Vooral in Australië is de zonnestraling zeer sterk, aangezien dit land dicht bij het gat in de ozonlaag ligt. Nergens ter wereld komt zoveel huidkanker voor als in Australië. Als gevolg van een grootscheepse voorlichtingscampagne is Australië in korte tijd veranderd in een natie van zonmijders.

terug naar boven

Geluid
Geluid is een veel voorkomende vorm van milieuverontreiniging. Iedereen heeft er wel eens mee te maken gehad, bijvoorbeeld geluidsoverlast van buren of verkeer. Sporters kunnen vaker met verkeerslast te maken hebben, omdat sportterreinen vaak als een soort buffer worden gebruikt tussen verkeersaders en woongebieden. De gevolgen van geluidsoverlast kunnen zowel fysisch (bijv. gehoorverlies) als psychisch (bijv. hinder met als gevolg stress) zijn. 

Bij de gevolgen van geluidsoverlast voor sporters moet men vooral aan fysische problemen denken en dan met name aan (tijdelijk) gehoorverlies. Sporten waarbij veel (langdurig) lawaai voorkomt zijn autosport, motorsport, motorvliegsport, motorbootsport, (indoor)schietsport, en sporten met harde muziek zoals aerobics. 
Niet alleen de sporters staan hieraan bloot maar ook scheidsrechters, trainers, monteurs, baancommissarissen, toeschouwers, enzovoort. 
Geluid kan op twee manieren gekarakteriseerd worden:

  • de frequentie, uitgedrukt in hertz (Hz). De frequentie meet de toonhoogte van geluid. Hoe groter de frequentie hoe hoger de toonhoogte;
  • de geluidssterkte of het geluiddrukniveau, uitgedrukt in decibel (dB). Het A-gewogen geluiddrukniveau (dB(A))duidt aan dat de gevoeligheid van het menselijk gehoor voor de frequentie in aanmerking is genomen.

Er kunnen twee soorten gehoorverlies optreden. Gehoorverlies door te hard geluid (dB) waarbij men beneden een bepaalde hoeveelheid decibel niets meer of slecht hoort en gehoorverlies door te veel blootstelling aan een bepaalde frequentie in combinatie met een hoge geluidssterkte. In het laatste geval wordt men 'frequentiedoof', dat wil zeggen dat men een bepaalde frequentie of toonhoogte niet meer hoort.

Sporters kunnen vooral te maken krijgen met gehoorverlies door een te hoge geluidssterkte; het kan echter zijn dat mensen die veel op een bepaalde soort luide muziek sporten, zoals bij high impact aerobics, last krijgen van 'frequentiedoofheid'. De eenvoudigste manier om gehoorverlies tegen te gaan is het dragen van (goede) oordopjes of gewoon de muziek zachter te zetten. Meer ingrijpende en dure manieren zijn bijvoorbeeld het aanbrengen van geluiddempend materiaal op motoren.

Luchtverontreiniging
Bij luchtverontreiniging moet onderscheid worden gemaakt tussen verontreiniging van de buitenlucht en verontreiniging van de binnenlucht (het binnenmilieu). Bij verontreiniging van de buitenlucht moet met name gedacht worden aan verbrandingsproducten van organisch en anorganisch materiaal, zoals stikstofoxide, kooldioxide en koolmonoxide, zwaveldioxide, roet en stof.

Verder kan luchtverontreiniging ontstaan door fotochemische reacties - met als voorbeeld ozon - en door allerlei chemische producten. Verontreiniging van de binnenlucht kan ontstaan door verbrandingsproducten (denk ook aan sigarettenrook), chemische producten (bijv. oplosmiddelen), producten van micro-organismen en emissies door bouwmaterialen.
De belangrijkste manier waarop luchtverontreiniging het lichaam kan binnenkomen is via de luchtwegen. Het lot van een verontreiniging in de luchtwegen is afhankelijk van de aard van de stof. Bepaalde stoffen, met name reactieve en/of wateroplossende stoffen en stofdeeltjes groter dan circa 4,5 µm, worden vooral in de hogere luchtwegen opgevangen en verwijderd en oefenen hun effect voornamelijk daar uit. Stofdeeltjes die in de hogere luchtwegen worden opgevangen, kunnen in het maagdarmkanaal terechtkomen en alsnog elders in het lichaam een effect hebben. Andere stoffen, zoals inerte stoffen (een stof die nergens mee reageert, bijv. koolmonoxide) en stofdeeltjes kleiner dan ca. 4,5 µm, dringen diep in de longen door en kunnen zelfs in het bloed worden opgenomen, waardoor ze hun effect op een andere plaats in het lichaam kunnen uitoefenen.
Blootstelling aan luchtverontreiniging is bijna onvermijdelijk, omdat de verontreiniging van lucht slecht te beheersen en moeilijk te verwijderen is. Ook de opname van verontreinigde lucht door de mens is bijna onvermijdbaar omdat men nu eenmaal de adem niet (langdurig) kan inhouden.

In periodes waarin veel luchtverontreiniging voorkomt, is er sprake van een toename van de inhalatie van verontreinigde stoffen bij sporters, met name bij duursporters. De hoeveelheid lucht die men tijdens rustig ademhalen inhaleert, is ongeveer zes liter per minuut. Sporters, vooral duursporters, halen tijdens inspanning een ademminuutvolume van ongeveer tachtig tot honderd liter per minuut.
Sporters ademen bovendien meer door de mond dan door de neus, terwijl juist de neus een goede luchtfilterende werking heeft. Uit onderzoek is gebleken dat in rust de neus 99,9 procent van de ingeademde zwaveldioxide weg filtert. De luchtwegen van sporters worden dus aan veel grotere hoeveelheid vervuilde lucht blootgesteld dan niet-sporters.

terug naar boven

Smog
Vooral smog is een belangrijke factor bij buitenluchtverontreiniging in relatie tot sport. Bij smog moet onderscheid worden gemaakt tussen zomersmog en wintersmog. Het verschil tussen beide is - naast het seizoen - voornamelijk de chemische samenstelling.

Verschillen tussen zomersmog en wintersmog.

  • Weersomstandigheden warm; zwakke oostelijke tot zuidelijke wind
  • hoge luchtdruk en koud weer boven Centraal-Europa; zwakke (zuid}oostelijke wind
  • Samenstelling vooral ozon Vooral fijnstof
  • Gezondheidseffecten beneden 120 µg/m3 geen effecten; wel bij hogere concentraties, vooral tussen 12.00-20.00 uur elke concentratie kan effect hebben. Bij toenemende concentraties zullen meer mensen nadelige gevolgen ondervinden.

Risicogroepen mensen met aandoeningen aan de luchtwegen

  • extra gevoelige personen
  • mensen die zich buitenshuis zwaar inspannen
  • mensen met aandoeningen aan de luchtwegen
  • mensen met hart- en vaatziekten
  • ouderen met een zwakke conditie
  • mensen die zich (buitenshuis) zwaar inspannen

Smogaanduiding via Teletekst; in 5 niveaus: geen, geringe, matige, ernstige of zeer ernstige smog via Teletekst; met de aanduiding wat voor Nederland normale dan wel hoge concentraties fijn stof zijn
Gedragsadviezen geen zware langdurige inspanning buitenshuis verrichten tussen 12.00 en 20.00 uur. Bij gezondheidsklachten de huisarts of specialist raadplegen de hele dag zware inspanning vermijden.
Huisarts of specialist raadplegen bij klachten die u niet thuis kunt brengen

Zomersmog bestaat uit een mengsel van een aantal gassen. De drie belangrijkste zijn stikstofoxiden (NOx), vluchtige organische stoffen (VOS) en ozon (O3). Behalve ozon komen ze vrij bij verbranding van brandstoffen en verdamping van oplosmiddelen. Ozon wordt gevormd door inwerking van het zonlicht op de stikstofoxiden en de vluchtige organische stoffen. De gezondheidseffecten van zomersmog hebben vooral te maken met ozon. De voornaamste gezondheidseffecten van zomersmog (waar veel ozon in zit) zijn:

  • tijdelijke luchtwegklachten zoals droge keel, pijn op de borst, hoest, benauwdheid, pijn bij diepe inademing, hoofdpijn, misselijkheid en duizeligheid;
  • tijdelijke verminderde werking van de longen waarbij longweefsel kan worden aangetast. Hierdoor kan
  • het prestatievermogen verminderen;
  • afnemende longklaring (de snelheid waarmee stofdeeltjes, bacteriën en virussen uit de longen worden verwijderd) waardoor het afweermechanisme van de mens ook afneemt, wat een toename van infectieziekten tot gevolg kan hebben;
  • irritatie van ogen en neus door andere stoffen dan ozon in de zomersmog zoals vluchtige organische stoffen.

Uit onderzoek blijkt dat de eventuele gevolgen van een eenmalige blootstelling aan zomersmog van voorbijgaande aard zijn, maar herhaalde blootstelling aan hoge concentraties ozon moet voorkomen worden omdat er aanwijzingen zijn dat blootstelling gedurende een aantal jaren kan leiden tot een blijvende verminderde werking van de longen. Dit kan bovendien van mens tot mens verschillen omdat de een gevoeliger is dan de ander. Bij inspanning (onder andere sporten) in de buitenlucht met zomersmog in combinatie met hoge temperaturen is het risico op (blijvende) gezondheidsschade groter. Dit komt onder andere omdat bij hoge buitenluchttemperaturen het immuunsysteem minder goed werkt.
Mensen met luchtwegaandoeningen (bijv. COPD) en mensen die van nature extra gevoelig zijn, lopen meer risico.
Via Teletekst kan men dagelijks zien hoe de actuele smogsituatie in Nederland is. Het smogniveau wordt aangegeven in 5 categorieën, namelijk: geen, gering, matig, ernstig of zeer ernstig smog.
De overheid adviseert bij ernstige smog om tussen 12 uur 's middag en 8 uur 's avonds, wanneer de concentratie meestal het hoogst is, sportbeoefening te vermijden om klachten te voorkomen. Bij zeer ernstige smog raadt zij het zelfs af om deel te nemen aan langdurige sportbeoefening in de buitenlucht of zelfs om sportevenementen te laten doorgaan. Mensen die veel sporten, lopen bij ernstige smog dus een groter risico om de (blijvende) nadelige gezondheidseffecten van zomersmog te ondervinden, met name in combinatie met hoge temperaturen. In Nederland is gedurende de zomer de vervuiling door ozon in het algemeen niet zodanig dat inspanning door gezonde mensen en mensen met luchtwegklachten ontraden moet worden. Toch kan de concentratie zo hoog worden dat het af te raden is om te sporten, wat in het verleden in Nederland ook gedaan is door onder anderen een wielerarts.

terug naar boven

Wintersmog bestaat uit een mengsel van verschillende chemische verbindingen waarvan zwaveldioxide (S02) en zwevend fijn stof de belangrijkste bestanddelen zijn. Deze stoffen komen voornamelijk vrij bij verbranding van fossiele brandstoffen en zijn de belangrijkste veroorzakers van nadelige gevolgen voor de gezondheid in combinatie met een lage luchtvochtigheid en lage temperatuur. De gezondheidseffecten gelden met name voor de risicogroepen: mensen met aandoeningen aan de luchtwegen (COPD-patiënten), mensen met hart- en vaatziekten en ouderen met een zwakke lichamelijke conditie. De voornaamste gezondheidseffecten van wintersmog zijn:

  • toename van luchtwegklachten, zoals hoesten en benauwdheid;
  • toename en verergering van astma-aanvallen;
  • toename van klachten bij (vooral oudere) mensen met hart- en vaatziekten inclusief een grotere kans op opname in een ziekenhuis;
  • een wat grotere kans op voortijdig overlijden

Een ander effect is een verminderd prestatievermogen door een verminderde werking van de longen. Meestal is dit binnen vier weken hersteld maar bij herhaalde blootstelling kan een blijvende verminderde werking van de longen ontstaan.
Ook in de winter kan men dagelijks via Teletekst zien hoe de smogsituatie in Nederland is. Het smogniveau wordt op dezelfde manier aangegeven als bij de zomersmog, alleen gaat men bij wintersmog niet uit van de hoeveelheid µg/m3 ozon maar meet men de hoeveelheid fijn stof. Effecten die optreden bij lichamelijke inspanning zoals sporten, treden pas op bij ernstige wintersmog.
Zomersmog heeft dus meer nadelige gezondheidseffecten voor sporters, omdat er al bij lagere concentraties gezondheidseffecten optreden en er 's zomers meer in de buitenlucht gesport wordt dan 's winters. Sportbeoefening langs drukke autowegen en in smalle volgebouwde straten heeft in principe ook een verhoogd gezondheidsrisico en een vermindering van het prestatievermogen tot gevolg. In deze straten en wegen is vaak sprake van een verhoogde uitstoot van uitlaatgassen, terwijl in straten met aaneensluitende en hoge bebouwing de uitlaatgassen lang blijven hangen, waardoor de lokale hoeveelheid de wettelijk toegestane norm kan overschrijden. Met name stoffen zoals zwaveldioxide, koolmonoxide en ozon spelen hierbij een belangrijke rol.
Het is voor sporters in geval van smog af te raden om buiten te sporten:

  • tussen ongeveer 12 uur 's middags en 8 uur 's avonds (m.n. 's zomers bij hoge smogniveaus), omdat de concentraties ozon dan het hoogst zijn;
  • langs drukke wegen, omdat daar de uitstoot van schadelijke gassen door auto's boven de landelijke norm kan uitstijgen, en in drukke steden met veel autoverkeer, omdat ook daar meer dan eens de landelijke norm voor schadelijke stoffen wordt overschreden.

Ook topsporters die veel buiten trainen en sporten, moeten rekening houden met de smogsituatie. Niet alleen ten aanzien van hun gezondheid maar ook ten aanzien van hun prestatievermogen, want bij een verhoogde concentratie verontreinigde lucht is het aannemelijk dat de prestatie daalt. Het is aan te raden om bij verhoogde smogniveaus (naast bovengenoemde):

Zo mogelijk indoor te trainen;

  • voorafgaand aan wedstrijden te veel inspanning te voorkomen (bijv. de intensiteit en duur van de warming-up te verminderen) en zoveel mogelijk binnen te blijven zodat er weinig schadelijke stoffen in het lichaam komen;
  • zoveel mogelijk door de neus adem te halen.

Een opzienbarende methode waarvan geclaimd wordt dat het bescherming biedt tegen de schadelijke gevolgen van ozon is het gebruik van anti-oxidanten.
Uit laboratoriumonderzoek is gebleken dat anti-oxidanten zoals vitamine C, vitamine E en bètacaroteen de schadelijke gezondheidseffecten van ozon kunnen tegengaan. Er is echter nog geen sluitend bewijs of dit ook een probaat middel is voor de mens.
Soms wordt er nog weinig aandacht besteed aan de mogelijke nadelige invloeden van luchtverontreiniging bij sport. Toch wordt er langzamerhand tijdens sportevenementen steeds meer rekening mee gehouden dat het niet verstandig is om tijdens verhoogde concentraties luchtverontreiniging te sporten. Zweefvliegers, deltavliegers en andere beoefenaars van de vliegsport wordt ontraden om boven industrieterreinen te vliegen. Daar kan namelijk, door weersinvloeden, een 'wolk' van luchtverontreiniging ontstaan. Vliegt men hier doorheen, dan kunnen symptomen als misselijkheid en hoofdpijn optreden.
Luchtverontreiniging blijkt een actueel probleem waarmee sporters en organisatoren van sportevenementen wel degelijk rekening moeten houden.

terug naar boven

Waterverontreiniging
Bij waterverontreiniging in relatie tot sport moet vooral gedacht worden aan oppervlaktewater dat voor de recreatie wordt gebruikt en aan zwembaden. De verontreinigingen waaraan de zwemmers en andere watersporters worden blootgesteld, zijn voornamelijk chemisch en biologisch van aard. De verontreinigingen worden vooral via de mond (orale blootstelling) maar ook via de huid (dermale blootstelling) opgenomen.

Verontreiniging van oppervlaktewater
De waterbodem en het zwevende slib van een aantal recreatiewateren in Nederland is sterk verontreinigd met chemische verbindingen die slecht afbreekbaar zijn. Over de belasting van chemische verontreiniging in oppervlaktewater voor zwemmers en watersporters is weinig bekend en gezondheidseffecten van direct contact met chemisch vervuild water en waterbodems zijn in ons land nauwelijks geconstateerd. In Nederland is een onderzoek gedaan naar de dermale opname van polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK's) bij windsurfers. Er was een vermoeden dat vooral windsurfers en ook triatleten werden blootgesteld aan verontreinigingen in het water, doordat:

  • het verontreinigde water in de surfpakken dringt en daardoor een langdurig en intensief contact heeft met de huid;
  • het surfpak ervoor zorgt dat het water in het pak wordt opgewarmd tot circa 32° C waardoor een occlusie-effect bereikt wordt, wat betekent dat de absorptie via de huid versneld wordt;
  • ten gevolge van de fysieke inspanning is er sprake van een verhoogde huiddoorbloeding wat de absorptie via de huid ook bevordert.

Uit onderzoek bleek inderdaad dat de dermale opname van met PAK's verontreinigd water toenam bij het dragen van een zogenaamde wetsuit. De toename was echter niet schrikbarend.
Een veel groter probleem voor de gezondheid van watersporters is de biologische verontreiniging van oppervlaktewater. Een verscheidenheid aan micro-organismen kan ziekten veroorzaken via contact met besmet oppervlaktewater. Vooral bij hoge temperaturen, die tijdens warme zomerdagen voorkomen, is het aantal schadelijke bacteriën, virussen en algen groot. De bronnen van deze schadelijke micro-organismen vertonen een grote verscheidenheid: de uitwerpselen van mensen, warmbloedige dieren en watervogels, en rattenurine zijn de voornaamste. Sommige schadelijke organismen kunnen zich snel vermeerderen in water onder invloed van eutrofiëring (overbelasting van het oppervlaktewater met de voedingsstoffen nitraat en fosfaat), thermische verontreiniging (water dat als koelvloeistof is gebruikt) en kadavers.
Een van de bekendste infecties die men kan oplopen in Nederland is de ziekte van Weil (veroorzaakt door de Leptospira icterohaemorrhagiae). In Nederland wordt elk jaar een aantal gevallen van deze ziekte gemeld. De infectie komt tot uitdrukking als een ernstige ontsteking van lever en nier en kan soms een fatale afloop hebben. Zo zijn er ook gevallen bekend van triatleten die de ziekte van Weil hebben opgelopen tijdens het zwemmen in verontreinigd water.
Naast de ziekte van Weil kan men door zwemmen in met bacteriën verontreinigd water ook gastro-enteritis (ontsteking van maag en dunne darm), ontstekingen van neus, oor en keel, tyfus, salmonellose en hepatitis A oplopen. De kans om deze ziekten te krijgen wordt groter als men zwemt in oppervlaktewater (ook kustwateren) waar ongezuiverd rioolwater in terechtkomt.
Door verontreiniging van het oppervlaktewater met voedingsstoffen zoals fosfaten en nitraten kan het aantal algen op warme zomerdagen schrikbarend toenemen. Met name grote aantallen blauwalgen (of blauwwieren) kunnen voor de mens schadelijk zijn, omdat ze giftige stoffen afscheiden, waarvan bekend is dat zij bij vee grootschalige vergiftigingen hebben veroorzaakt met vaak fatale afloop. Wat de gevolgen zijn voor de mens is nog onbekend. Mogelijk is er sprake van maagdarmklachten, huidirritaties en hooikoortsachtige verschijnselen. Afgeraden wordt om te zwemmen in water waarin veel blauwalgen voorkomen.
Door de provinciale overheden wordt afgeraden om te zwemmen in oppervlaktewater met een temperatuur hoger dan 20°C, ook al voldoet het aan de wettelijke normen. Er zijn gevallen bekend van mensen die in goedgekeurd oppervlaktewater zwommen en toch ziek zijn geworden. Dit kwam waarschijnlijk door de Pseudomonas aeruginosa die veel in warm buitenwater voorkomt en ernstige oorklachten zoals oorontsteking, tijdelijk verlies van het gehoor, jeuk en pijn veroorzaakt. Zwemmers die in open water warmer dan 20°C zwemmen hebben een zes maal groter risico om oorontsteking op te lopen dan niet-zwemmers en als zwemmers naar een recreatieplas gaan waar veel gezwommen wordt, is het risico vijftien maal groter. Voor mensen die al eens oorontsteking hebben gehad, is het risico ruim driehonderd maal groter.
Echter, niet alle schadelijke organismen zijn opgenomen in de Wet hygiëne en veiligheid zwemgelegenheden van november 1984. Het komt voor dat triatleten gezondheidsklachten hebben en ziek worden na het zwemmen in volgens de wettelijke kwaliteitsnormen goedgekeurd water.

Niet alleen zwemmers en watersporters, maar ook organisatoren van grote evenementen, doen er verstandig aan om vooraf na te vragen bij gemeente, GGD of provincie en/of te achterhalen via de regionale dagbladen, huis-aan-huisbladen, Teletekst en internet, of het water goedgekeurd is om in te zwemmen.
Soms kunnen de leden van (onder)watersportverenigingen een handje meehelpen bij de controle van chemische en biologische verontreiniging van oppervlaktewater. Ze testen het op doorzicht, zuurstofgehalte, zuurgraad en temperatuur en kunnen monsters opsturen naar laboratoria om de bacteriologische kwaliteit en chemische samenstelling te bepalen.

Verontreiniging in zwembaden
Als men zwembaden in verband brengt met waterverontreiniging, lijkt dit in eerste instantie tegenstrijdig. Juist in zwembaden wordt vanuit hygiënisch oogpunt biologische verontreiniging tegengegaan door middel van desinfecterende middelen. In de meeste zwembaden gebruikt men hiervoor chloorgas of chloorverbindingen. Doordat chloor reageert met componenten van het zwemmersvuil, ontstaan er reactieproducten zoals chlooraminen en chloroform. Irriterende effecten op de ogen en luchtwegen worden vooral toegeschreven aan chlooraminen. De vluchtige reactieproducten die uit het water ontsnappen vormen samen met chloroform de typische zwembadlucht.

Zwemmen is de belangrijkste bron van niet-beroepsmatige blootstelling aan chloroform, als men ervan uitgaat dat men 1 uur per dag zwemt. De belangrijkste blootstellingsroute van chloroform is via inademing en in mindere mate via het inslikken van zwemwater. Zwemmers en toezichthouders staan voortdurend bloot aan tamelijke hoge concentraties van dit gas in de lucht. De voorgestelde gezondheidskundige norm voor de concentratie chloroform in de lucht bedraagt 100 µg/m3. De concentraties chloroform in de lucht van zwembaden blijken te variëren tussen de 36 en 241 µg/m3. Diverse factoren zijn van invloed op de hoeveelheid chloroform in de lucht:

  • de ventilatiegraad: als in een zwembad goed geventileerd wordt zal de concentratie chloroform minder zijn.
  • in buitenbaden waait de chloroform vrijwel direct weg door de wind;
  • de watertemperatuur: op dagen dat de watertemperatuur hoog is, is ook de concentratie chloroform in de lucht hoger. Dit komt doordat bij een hoge watertemperatuur chloroform minder snel in het water oplost. In extreme gevallen is wel eens een concentratie van 384 µg/m3 gemeten;
  • de mate van beroering van het wateroppervlak: als er veel turbulentie is van het wateroppervlak zal er meer chloroform naar de lucht ontsnappen (dit geldt trouwens nog sterker bij bubbelbaden);
  • de hoeveelheid zwemmers: hoe meer zwemmers er in het water zijn hoe meer het chloor zal reageren met het toenemende zwemmersvuil waardoor er meer chloroform ontstaat. De dosis chloor moet zelfs worden verhoogd naar verhouding van het aantal zwemmers om desinfectie te garanderen. Een ander gevolg van de aanwezigheid van veel zwemmers is de toenemende turbulentie van het wateroppervlak.

Uit onderzoek blijkt dat meer fysieke inspanning leidt tot verhoogde concentraties chloroform in het lichaam. De concentratie chloroform in het lichaam van zwemmers die trainen voor wedstrijden is hoger dan in dat van gewone zwemmers en bezoekers. Blootstelling aan chloroform in lage concentraties kan leiden tot leveren nierafwijkingen. Uit onderzoek bleek dat zwemmers van binnenbaden in hun urine een licht verhoogde microglobulineactiviteit hadden, wat kan duiden op een voorstadium van nierbeschadiging. Dit onderzoek toonde aan dat er een potentieel gezondheidseffect bestaat als gevolg van langdurige blootstelling aan chloroform in zwembaden. Behalve oog irritaties en irritaties aan de luchtwegen door chlooraminen wordt van de andere chloorverbindingen geen negatief gezondheidseffect verwacht.
Er zijn mogelijkheden om behalve chloor andere middelen te gebruiken om zwemwater te desinfecteren, maar ook veel van deze methoden hebben nadelen. Enkele alternatieve voorbeelden om zwemwater te reinigen zijn:

ozon: hierbij wordt ook chloor gebruikt, maar in heel kleine hoeveelheden. Het nadeel is dat ook hier schadelijke bijproducten kunnen ontstaan;
ultraviolet licht: alleen UV-licht is niet voldoende, zodat aanvullende desinfectiemiddelen moeten worden gebruikt zoals chloor of ozon. Bij troebeling van het water vermindert de desinfecterende werking van UV-licht.Bij gebruik van UV-licht, al dan niet in combinatie met chloor of ozon, ontstaan er beduidend minder of geen schadelijke stoffen;
peroxiden: deze hebben een goede algemene werking tegen micro-organismen. De verbindingen zijn echter weinig stabiel waardoor hun toepassing voor waterzuivering nog beperkt zijn;
micro-organismen: hebben als nadeel dat ze er lang (uren) over doen om vervuilde componenten af te breken. Het is van belang voor zwemmers dat er een goede ventilatie aanwezig is in zwembaden waar het water met chloor wordt gedesinfecteerd. Verder is het verstandig voor mensen die veel zwemmen, dit te doen in de rustige uurtjes.

terug naar boven

Bodemverontreiniging
Over de invloed van bodemverontreiniging is zeer weinig bekend. Er zijn geen gevallen bekend waarbij de gezondheid van sporters gevaar heeft gelopen. In 1991 is in Duitsland een schandaal geweest toen bekend werd dat een Duits bedrijf dioxinehoudend gravel (dioxine is een kankerverwekkende stof) aan een groot aantal kinderspeelplaatsen en sportplaatsen had geleverd. Toen dit bekend werd, is er een onderzoek ingesteld en zijn 1400 kinderspeel-plaatsen en sportplaatsen gesloten. Na medisch onderzoek is gebleken dat het voor de sporters geen direct gezondheidsgevaar opleverde mits de gravel vochtig werd gehouden, waarna de sluiting van de sportplaatsen is opgeheven.

terug naar boven

Overige verontreinigingen
Bij de overige verontreinigingen die van invloed zijn op sporters moet vooral gedacht worden aan zonnestraling en geluid. Ook kan men denken aan de magnetische en elektrische straling van zendmasten, elektriciteitskabels en mobiele telefoons. Hierover is echter nog te weinig bekend en dus is het niet relevant voor sporters.

terug naar boven

 


Sportzorg.nl is de voorlichtingswebsite van alle sportartsen in Nederland. De informatie op Sportzorg.nl kan niet worden beschouwd als een vervanger van het consult of een behandeling door een (sport)arts. Wij willen benadrukken dat je bij twijfel over gezondheid, behandeling of medicijnen altijd contact op zou moeten nemen met je (sport)arts, specialist of apotheker. Sportzorg.nl kan niet aansprakelijk worden gesteld indien de informatie niet volledig voldoet aan juistheid, volledigheid of effectiviteit. Het gebruik van de informatie geschiedt volledig op basis van eigen risico van de gebruiker.

Share deze pagina: