Verslag van een Sportmedisch Onderzoek
Vroeger moest bijna iedereen die bij een club wilde gaan sporten worden gekeurd, tegenwoordig gebeurt het uit vrije wil of omdat het verplicht is om aan een wedstrijd deel te kunnen nemen. Mede door de populariteit van het hardlopen laten steeds meer sporters zich testen voordat ze aan de slag gaan.
Bij het Sport Medisch Adviescentrum Zeeland (SMAZ) in Middelburg is het een komen en gaan van sporters. De een heeft een gezondheidsverklaring nodig om mee te kunnen doen aan een wielerwedstrijd, de ander gaat voor het eerst hardlopen en wil weten of hij daar lichamelijk toe in staat is. ,,Steeds meer sporters laten zich keuren’’, vertelt sportarts Arnold Brons van het SMAZ. ,,Dat heeft onder meer met de populariteit van het hardlopen te maken.’’
Zelf onderga ik vandaag de basis sportmedische keuring. Omdat ik regelmatig hardloop, wil ik wel eens weten of ik gezond bezig ben. Hoe zit het met m’n bloeddruk? Ben ik niet te dik? En mijn houding tijdens het hardlopen, is die wel in orde? Het zijn vragen waar ik een antwoord op hoop te krijgen tijdens de keuring.
Een paar dagen voor het onderzoek krijg ik een formulier thuisgestuurd met tientallen vragen over m’n leefstijl en medisch verleden. Het is een eerste indicatie voor de sportarts om te zien of hij een gezond persoon tegenover zich heeft zitten. De gebruikelijke vragen over roken en drinken ontbreken uiteraard niet, maar ook blessures en eventuele ongelukken uit het verleden moeten op het anamneseformulier worden ingevuld.
Tijdens de keuring loopt de sportarts het formulier snel even na om te kijken of er geen gekke dingen staan genoteerd. Dan is het tijd om de ochtendurine te controleren. ,,We onderzoeken de urine op glucose en eiwit’’, legt Brons uit. De aanwezigheid van glucose kan wijzen op diabetes.
Hoewel de keuring voor de meeste sporten niet meer verplicht is, adviseert Brons om jezelf toch te laten onderzoeken voordat je fanatiek aan de slag gaat. Een marathon lopen of een lange toertocht op de fiets vraagt immers behoorlijk wat van je lichaam. Toch kun je in Nederland bijna overal zonder keuring aan meedoen. ,,Bij sommige marathons moet je wel van tevoren een vragenlijst invullen’’, weet Brons. ,,Daaruit kan dan naar voren komen dat het verstandig is om je te laten keuren.” Voor veel andere sportevenementen is in ons land geen medische verklaring nodig. Iedereen kan er aan meedoen, het is de verantwoording van de sporter zelf. In het buitenland zijn ze vaak strenger, waarschijnlijk uit angst voor schadeclaims. In Frankrijk is bijvoorbeeld voor bijna alle hardloop- en wielerwedstrijden een medische verklaring nodig.
Terug naar de keuring. Nadat gewicht en lengte zijn bepaald wordt het vetpercentage gemeten. Daar heb ik alle vertrouwen in. Met een lengte van 1.81 en een gewicht van 71 kilo kan ik me niet voorstellen dat ik te dik ben. Toch wijst de test anders uit. ,,Je hebt een vetpercentage van 16.9 procent, terwijl vijftien normaal is voor jouw leeftijd.” Verbaasd kijk ik de arts aan. Ik sport immers al drie keer per week. Nog meer sporten is niet nodig, legt Brons uit. ,,Geen broodjes shoarma meer ’s nacht eten en ook de zakken chips laten staan’’, is zijn advies. ,,En op regelmatige tijden eten, zeker niet ’s avonds laat.’’ Ik weet wat me te doen staat.
Nadat ook de ogen zijn gecontroleerd, de bloeddruk is gemeten en wat rek- en strekoefeningen zijn gedaan, zit de keuring er op. Tot slot vult de sportarts de gezondheidsverklaring nog voor me in. Nu kan ik met een gerust hart over twee weken de marathon van Rome lopen. Het verwachte tikje met de hamer tegen de knie blijft uit. Gelukkig maar. Stel je voor dat er wat beschadigd zou raken, dan kan ik m’n marathon wel vergeten.
Bron: PZC, 2 maart 2011