Springersknie (Jumpers Knee)

Ook wel patellatendinopathie, apexitis patellae en tendinitis patellae. In het Engels bekend als Jumpers knee.

Springersknie in het kort

  • De springersknie is een overbelastingsblessure
  • Het geeft een belastingafhankelijke stekende pijn aan de voorkant van de knie, onder de knieschijf
  • Met rust en rustig opbouwschema kan de blessure behandeld worden 

Wat is een springersknie?

Een springersknie is een overbelastingsblessure met een belastingafhankelijke stekende pijn aan de voorkant van de knie, onder de knieschijf (patella).

Hoe vaak komt een springersknie voor?

Bij amateur sporters komt het van 2.5% onder voetballers tot 14.4% bij volleyballers voor (Zwerver et al 2011). Het komt meer voor bij mannen dan bij vrouwen en vaker bij jongeren. In een onderzoek in Noorwegen (Lian et al, 2005) werd deze blessure onder professionele volleyballers zelfs bij 44,6% gezien en bij basketballers bij 31.9%.

Bij welke sporten komt een springersknie voor?

Het wordt vooral veel gezien bij sporten met veel springen, zoals basketbal en volleybal.

Verschijnselen van een springersknie

Een springersknie geeft belastingafhankelijke pijn aan de voorkant van de knie, onder de knieschijf. Deze pijn is vaak geleidelijk ontstaan, treed op bij springen en sprinten en trekt weer weg in rust. Als de blessure heviger is, kan deze sneller optreden en langer aanhouden.

Hoe kan de blessure vastgesteld worden?

Het is een diagnose die de arts kan stellen met het verhaal over de klachten en met het doen van lichamelijk onderzoek. Aanvullende onderzoeken met bijvoorbeeld foto’s of scans zijn niet nodig, maar worden soms wel gedaan om andere aandoeningen uit te sluiten.

Hoe ontstaat een springersknie?

De knieschijf zit aan de onderzijde met een pees vast aan de bovenzijde van het onderbeen. Door overbelasting raakt de pees geïrriteerd, dit wordt ook wel een steriele ontsteking genoemd.

Plotselinge toename van trainingsduur of trainingsintensiteit kan deze overbelastingsblessure uitlokken. Ook beginnende sporters en sporthervatting op het oude niveau na ziekte of vakantie kan de klachten veroorzaken.

Risicofactoren, wat draagt bij dat je de blessure oploopt?

Niet opbouwen van de trainingsduur en –intensiteit, met name de  sprongbelasting is een risicofactor. Ook een verkeerde sprong- en landingstechniek zijn risicofactoren. Mogelijk speelt de trainingsondergrond hier ook nog een kleine rol. Er zijn ook aanwijzingen dat een verminderde kracht of disbalans van kracht van de been-, bil- en rompspieren kunnen bijdragen aan de klachten. Mensen met een verminderde mobiliteit van de enkel hebben mogelijk ook een vergroot risico. Mogelijk kunnen een afwijkende beenas of het hebben van doorgezakte of platvoeten ook bijdragen in de klachten, al ontbreekt duidelijk wetenschappelijk bewijs hiervoor.

Wel of niet doorgaan met sporten bij een springersknie?

Aanpassen van de training of tijdelijk onderbreken wordt aangeraden. Een vervangende sport die de klachten niet uitlokt, bijvoorbeeld het trainen zonder springen en sprinten of trainen van het bovenlichaam, kan een prettige (tijdelijke) oplossing zijn.

Wat kan ik zelf doen bij een springersknie?

(Sport) activiteiten die de klachten uitlokken moeten verminderd of zelfs tijdelijk gestaakt worden. Aanpassen van de training of tijdelijk onderbreken wordt aangeraden. Sporten en bewegingen die geen of weinig klachten geven, mogen wel uitgevoerd worden. Afhankelijk van de ernst van de klachten kan dit trainen zonder sprinten en springen zijn (zoals fietsen of zwemmen), of het geheel ontzien van de benen en het alleen het bovenlichaam trainen. Indien nodig mogen pijnstillers genomen worden, maar opgelet moet worden dat klachten niet gemaskeerd worden en de belasting te hoog blijft. In de acute fase is er mogelijk het meest effect met ontstekingremmende pijnstillers (NSAID’s). Deze kunnen genomen worden gedurende twee weken volgens de gebruiksaanwijzing. Raadpleeg bij langer gebruik een arts.

Koelen met ijs, intapen en een brace (patellabandje, knieschijfbandje) kunnen pijnverlichting geven, maar geven geen snellere genezing.

Trainingsaanpassingen

Pas de sportactiviteiten aan door minder lang of minder intensief te sporten. Bij hevige klachten zelfs even helemaal stoppen of over gaan op een vervangende activiteit. Afhankelijk van de ernst van de klachten kan dit trainen zonder sprinten en springen zijn, zoals fietsen of zwemmen. Hierbij kan de weerstand van het trappen op de fiets aangepast worden naar de ernst van de klachten. Bij heel ernstige klachten is het advies de benen geheel te ontzien en alleen het bovenlichaam trainen.

Oefeningen

Een (sport)fysiotherapeut kan helpen met oefeningen om activiteiten weer rustig op te bouwen. Daarnaast kan deze adviseren over gerichte krachttraining van de been- en bilspieren. Ook krachttraining ten behoeve van de rompstabiliteit is belangrijk. De oefentherapie hoeft niet geheel pijnvrij te zijn, wel moeten eventuele opgewekte klachten na 24 uur weer weggetrokken zijn en niet met iedere training toenemen. Denk hierbij aan een maximale pijnscore van ongeveer 3 of 4 op een schaal van 1 tot 10.

Excentrische oefeningen lijken het beste effect hebben en zijn onderdeel van de standaard behandeling. In nieuw onderzoek worden ook andere oefenmodaliteiten (isometrisch, isotoon en plyometrisch) onderzocht die mogelijk goede resultaten geven.

Bij hypertonie (gespannen) bovenbeenmusculatuur kan massage door een sportmasseur danwel foamroller, of stretchoefeningen mogelijk een positieve bijdrage leveren.

Voorbeelden van oefeningen zijn te vinden op https://www.sportzorg.nl/oefeningen/patellapeesklachten-knie

Behandelbeleid

Na een periode van rust of aangepaste activiteit moeten de activiteiten weer langzaam opgebouwd worden. Hierbij mag het sporten geen pijnklachten geven, anders dient het trainingschema weer aangepast te worden. Hiernaast dient krachttraining gericht op de been-, bil- en rompmusculatuur gedaan te worden. Bij hypertonie (gespannen) bovenbeenmusculatuur kan massage door een sportmasseur, foamroller of stretchoefeningen mogelijk ook een positieve bijdrage leveren. Koelen met ijs, intapen en een brace (patellabandje, knieschijfbandje) kunnen pijnverlichting geven, maar geven geen snellere genezing. Behandeling met ESWT (shockwave) is onderwerp van wetenschappelijk onderzoek, maar lijkt in de laatste resultaten weinig effect te hebben. Injecties met autoloog bloed worden nog onderzocht en geen onderdeel van standaard behandeling. Injecties met corticosteroïden hebben geen plaats in de behandeling van deze blessure. Een operatie is zelden nodig bij deze aandoening.

Het revalidatietraject is vaak langdurig en kan enkele weken tot 6 maanden duren, waarbij klachten in die periode langzaam verbeteren.

Criteria hervatting

Pijnklachten moeten afgenomen zijn en bij hervatten van de activiteiten niet toenemen. Is dit toch het geval, dan moet het trainingsschema weer aangepast worden. Indien dit langdurig bestaat, kan het peesweefsel structureel veranderen. De klachten kunnen hierdoor chronisch van aard worden en moeilijker te behandelen. Bij blijvende en/of terugkerende klachten is verder aanvullend onderzoek te overwegen in samenwerking met de sportarts om andere aandoeningen uit te sluiten. 

Voorkomen (preventie) van een springersknie

Het rustig opbouwen van activiteiten is erg belangrijk, evenals een goede looptechniek. Het is aan te raden om hierbij altijd een warming up en cooling down te doen. (zie ook https://www.sportzorg.nl/bibliotheek/warming-up-en-cooling-down) Gerichte krachttraining van de been- en bilspieren is ook aan te raden. Ook krachttraining ten behoeve van de rompstabiliteit is belangrijk en kan mogelijk problemen voorkomen. Hetzelfde geldt voor stretchen en masseren bij hypertone (gespannen) van de bovenbeenspieren. Bij uitgesproken doorgezakte of platvoeten kan een steunzool overwogen worden, al zijn er geen bewijzen voor dat dit ook helpt in het voorkomen van deze specifieke blessure.

Willemijn Diemer, basisarts & Sandra Chung, sportarts

Sportzorg.nl is de voorlichtingswebsite van alle sportartsen in Nederland. De informatie op Sportzorg.nl kan niet worden beschouwd als een vervanger van het consult of een behandeling door een (sport)arts. Wij willen benadrukken dat je bij twijfel over gezondheid, behandeling of medicijnen altijd contact op zou moeten nemen met je (sport)arts, specialist of apotheker. Sportzorg.nl kan niet aansprakelijk worden gesteld indien de informatie niet volledig voldoet aan juistheid, volledigheid of effectiviteit. Het gebruik van de informatie geschiedt volledig op basis van eigen risico van de gebruiker.

Share deze pagina: