Tips voor het hardlopen met je kind

Tips voor het hardlopen met je kind

11 januari 2017

Je bent een fanatiek hardloper en gaat er meerdere keren per week op uit om een mooi rondje hard te lopen, maar opeens wil je kind mee. 
Je zit meteen met vragen. Kan dit wel? Is dit slecht voor mijn kind?

In dit artikel vind je tips om op een leuke manier te hardlopen met je kind.

Harlopen met je kind

Afstanden tot een kilometer of 10 liggen normaal gesproken binnen het bereik van een kind van ongeveer 6 jaar. Echter is 30 minuten hardlopen ruim voldoende om een goede basis te leggen voor langere duurlopen op latere leeftijd. Met 30 minuten hardlopen wordt het hardlopen ook niet te saai voor je kind. 

Wat vooral belangrijk is dat je als ouder zelf moet aanvoelen wat je kind wel en niet aan kan. Je kent als ouder je kind natuurlijk het beste.
Onderstaand vind je een aantal tips voor jou als ouder, om verantwoord te trainen met je kind.

Tips voor het hardlopen met je kind

 

  1. Je kind is te vergelijken met een absolute beginner die nog nooit aan sport heeft gedaan!
    Je kind weet niets van de sport: hoe hard moet ik lopen? Hij moet dus leren om rustig te starten.
  2. Bouw rustig op. Je begint eens rustig met stukjes van 1 minuut en daarna wandelen. Dan probeer je eens 2 minuten, dan 3 enzovoorts. Tot datgene waar je naartoe wilt.
    Zorg daarbij ervoor dat het tempo laag ligt. Acht kilometer per uur is voor een volwassen startende loper vaak al hard zat. Voor een kind kan je dezelfde snelheid aanhouden. Met een wat groter kind (ouder dan 8 jaar) kan je misschien wel wat sneller. Zolang het kind maar niet buiten adem raakt en comfortabel loopt. 
  3. Beginnen in het lage tempo, zoals bij tip 2 beschreven, geldt ook voor kinderen die andere sporten doen! Hardlopen is een andere belasting dan bijvoorbeeld wielrennen, voetballen, tennis. Dus ook al loopt je kind met gemak 15 kilometer per uur, het lichaam is nog niet gewend aan de specifieke belasting van het hardlopen. Dat moet nog worden opgebouwd. Dus ook voor een sportief - niet hardlopend - kind: minimaal de eerste 12 weken het tempo rustig opbouwen.
  4. Je kind heeft geen flauw benul van afstanden of tijd. Maak de afstand en/of tijd visueel voor je kind.
  5. Kinderen hebben geen benul van snelheid. De eerste 30 seconden moeten ze flink met de handrem erop lopen, zodat ze het punt bereiken na drie minuten dat de zogenaamde ‘steady stade’ komen. Hierdoor leren kinderen na verloop van tijd om niet te snel te starten bij een duurloop.
  6. Doe niet alleen duurlopen! Variatie in de training is niet alleen leuker, maar brengt ook meer. Zeker als je kind wedstrijden gaat rennen, is snelheidstraining ook erg belangrijk. Daarbij vinden kinderen sprinttraining erg leuk.
    Sprinttraining is niet hetzelfde als wat kinderen met tikkertje doen. Bij tikkertje gaat het om het spel en gaan kinderen meestal niet voluit sprinten. Ter vergelijking voor een kind van vijf jaar. Bij tikkertje speelt ze gewoon mee en zal de snelheid niet snel boven de 12 kilometer per uur uitkomen. Bij een echte sprint over 20 meter halen ze gemakkelijk 18 kilometer per uur. De snelheid ligt bij een getraind kind dus veel hoger en dit vergt gewenning. Begin echter pas met snelheidstraining op het moment dat je kind minimaal 12 weken aan hardlopen doet.
  7. Varieer ook in de ondergrond. Kinderen vinden kleine bospaadjes en heuveltjes spannend. Dit terrein is ook ideaal om coördinatie en kracht te trainen.
  8. Als je kind gaat deelnemen aan een wedstrijd train dan datgene waar ze aan gaan deelnemen. Als ze gaan deelnemen aan een 500 meter, train dan niet enkel op sprintjes of op duur. Als je de 500 meter snel wilt lopen, betekent dit snel, maar niet te snel, vertrekken en zo lang mogelijk het tempo hooghouden. Vooral het tempo volhouden vergt doorzettingsvermogen en mentale getraindheid van het kind, want de benen schreeuwen om te mogen stoppen. Veel kinderen gaan na 200 tot 300 meter dan ook wandelen of lopen aan de hand van de ouder. Dat doorzetten en die hardheid krijg je echter alleen door ook hierop te trainen en door ze te ‘leren’ hoe je zo’n afstand moet lopen. Kinderen moeten ervaren dat je ook met die vermoeidheid en verzuring door kunt gaan. Dit zijn echter ook de zwaarste trainingen, die ook mentaal veel van een kind vragen. Doe dit soort trainingen dus niet te vaak. Loopt je kind geen wedstrijden, of vindt je het resultaat niet belangrijk,, dan zijn dit soort trainingen niet noodzakelijk.
  9. Wedstrijden lopen moet je ook leren. Er zijn best wel een hoop spannende dingen die aan zo’n wedstrijd vastzitten. Hier moet een kind aan wennen.
  10. Train ook eens met andere kinderen. Als er een niveauverschil is kann je de een bijvoorbeeld 100 meter laten lopen en de ander 80 meter. Wie is het eerste bij de finish? Trainen met andere kinderen is leuker en het geeft een wedstrijdelement.
  11. Het kind moet een aantal grenzen overwinnen. Stimuleer het doorzettingsvermogen en laat het kind niet zomaar meteen opgeven als hij een beetje ‘moe’ wordt, terwijl je duidelijk ziet dat hij op dat moment even liever lui dan moe is. Juist op dat moment moet hij doorzetten. Net zoals een kind op school niet altijd alles uit de weg kan gaan wat hij lastig vindt. De eerste keer een grens overgaan is het moeilijkste. Laat hem daarna zien: “Zie je wel, je kunt het! Je hebt het gewoon gedaan!”
    Hou vol, de vooruitgang komt wel.
  12. Bij het stimuleren van doorzettingsvermogen is het belangrijk ervoor te zorgen dat, na de inspanning, het kind trots is op zichzelf. Dat stimuleert om er de volgende keer weer in te vliegen. Wees niet te gul met complimenten. Als je een kind overal uitbundig voor prijst, leert hij niet om ergens moeite voor te doen. 
  13. Belonen is erg belangrijk. Beloon op basis van iets waar het kind invloed op heeft. Je kan niet garanderen dat je wint of een bepaalde tijd loopt. Je hebt namelijk dan ook met externe factoren te maken: onder andere de tegenstander en de weersomstandigheden.
    Nogal vervelend als je je helemaal leeggelopen hebt en je krijgt alleen maar een sneer, omdat je niet hebt gewonnen. Of als je kind van 7 juist op z’n dooie akkertje wint, omdat de rest allemaal 2 jaar jonger is, dan is dat ook niet erg knap. Beloon op basis van inzet. “Doe je uiterste best, meer kun je niet doen”. 
  14. Kinderen tussen de negen en veertien jaar zijn kwetsbaar voor groeigerelateerde blessures, omdat hun veranderende spier- en bottenstelsel nog niet in staat is om schokken goed op te vangen. Daarom is het belangrijk rustig op te bouwen en de belasting aan te passen bij klachten.
  15. Tenslotte… Plezier in bewegen is het belangrijkste. Als je kind over het algemeen positief terugkijkt naar de training is dat goed. 

 

Met de bovenstaande tips kan je lekker gaan hardlopen met je kind. Ook al is hij/zij pas drie of vier jaar oud. Misschien moet je er wel rekening mee houden, dat sommige mensen vreemd opkijken of zelfs negatief reageren op het hardlopen. De ouderwetse vooroordelen, dat hardlopen slecht zou zijn voor kinderen, zijn hardnekkig. 

Bron: sportarts Sandra Chung
Kijk voor meer informatie over het werk van de sportarts op: http://www.sportzorg.nl/zoek-een-sportzorgprofessional/sportarts.
Ook vind je hier adressen van sportartsen bij jou in de buurt.

Sportarts Sandra Chung is lid van de Vereniging voor Sportgeneeskunde.

Terug

Sportzorg.nl is de voorlichtingswebsite van de sportartsen in Nederland. De informatie op Sportzorg.nl kan niet worden beschouwd als een vervanger van het consult of een behandeling door een (sport)arts. Wij willen benadrukken dat je bij twijfel over gezondheid, behandeling of medicijnen altijd contact op zou moeten nemen met je (sport)arts, specialist of apotheker. Sportzorg.nl kan niet aansprakelijk worden gesteld indien de informatie niet volledig voldoet aan juistheid, volledigheid of effectiviteit. Het gebruik van de informatie geschiedt volledig op basis van eigen risico van de gebruiker.

Share deze pagina: